Erdogans expansiedrift op zee

Oostelijke Middellandse zee Met de doctrine Mavi Vatan (‘Blauw Vaderland’) wil president Erdogan zijn ambitie voor Turkije als grootmacht realiseren.

Turkse marineschepen op de Bosporus in maart 2019, na afloop van de oefening Mavi Vatan (‘Blauw Vaderland’).
Turkse marineschepen op de Bosporus in maart 2019, na afloop van de oefening Mavi Vatan (‘Blauw Vaderland’). Foto AP

Het Turkse leger hield vorig jaar de grootste marine-oefening in de geschiedenis van de republiek. Voor het eerst testte het leger zijn slagkracht in drie zeeën tegelijk: de Zwarte Zee, de Egeïsche Zee en de Middellandse Zee. Er deden 103 fregatten, onderzeeërs en andere typen schepen mee aan de training, evenals tientallen helikopters en vliegtuigen.

De marine-oefening werd breed uitgemeten in de regeringsgezinde media. Dagenlang werden Turkse tv-kijkers getrakteerd op beelden van oorlogsbodems op volle zee die hun kanonnen lieten bulderen, en van commando’s die, met flippers aan hun broekriem en geweren in de aanslag, uit zee stormden en het strand op renden – natuurlijk onder begeleiding van nationalistische marsmuziek.

De oefening kreeg de naam Mavi Vatan (Blauw Vaderland). Dat is niet zomaar een naam. Het is tevens een militaire doctrine die de basis vormt voor het recente Turkse machtsvertoon in de Middellandse Zee. Deze provocaties hebben niet alleen te maken met de vondst van grote gasvelden in de regio, maar ook met het politieke lot van president Erdogan, en zijn ambitie om van Turkije een grootmacht te maken.

Dit leidt tot grote internationale spanningen. De Turkse maritieme claims stuiten op fel verzet van Griekenland en Cyprus, die stellen dat de claims een schending vormen van hun soevereiniteit en van het zeerechtverdrag. Maar daar trekt Erdogan zich niets van aan. Hij stuurde al drie boorschepen naar Cyprus voor gasexploratie, onder bescherming van de Turkse marine.

Interventie in Libië

De Blauw-Vaderlanddoctrine werd al in de praktijk gebracht in Libië. In december 2019 sloot Turkije een omstreden maritiem akkoord met de Regering van Nationale Eenheid in Tripoli.

De deal markeert de grenzen van wat Turkije en Tripoli claimen als hun exclusieve economische zone in zee, het deel waar ze dus het recht zouden hebben om grondstoffen te delven. Dit stuit opnieuw op fel verzet van Griekenland en Cyprus.

In januari stuurde Turkije troepen naar Libië om Tripoli te steunen in de strijd tegen de krijgsheer Khalifa Haftar en om de Turkse belangen veilig te stellen. Sindsdien schieten Turkse fregatten voor de Libische kust drones van Haftar uit de lucht en escorteren ze schepen vol Turkse wapens die naar Tripoli varen. Dit leidde onlangs tot een aanvaring met het Franse oorlogsschip Courbet, dat toeziet op het wapenembargo. De NAVO stelde een onderzoek in.

De interventie in Libië wordt in de Turkse politiek en media bejubeld als een overwinning van Mavi Vatan. „Het concept spreekt tot de verbeelding”, zegt Yasar Yakis, oud-minister van Buitenlandse Zaken onder Erdogan (2002-2003). „Na de recente ontwikkelingen in Libië krijgt de doctrine langzaam concrete vorm. Wellicht wordt zij straks officieel beleid.”

Neo-Ottomaans beleid

Erdogan heeft in Noord-Irak, Qatar, Somalië en Syrië de laatste jaren (semi-)permanente militaire bases opgezet – al dan niet op uitnodiging. Hij rekent de landen die behoorden tot het Ottomaanse Rijk tot de Turkse invloedssfeer. ‘Mavi Vatan’ kan gelden als het maritieme verlengstuk van dit neo-Ottomaanse beleid.

„Mavi Vatan en het neo-Ottomanisme wortelen in Erdogans vurige wens de verkiezingen te winnen die gepland zijn voor 2023”, zegt Yakis. „Hij staat er slecht voor in de peilingen. Hij heeft een militair succes nodig, of in Syrië, of in Libië, of in Noord-Irak. Zodra hij dit op zak heeft, zal hij direct vervroegde verkiezingen uitschrijven. In dat licht moet je het zien.”

De term Mavi Vatan is gemunt door admiraal b.d. Cem Gürdeniz, die tot recent columns schreef voor Aydinlik, de krant van de ultranationalistische splinterpartij Vatan. Hoewel Vatan geen parlementszetel heeft, is haar invloed na de coup in 2016 sterk gegroeid. Vatan wantrouwt het ‘imperialistische’ Westen, en instigeerde de Turkse toenadering tot Rusland.

Gürdeniz vertegenwoordigt een grotere groep (voormalige) officieren die minachting koesteren jegens de NAVO en wat ze misprijzend aanduiden als het ‘Atlantisch front’. Het leger is van oudsher verdeeld in een pro-Atlantisch en een euraziatisch kamp. Gürdeniz’ minachting lijkt mede ingegeven door persoonlijke ervaringen. Hij werd in 2011 veroordeeld tot achttien jaar cel.

Een groot deel van de seculiere legertop verdween destijds achter de tralies op verdenking van het beramen van een coup. Maar nadat er een conflict was uitgebroken tussen Erdogan en de Gülenbeweging, werden Gürdeniz en veel andere officieren in 2015 vrijgelaten. Sommigen waren in de cel bevriend geraakt met de Vatan-leider en sloten zich bij zijn partij aan.

Volgens Gürdeniz was de mislukte coup in 2016 het werk van de VS en Europa, die aanhangers van de Gülen-beweging gebruikten om Erdogan uit de weg te ruimen – een opvatting die in regeringskringen breed wordt gedeeld. Hij beschuldigt de VS, de NAVO en de EU er voortdurend van de Turkse belangen te schaden om te voorkomen dat Turkije een wereldmacht wordt.

Hoe breed deze ideeën leven in het leger is onduidelijk. „Ik ben nu met pensioen”, zegt Yakis. „Maar ik lees de kranten.” Diverse media meldden dat Erdogan na de couppoging doelbewust officieren uit de kringen rond Vatan steunde en beschermde, maar vermeende Gülenisten met pro-westerse sympathieën zuiverde.

Gevaarlijk spel

De prominentste pleitbezorger van Mavi Vatan was marinestafchef Cihat Yayci. Hij is de architect van de maritieme deal met Tripoli. De schok was dan ook groot toen Yayci in mei ineens werd gedegradeerd, nog wel per presidentieel decreet. Maar die degradatie lijkt eerder gevolg van interne machtsstrijd bij Defensie dan van een ideologische ommezwaai van Erdogan.

Met Mavi Vatan pleiten Yayci, Gürdeniz en consorten voor een alomvattende militaire strategie in de Egeïsche en Middellandse Zee. De doctrine bevat oude elementen, zoals de claim dat de helft van de Egeïsche Zee tot de Turkse territoriale wateren behoort. Nieuw is dat ze pleiten voor een hardere lijn ten opzichte van Griekenland, Europa en de VS. „Als de Griekse eilanden voor de Turkse kust territoriale wateren krijgen van 12 nautische mijl, is de Egeïsche Zee in feite een Grieks meer”, zegt admiraal b.d. Ali Deniz Kutluk, die net als Gürdeniz vier jaar gevangen zat. „Zo zou Turkije geen enkel gebied overhouden om grondstoffen te exploreren. En het zou de Turkse veiligheid bedreigen.”

De harde lijn voorspelt weinig goeds voor de Turkse relatie met de EU, Griekenland en Cyprus voorop, en de Turkse positie in de NAVO. De EU dreigt met zware sancties als Turkije doorgaat met boren naar gas ten zuiden van Cyprus. En de Franse president Macron, die heimelijk de Libische krijgsheer Haftar steunt, waarschuwde vorige week dat Turkije „gevaarlijk spel” speelt in Libië.

Pleitbezorgers van Mavi Vatan menen dat de NAVO Turkije nooit militair tot de orde zal roepen, omdat ze vreest dat het dan uit de alliantie stapt en de kant van Rusland en China kiest. „Dit zal de mondiale machtsbalans verstoren en een nieuwe wereldorde creëren”, stelt Gürdeniz. Dus kan Turkije in zijn ogen in feite doen wat het wil, zelfs als het aankomt op een conflict met Griekenland.

Neem Cyprus, waar de onderhandelingen over hereniging van het Griekse en Turkse deel van het eiland muurvast zitten. Kutluk: „De 51-jarige bemiddeling van de VN-secretaris-generaal is op niets uitgelopen. Turkije en de regering in Nicosia zeggen: genoeg is genoeg. Als de verkiezingen 11 oktober dit onderschrijven, trekken ze de stekker uit de onderhandelingen.”

Yakis is beducht dat de spanningen uitmonden „in een militaire confrontatie”. Maar: „Turkije kan die nauwelijks winnen, het is internationaal veel te geïsoleerd. Ik denk dat Turkije blijft praten met de andere partijen, terwijl ze elkaar onder de tafel blijven schoppen.”

Lees ook deze column van Caroline de Gruyter over de spanningen in de oostelijke Middellandse Zee