Wagengraf toont Keltisch eliteleven aan de Maas

Archeologie Een illegaal opgegraven wagengraf in Heumen kon ternauwernood legaal worden onderzocht. Samen met naburige Keltische graven toont het hoe hier een rijke Keltische cultuur kon ontstaan, tijdelijk.

Reconstructie van een strijdwagen van het type dat gevonden is in het Heumense graf.
Reconstructie van een strijdwagen van het type dat gevonden is in het Heumense graf.

Oss, Wijchen, Overasselt, Nijmegen: vier opvallend rijke graven uit de IJzertijd (de periode voor de komst van de Romeinen) op nog geen vijfentwintig kilometer van elkaar. Aan dit kwartet hebben archeologen nu een vijfde toegevoegd, bij Heumen, op de noordelijke oever van de Maas.

De opvallendste vondst in het Heumense graf is volgens archeoloog Nico Roymans (Vrije Universiteit, Amsterdam) een tweewielige strijdwagen. De houten onderdelen zijn tijdens de crematie verbrand, maar de wielbanden en andere metalen onderdelen zijn over, net als het tuigage van twee paarden. Lichte en wendbare strijdwagens als deze kwamen voor in de periode die archeologen aanduiden als La Tène A, ruwweg de vijfde eeuw v.Chr.

Vijf graven bij elkaar dus. Hoewel tussen de oudste en jongste begraving ongeveer twee eeuwen zijn verstreken, is het opmerkelijk dat ze zo dicht bij elkaar liggen. Opmerkelijk is bovendien hoe noordelijk ze zich bevinden, want ze behoren tot de Keltische cultuur, waarvan het zwaartepunt lag in het oosten van Frankrijk en het zuiden van Duitsland.

Drinkbeker. Een deel van de crematieresten zaten in deze beker.

Niet minder opmerkelijk is de rijkdom van de vijf. Terwijl de toenmalige boerensamenleving betrekkelijk egalitair is, lagen in deze graven kostbaar metalen vaatwerk en paardentuig. Omdat de Lage Landen geen koper, tin of ijzer produceerden, moet dit alles zijn geïmporteerd.

In het graf van Heumen maakten naast de strijdwagen een kort zwaard, pijlpunten en speerpunten het plaatje af: de nabestaanden van de man of vrouw die te Heumen is bijgezet, wilden deze overledene presenteren als krijger. Een krijger met internationaal aanzien. Een deel van de menselijke crematieresten lag in een kleine drinkbeker die óf is geïmporteerd uit het gebied van de Marne óf dit Marne-aardewerk imiteert. Een andere vondst is een situla, een bronzen emmer om mede of wijn uit te scheppen bij symposia, drinkgelagen in Mediterrane stijl die in de IJzertijd populair waren in heel Europa.

Eén ding is zeker: de familie die de uitvaart in Heumen organiseerde, had toegang tot de zuidelijke, Keltische cultuur en wist daarmee om te gaan. De vraag hoe dit mogelijk was, zou echter bijna niet gesteld zijn geweest.

Geen vindplaats, geen wetenschap

Het Heumense wagengraf is namelijk illegaal opgegraven. In de winter van 2018 - 2019 wist de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beslag te leggen op de vondsten. Daarop volgde een controle-opgraving waarbij archeologen fragmenten van de situla aantroffen die pasten bij de al opgegraven delen.

Zo viel met zekerheid vast te stellen dat de voorwerpen die op de illegale markt dreigden te belanden, afkomstig waren uit het graf bij Heumen. Zonder die identificatie zouden oudheidkundigen, als ze überhaupt op de hoogte zouden zijn geraakt van de wagen en de situla, vermoedelijk hebben geconcludeerd dat ze afkomstig waren uit Frankrijk of Duitsland. Dan zou nooit de interessante vraag gesteld zijn geweest hoe het mogelijk was dat mensen uit het oostelijk rivierengebied aansluiting hadden kunnen vinden op het Keltische netwerk. Zonder vindplaats geen wetenschap.

Resten van een bronzen, ritueel vernietigde Situla (Latijn voor ‘emmer’).

Want hoe kon een familie uit Heumen de rijkdom bezitten om een strijdwagen met versierd paardentuig, een bronzen situla met alcoholische drank en wapentuig te verwerven? Het is mogelijk dat handel een rol heeft gespeeld, maar alle denkbare handelswaren kennen problemen. Zeker, de bewoners van Griekenland en Italië hadden belangstelling voor barnsteen, maar de voornaamste handelsroute liep langs de Weichsel en niet langs de Maas of Rijn. Natuurlijk, de Lage Landen leverden zeezout, maar de bewoners van de Keltische kerngebieden dolven zelf al zout in de Alpen. En ja, lang blond vrouwenhaar was een gewild handelsproduct – maar pas in de Romeinse tijd.

Toch moeten de bewoners van het oostelijke rivierengebied iets te bieden hebben gehad. Misschien slaven of bont, al zijn die archeologisch niet te traceren. Een andere mogelijkheid is dat het niet gaat om goederen maar om diensten: archeoloog Roymans overweegt dat de krijger uit Heumen behoorde tot de cliënteel van een machtiger leider uit het zuiden en meent dat de voorwerpen wellicht zijn te interpreteren als giften in ruil voor politieke of militaire steun.

Een vervolgvraag kan dan zijn of de Heumense krijger uit het Nederlandse rivierengebied kwam en in dienst is getreden van iemand uit bijvoorbeeld het Rijnland of dat het gaat om iemand uit het Rijnland die zich heeft gevestigd aan de Maas. Dat dit laatste mogelijk is, bewijst het isotopenonderzoek dat de laatste jaren een steeds belangrijker bron van oudheidkundige informatie wordt: het toont dat in elk geval een deel van de bewoners van het Nederlandse rivierengebied een migratieachtergrond had.

Lokale aanpassingen

Archeologen kennen strijdwagens uit het Keltische kerngebied in Frankrijk en Duitsland. Er is echter een verschil: daar zijn ze niet verbrand. In het vijfde-eeuwse Heumen en Nijmegen zijn de voertuigen wel door vuur verteerd. Dat is ook het geval in Wijchen, waar een wat ouder type wagen aan de vlammen is prijsgegeven. Dit grafritueel maakt de reconstructie van zo’n vervoermiddel natuurlijk lastig maar bewijst tegelijk dat de elites van de Nederlandse IJzertijdgemeenschappen op hun eigen manier omgingen met zuidelijke invloeden.

De aansluiting van het oostelijke rivierengebied op de wijdere Europese netwerken was tijdelijk. Na de vijfde eeuw zijn er althans geen elite-begravingen meer bekend. Volgens Roymans zijn er aanwijzingen voor een demografische neergang in deze fase. Het is slechts een van de hypothesen waarmee oudheidkundigen verder gaan.

Er blijven veel vragen over. Waar kwam de overledene vandaan? Was het een man of een vrouw? Waar is de wagen gebouwd? Was er in de omgeving van het Heumense wagengraf een versterkte woonplaats? Het onderzoek zal nog jaren duren.

Voor de korte termijn zijn andere zaken belangrijk. De vondsten worden momenteel geconserveerd om ze volgend jaar in het Nijmeegse museum Het Valkhof te kunnen tonen aan het publiek. De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, die een rol speelt in de strijd tegen illegale opgravingen, doet nog strafrechtelijk onderzoek naar degenen die het graf te Heumen hebben geschonden.

Sierschijven die toebehoren aan een paardentuig.