Opinie

Hoe welkom de versoepeling ook aanvoelt, de pandemie is onverminderd precair

Coronavirus  

Commentaar

De jongste versoepelingsronde van coronamaatregelen leverde deze week een onverwachte bonus op. Er werd meer toegestaan, eerder dan verwacht en aangekondigd. Premier Rutte en minister De Jonge (CDA, volksgezondheid) versmalden het pakket coronamaatregelen tot ‘altijd 1.5 meter afstand houden, handen wassen, drukte vermijden en thuisblijven bij klachten’.

Kennelijk is het besmettingsrisico zodanig afgenomen dat het kabinet dit grote experiment in ‘weer samenleven maar op afstand’, durft te nemen. Mits we dus op voetbaltribunes leren fluister-juichen, in kerken voortaan psalmzeggen en in cafés steeds star blijven zitten. Alleen dat psalmzeggen lijkt kansrijk. De andere twee kunnen als wensdenken worden gekwalificeerd.

Ook lijken de complicaties van de alledaagse liefde over het hoofd te zijn gezien. Weliswaar kan ook over 1.5 meter tussen mensen nog een vonk overspringen, maar intimiteit er na dreigt nogal een beslissing te worden. Wie een nieuwe partner opdoet kan ‘de eerste keer’ strikt genomen meteen verlengen tot twee weken samen in quarantaine. Dat wordt dus deze zomer veel smachten, hunkeren en uitstellen. Of toch eerst maar samen virustesten, dan wel de morning after?

Uitgestelde liefde is dan weer zó tegen de conventies van nu, dat van verplichte viruspreutsheid dan wel corona-onthouding geen hoge verwachtingen gekoesterd mogen worden. Hoeveel nadruk premier Rutte ook op sociale afstandsplicht als ‘cru-ci-aal’ mag leggen, het vlees is zwak, de zon schijnt, het leven wenkt en de file voor de teststraat is best lang.

De afgelopen weken gaven al groeiend ongeduld en toenemende scepsis bij het publiek te zien. Ook de nieuwe afstandregels zijn nogal gecompliceerd, wat voor de handhaving weinig goeds belooft. Het wordt straks verplicht zitten in treinen, behalve dan in Sprinters. Voetbalspelers hoeven tijdens de wedstrijd geen afstand te houden, maar erna wel. Koren mogen wel zingen, maar meezingen mag niet. In een vliegtuig mag je naast elkaar, maar in een theater niet.

Nederland lijkt er enorm aan toe om de geboden ruimte méér dan te willen gaan gebruiken. Het is de preventieparadox ten voeten uit. Naarmate het beter gaat neemt de bereidheid af om discipline te blijven tonen. Buiten de grenzen van de polder groeit de pandemie echter onverdroten verder en neemt het aantal dodelijke slachtoffers verder toe. In het bijzonder in Brazilië en Mexico. Landen die het virus onder controle leken te hebben, worden opnieuw getroffen door uitbraken: Beijing is op slot, in aangrenzend Noordrijn-Westfalen moest de regio Gütersloh dicht, na nieuwe uitbraken.

Het laat zien dat de toestand onverminderd precair is en de risico’s groot, zeker voor een dichtbevolkt land als Nederland dat zo door handel en toerisme met zijn omgeving is verweven. Het enige dat hopelijk veranderd zal zijn, als het virus weer toeslaat, is de mate waarin het land is voorbereid. Het ‘coronadashboard’ moet straks nieuwe lokale besmettingen snel oppikken en kunnen indammen dankzij voldoende test-, behandel- en traceercapaciteit. Als dat lukt kan het ‘nieuwe normaal’ van vrij samenleven op 1.5 meter afstand houdbaar blijken, tot er een therapie en of een vaccin is gevonden. Maar dan moet wel iedereen meedoen.

Lees ook: Richt gele zones waarin soepeler coronaregels gelden

Het kabinet houdt de uitdaging de burger daarvoor te blijven motiveren. Premier Rutte herhaalde dat hij dat niet ‘top-down’ wil doen, maar de volwassen burger op diens eigen verantwoordelijkheid wil blijven aanspreken. Niet ‘mennen’ en ook niet ‘smeken’, zei hij. Dat is prijzenswaardig, maar ook riskant, zeker als de politie hekken rondom woonwijken komt zetten, zoals in Gütersloh.

De democratische basis van de coronamaatregelen is nog steeds zwak – het stelsel van noodverordeningen, met de voorzitter van de veiligheidsregio als regent, wordt nauwelijks gecontroleerd. De noodwet die het inperken van grondrechten moet legitimeren, is na een golf van institutionele en gezaghebbende kritiek door het kabinet weer ingeslikt. Daar zit een stevig probleem. Als het kabinet straks wel wil of moet ‘mennen’, dan heeft het geen goede teugels.

In het publieke domein zijn intussen dissidente geluiden in opkomst, variërend van 1.5 meter-twijfelaars tot staatverlaters die vaccinatiecomplotten vermoeden, aangemoedigd door populisten die graag stoken waar het ongenoegen al smeult. De ‘coronazomer’ blijft dus omgeven door vraagtekens, risico’s en zorgen. De gezondheidscrisis is nog zeker niet voorbij. En het kabinet heeft z’n instrumenten voor de handhaving nog niet op orde.