Het luchtverdedigings- en commandofregat Zr.Ms. De Ruyter van de Koninklijke Marine voor vertrek vanuit de thuisbasis Den Helder naar de Straat van Hormuz.

Foto Koen van Weel/ANP

‘We wilden uitstralen dat we een vrije doorvaart bewaakten’

Interview Na vijf maanden keert het marineschip De Ruyter zondag terug uit de Straat van Hormuz. Commandant Theo Klootwijk: „Onze missie is gelukt.”

Na 153 dagen op zee vaart Zr.Ms. De Ruyter deze zondag de haven van Den Helder binnen. Het marineschip voerde een missie uit in de Perzische Golf met als doel de vaarroutes veilig te houden. Vorig jaar liepen daar de spanningen op tussen de Verenigde Staten en Iran. Twee olietankers werden aangevallen, volgens de VS door Iran. Kort daarop schoot Iran een Amerikaanse drone uit de lucht.

De Nederlandse bijdrage was de uitkomst van een diplomatiek schaakspel: de VS zochten Europese bondgenoten voor een missie, maar deelname aan een door Amerika geleide missie zou te provocerend zijn, vond het kabinet. Aan een Frans verzoek om mee te doen, gaf Nederland uiteindelijk wel gehoor. In augustus zal Denemarken een schip, als opvolging van Nederland, sturen.

Sinds maart in groepsquarantaine

De Ruyter voer uit op 28 januari, weken voordat de coronacrisis ook in Europa uitbrak. De tweehonderdkoppige bemanning, die sinds 14 maart in groepsquarantaine zat, keert nu terug in een nieuwe wereld: de anderhalvemetersamenleving.

Commandant van het marineschip, kapitein-luitenant ter zee Theo Klootwijk, kijkt positief terug op de missie Agenor. „Onze missie is gelukt”, vertelt hij donderdag telefonisch. Op dat moment is het schip net vertrokken uit de Spaanse marinehaven Rota voor een laatste bevoorradingsstop en vaart het in een keer door naar Nederland. „We waren aanwezig en werden door de commerciële en militaire vaartuigen in de Straat van Hormuz gerespecteerd.” Hoewel het resultaat van maritieme aanwezigheid in een regio zich slecht laat meten, is Klootwijk tevreden. „We zijn veertien keer heen en weer gevaren. Er hebben zich geen noemenswaardige incidenten voorgedaan in ons zicht.”

Toch hebben zich wel incidenten voorgedaan: een Iraans marineschip vuurde half mei tijdens een oefening een raket af die per abuis een ander Iraans schip raakte. Zeker negentien Iraanse militairen kwamen om het leven.

„Klopt, een vreselijk ongeval. Toen lagen we ver uit zicht, we hoorden het pas de volgende ochtend in het nieuws. De dag daarvoor lagen we nog wel in de buurt. Dat geeft aan dat er onverwachte dingen kunnen gebeuren tijdens zo’n missie, daar moet je op bedacht zijn. Er lag nu een landtong en een bergrug tussen, maar als we wel in de buurt waren geweest, hadden we ons ook zeker kunnen verdedigen.”

De smalle Straat van Hormuz, de zee-engte tussen Oman en Iran, is een van de drukst bevaren zeeroutes ter wereld. Daardoorheen vervoeren supertankers zo’n 25 procent van de wereldwijde olieconsumptie en een derde van het vloeibare gas dat mondiaal wordt gebruikt. De situatie daar is al gespannen sinds de Amerikaanse president Trump zich in mei 2018 eenzijdig terugtrok uit het kernverdrag dat de internationale gemeenschap in 2015 sloot met Iran. Nederland zet zich, samen met andere Europese landen, sindsdien in om de nucleaire afspraken toch overeind te houden.

Voor vertrek was om die reden veel te doen rond de Nederlandse deelname aan missie Agenor. Ondanks de keuze voor een Europees geleide missie, die „nadrukkelijk een de-escalatoir karakter” heeft, zoals de verantwoordelijke ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie aan de Tweede Kamer schreven, bestond vooraf de vrees dat Nederland alsnog zou kunnen worden meegezogen in een conflict, als het tot escalatie zou komen. Dat is niet gebeurd.

Voelde u Iraans wantrouwen tijdens de missie?

„Ze bewaakten hun belangen vrij alert, zoals hun offshore installaties en territoriale zee: als we daar nabij kwamen, werden we genaderd door Iraanse drones, patrouillevliegtuigen of -schepen. Soms naderden ze tot op de veilige zone van 450 meter. Dan werden er vragen gesteld over en weer. Als we via de marifoon geen contact kregen, waren we waakzaam. Als zij achter de wapens stonden, deden wij dat ook, nooit meer dan dat. Uiteindelijk vertrokken ze weer.”

Merkte u de spanning tussen Iran en de Amerikanen?

„Toen wij begonnen, was de Amerikaans geleide missie Sentinel al gaande. Onze benadering was open en de-escalerend: we hadden ons volgsysteem aan, zodat iedereen kon zien waar we waren en voeren heen en weer. We wilden uitstralen dat we een vrije doorvaart over de economische slagader bewaakten.

„Sentinel opereerde heimelijker en confronterender: de Britse en Amerikaanse schepen lagen vooral stationair, op een vaste plek, met het volgsysteem uit. Via de marifoon riepen ze schepen in de omgeving standaard op om verdachte situaties bij hen te melden – tegen het zere been van Iran. Via de marifoon riep Iran terug dat niet de VS, maar de kuststaten verantwoordelijk zijn voor het garanderen van de veiligheid en dat langsvarende schepen verdachte situaties juist bij hen moesten melden.”

De spanning tussen de landen bleef ook oplopen. In april kwamen marineschepen van beide landen bijna in botsing, kort daarop twitterde Trump dat hij Iraanse schepen zou bombarderen als ze te dicht in de buurt kwamen.

„Daar merkten wij verder weinig van. Er waren best veel Amerikaanse schepen in het gebied en we zagen dat er oefeningen plaatsvonden. Maar of dat werd veroorzaakt door die tweets of iets anders, weet ik niet.”

Terwijl u op zee zat, ging de wereldbevolking mondiaal in quarantaine. Hoe was dat?

„Het vergde vooral aandacht om het moreel en de scherpte onder de manschappen te behouden. Alle havenbezoeken kwamen te vervallen, familie kon tussentijds niet op bezoek komen, personeel kon niet gewisseld, zoals gebruikelijk. We hebben gelukkig veel dingen kunnen organiseren: sportevenementen, een pubquiz. En er waren zorgen over thuis. Uiteindelijk hebben we halverwege nog een paar mensen naar huis kunnen vliegen.”

Het schip zou aanvankelijk op woensdag terugkeren, maar kreeg nog een „onverwacht klusje”, zoals een Defensie-woordvoerder het noemt. Op verzoek van het Openbaar Ministerie heeft De Ruyter een koopvaardijschip onderschept en geïnspecteerd, op verdenking van het overtreden van internationale sanctieregels. Over welk land dat gaat, wil het OM niet zeggen. Voor de kust van het Egyptische Port Saïd, net voorbij het Suezkanaal, stond het gps-volgsysteem van het schip een paar dagen uit. Defensie en het OM willen er geen verdere mededelingen over doen, „in belang van het onderzoek”.

Was dit het spannendste element van de missie?

„Tja, het is wel een spannende taak. We zijn ervoor getraind om zoiets te doen: je vaart erheen, gaat aan boord van een schip en inspecteert dat. Het is concrete actie die met veel enthousiasme en professionaliteit is uitgevoerd. Gezonde spanning zou ik zeggen. De bemanning vond het een mooi slot.”

Alles wat je moet weten over de Straat van Hormuz