Opinie

Prediker 1:18

Tommy Wieringa

Een NRC-verslaggever ging naar Twente en liet zich betoveren door het landschap en de boeren daar (NRC, 18-6). Het land lag er prachtig bij, stelde hij vast, het was moeilijk te geloven dat de provincie Overijssel in het kader van Natura 2000 ‘voor de stevige opgave staat om het stikstofoverschot terug te dringen en de kwetsbare natuur te herstellen’. De verslaggever sprak dan ook voornamelijk met gangbare boeren, wat zijn voorstellingsvermogen niet zal hebben vergroot. In het leven van veel boeren bestaat er geen stikstof, alleen maar mensen van buiten die zeuren over stikstof. En als je turbogras natuur noemt, dan is er met de natuur inderdaad weinig mis. In het artikel hoor je de boeren doen wat ze altijd doen: zuchten en klagen. Als de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen, wordt wel gezegd.

Geconfronteerd met een vraag over stikstof, zegt na het zuchten een van de boeren dat de natuur in de regio zo prachtig is: „Er zijn reeën en hazen, konijnen en fazanten, we hebben een veld vol orchideeën.” Dat veldje ken ik toevallig, het ligt op de stuwwal van Ootmarsum. Het is de bron van de Mosbeek, die achter mijn vaders huis langs stroomde. Om een drassige helling met een paar moerasorchissen op te voeren in een argumentatie over stikstofdepositie, is onbedoeld grappig. Het veldje bestaat nog omdat het onder beheer van Landschap Overijssel valt, anders had ook daar raaigras gestaan.

Een paar jaar geleden volgde ik vanaf de stuwwal de loop van de beek, van bron tot monding, en heb gezien hoe mettertijd het oude essenlandschap vol houtwallen is aangetast. Deze waarneming werd onlangs bevestigd door sociaal geograaf John van Zuidam, die in zijn boek Oale Groond de geschiedenis van het Twentse landschap heeft beschreven. Voor het unieke coulissenlandschap is het code rood, stelde hij in De Twentsche Courant/Tubantia. ‘Houtwallen verdwijnen en essen worden afgevlakt. De akkerbouw van vroeger is vervangen door Engels raaigras, mais en coniferen. Kleinschalige kavels hebben plaatsgemaakt voor grote stukken graswoestijn waar door overbemesting alle leven uit is verdwenen. Als ik nu over de Twentse essen wandel, schieten me de tranen in de ogen.’

Hoe die kaalslag in zijn werk gaat, biechtte per ongeluk een boer op in het artikel over de Twentse idylle. Die boer, Erwin Evers, vindt het gebied in de loop der jaren alleen maar mooier geworden. „Opener”, zegt hij. „De percelen zijn groter geworden, houtwallen verdwenen en je kunt verder weg kijken.” Ziedaar zijn natuuropvatting: recht zo die gaat.

Misschien had de verslaggever ook een kijkje moeten nemen in de kippenschuur van deze boer Evers. Vijftienduizend vleeskuikenouderdieren houdt hij daar, de hennen die de eieren produceren waaruit vleeskuikens worden gemest. Zulke hennen zitten levenslang op waterrantsoen omdat anders de mest en de ondergrond te nat worden, wat poot- en luchtwegklachten veroorzaakt. Sommige boeren organiseren het schaarsteregime door gedurende delen van de dag de watertoevoer af te sluiten, anderen verlagen de waterdruk. In april adviseerde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de minister om een beleidsregel op te stellen voor permanente waterverstrekking, omdat de dieren een groot deel van de dag dorst lijden.

Wie naar de agro-industrie kijkt, moet ten minste drie niveaus onderscheiden: bodem, oppervlakte en lucht. De bodem is zodanig vervuild met mest en gif dat het bodemleven verdwijnt en de drinkwaterinname steeds vaker moet worden gestaakt. Aan de oppervlakte heerst een monocultuur van gras, mais en stikstofminnende planten – om nog maar te zwijgen van de vaak ellendige levens van de 125 miljoen productiedieren in Nederland. De lucht rond veel boerenbedrijven is zodanig vergeven van ammoniak en fijnstof dat daar volgens onderzoek van het RIVM en de universiteiten van Utrecht en Wageningen vaker luchtwegklachten, verminderde longfunctie en longontstekingen voorkomen.

Ja, de koffie pruttelt gezellig bij boerin Evers, maar van een verslaggever mag worden verwacht dat hij kennis vermeerdert, ook al brengt dat volgens Prediker 1:18 vermeerdering van smart met zich mee.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.