Opinie

Hulp moet vooral zakelijk zijn

Marike Stellinga

Je zou het kunnen zien als een checklist om de steun aan KLM te beoordelen. Op de ochtend dat Wopke Hoekstra (CDA) en Cora van Nieuwenhuizen (VVD) vertelden KLM te redden met 3,4 miljard euro, stuurde de Rekenkamer een brief naar de Tweede Kamer. Onderwerp: lessen uit steun aan grote ondernemingen.

Daarin werd ouderwets met het vingertje gewaarschuwd: heren en dames politici, overschat uzelf niet. Om duidelijk te maken dat er nogal wat valkuilen zijn bij het redden van grote bedrijven, somt de Rekenkamer missers uit het verleden op. Want: „Hoe uniek zulke situaties op het moment zelf ook lijken, ze leiden doorgaans tot overheidsingrepen die vergelijkbare karakteristieken hebben.”

Samengevat gaan de waarschuwingen over discipline en zakelijkheid. En over het zorgvuldig onderbouwen van een besluit. Bijvoorbeeld: waarom moet er belastinggeld naar een bedrijf? Kabinetten zeggen graag dat ze bedrijven redden die voor de economie belangrijk zijn. In de jaren negentig werden Fokker, DAF en Nedcar gesteund omdat zij „de kern van een bedrijvencluster” zouden vormen. Nu wil het kabinet ondernemingen helpen „die een cruciale positie in ecosystemen bekleden”. Klinkt hartstikke gewichtig, maar in 1996 concludeerde de Rekenkamer dat de minister van Economische Zaken die clusters bij Fokker, DAF en Nedcar nauwelijks in kaart had gebracht. Dat moet bij zulke grote sommen geld natuurlijk wel.

Nog zo een: op welke aannames over de markt is de steun gebaseerd? Zijn die realistisch? En: betalen aandeelhouders en schuldeisers mee? Zij worden immers ook gered. En worden de voorwaarden bij de steun wel nageleefd? Ook hier geeft de Rekenkamer missers uit het verleden.

Dus ik ben vrijdag met de checklist van de Rekenkamer door de brieven van het kabinet over KLM gegaan. En ik zie niet genoeg houvast om te kunnen beoordelen of deze steun zakelijk genoeg is. „Alle stakeholders dienen systematisch in beeld te worden gebracht en zoveel mogelijk mee te betalen”, schreef het kabinet eerder over de normen bij het verlenen van hulp aan bedrijven. Ik kan daar weinig over vinden.

Voorbeeld: Was het nou echt nodig dat de staat een achtergestelde lening geeft (1 miljard), en dus na alle andere financiers komt als het misgaat? Is de vergoeding die de staat krijgt voor de garanties op de bankleningen aan KLM (2,4 miljard) marktconform? Er is over gesproken met externe deskundigen, schrijft het kabinet, maar ik zie geen rapport, geen onderzoek.

Grappig genoeg vult het kabinet netjes een vragenlijst in die bedoeld is om aan te tonen dat er is nagedacht: het Toetsingskader risicoregelingen rijksoverheid. Daarin staan vragen als: waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen? En: beschrijf de alternatieven die zijn onderzocht. Het leest als een invuloefening. Op de vraag ‘Hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico?’ is het antwoord: dat kan een onafhankelijk expert nu ook moeilijk inschatten.

Ik schreef hier al eerder dat steun aan bedrijven een mijnenveld is. Hoe weet je of een bedrijf in de kern gezond is? Wie profiteert en wie verliest bij de steun? Je wil de redenering, de afwegingen, de onderbouwing, de prognoses kunnen wegen. Het kabinet vult een nette vragenlijst in, maar of er betere beslissingen worden genomen? Ik zou het u niet kunnen vertellen.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.