‘Verandering moet langzaam groeien; het is niet wij tegen jullie’

Keti Koti / Theater Theatermakers Sue-Ann Bel en Ayrton Fraenk maken voor het Rotterdamse Maas Theater en Dans een voorstelling in het kader van Keti Koti. „Als je opeens zwart op wit ziet staan dat je van slaven afstamt, is dat toch een schok.”

Repetitie van ‘Aan Tafel’. Met vlnr: Ayrton Fraenk, Ismaîl Mamo, Elvis Rot, Sue-Ann Bel.
Repetitie van ‘Aan Tafel’. Met vlnr: Ayrton Fraenk, Ismaîl Mamo, Elvis Rot, Sue-Ann Bel. Foto Guido Bosua

‘De gevolgen van de slavernij en het koloniale verleden voelen we nog, want daar komt het hedendaagse racisme uit voort. Dat maakt het belangrijk om de geschiedenis te kennen. Die kennis is nodig om te begrijpen tegen welk systeem je vecht.”

Aldus theatermakers Sue-Ann Bel en Ayrton Fraenk (beiden uit 1993). Voor het Rotterdamse Maas Theater en Dans maken ze met twee Rotterdamse jongeren de voorstelling ‘Aan tafel’, in het kader van Keti Koti, de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli.

Dat de voorbereiding en het (historisch) onderzoek voor de voorstelling samenvalt met de demonstraties tegen institutioneel racisme onder de vlag van Black Lives Matter, heeft veel bij ze losgemaakt, vertellen ze.

En ze zijn nog aan het leren, benadrukken ze. Vandaar dat ze ook willen afspreken in The Black Archives, het informatiecentrum over zwarte geschiedenis in Amsterdam. Dat hebben ze maar net leren kennen, maar het blijkt meteen van grote waarde. Bel: „Hier bevindt zich de geschiedenis van mijn ouders. Ze zijn in 1980 vanuit Suriname naar Nederland gekomen. Zij hebben mij niet over de geschiedenis van Suriname verteld. Gesprekken voeren over geschiedenis is ook niet iets wat ouders over het algemeen doen. En op school heb ik niks over Suriname geleerd. Dit is de plek waar ik alles voor het eerst kan lezen.”

Fraenk beaamt haar woorden. „En tegelijk is het wrang dat dit The Black Archives heet, terwijl het ook gewoon Nederlandse geschiedenis is.”

Inhaalslag

Voor beiden is het de eerste keer dat ze zo bewust naar Keti Koti toeleven. Bel: „Ik heb dat niet meegekregen van mijn familie. Niet iedereen viert het. Nu maak ik een inhaalslag. En ik verbaas me erover dat het geen vrije dag is. Het is bevrijdingsdag.”

Bel ontdekte in The Black Archives haar eigen familiegeschiedenis. „Er ligt hier een slavenregister. Ik zag de naam van de moeder van mijn oma. Zo kon ik terug naar 17-nogwat. Je ziet je naam staan, met toevoeging ‘wasmeid’ of ‘veldmeid’. Het was waarschijnlijk dat we van slaven afstammen, maar als je het ziet staan, is dat toch een schok.”

Fraenk is met zijn Surinaamse vader in gesprek geraakt over Suriname. „We hadden het er nooit serieus over. Als hij iets vertelde over zijn jeugd in Suriname, ging het over kattenkwaad. Ik wist zelfs het jaartal dat hij hier is gekomen niet.”

Allebei hebben ze meegedaan aan de demonstraties tegen racisme, op de Dam, in Rotterdam en in de Bijlmer. Bel steekt haar vuist in de lucht. „Ik stond op de Dam: Yeah!” Ze loven de saamhorigheid. Fraenk: „Lang hebben we gedacht dat het wel losliep met racisme in Nederland. Het is goed dat nu wordt erkend dat er veel niet deugt en dat het probleem wordt benoemd.”

Bel: „Aanpassen was voor de generatie van mijn ouders gebruikelijk. Mijn generatie bevraagt die houding, er is misschien te veel geaccepteerd.”

Repetitie van ‘Aan Tafel’. Met vlnr: Sue-Ann Bel., Ismaîl Mamo, Ayrton Fraenk, Elvis Rot.

Foto Guido Bosua

Zakenman met afrokapsel

Het probleem van institutioneel racisme? Dat het institutioneel is, ingebakken, onvermijdelijk. Fraenk: „Voor een afstudeerproject van de filmacademie werd ik gevraagd een zakenman te spelen. Ik keek in de spiegel en dacht: ‘O, maar ik heb een afro, die moet ik dan afscheren.’ Dat is het beeld dat ik heb van zakenmannen. Daarna dacht ik: ‘Fuck, waarom denk ik dat?’ Zulke verwrongen opvattingen zitten ook in hemzelf, ontdekte hij. „Dus ik bevraag ook mijn eigen blik op de wereld.”

Er moeten stappen gezet worden, is hun overtuiging: in het onderwijs en in het delen van de macht in bestuur en bedrijven. En ze delen een afkeer van het misbruik van het woord ‘diversiteit’ bij instellingen, omdat het te vaak dode letter blijft. Fraenk kijkt vies als hij woord uitspreekt.

Bel zocht op wat theatergroepen in hun subsidieaanvragen schreven over diversiteit en daarna wat ze ondernamen naar aanleiding van Black Lives Matter, bijvoorbeeld op social media. „En zo niet, bellen.” Wat leverde dat op? Bel: „Iedereen zei: ‘Goed dat je belt. We zijn er mee bezig.’ Of: ‘We weten nog niet wat we moeten doen.’ Veel wilden met me in gesprek. Men wilde wel, maar was zich vaak nog aan het verhouden tot de gebeurtenissen.”

Fraenk corrigeert haar: „Dat is lief gezegd, maar je zei ook dat mensen vastgeroest zaten. Er kon niet spontaan iets worden gedaan. Terwijl dit de tijd is om je marketingplannen even opzij te zetten.” Bel: „Tuurlijk. Ik was ook geïrriteerd. Maar het is ongemakkelijk om dat te erkennen en mijn boosheid te uiten. Erkennen boos te zijn: dat is een proces waar ik nu inzit.”

Monster

Uit wat ze zeggen spreekt een groeiend zelfbewustzijn en vertrouwen. Al bekent Bel dat ze zich toch ook zorgen maakt om de opkomst van rechtse partijen. Dat wordt de hoop op gelijkheid de kop ingedrukt. „Dit is mijn land. Ik ben nooit in Suriname geweest. Maar doordat ik er zo uit zie” – ze trekt aan haar vel – „is het niet mijn land, zeggen zij.”

Fraenk vergelijkt het gevecht met racisme met opboksen tegen een enorm monster. „In mijn bed voer ik nepdiscussies, zodat ik precies het goede kan zeggen als het er op aankomt.”

Bel: „Grappig, ik ben juist aan het leren te zeggen dat ik het ook niet weet. Die ruimte wil ik mezelf geven. Ik ben een zwarte vrouw, maar dat betekent niet dat ik het allemaal weet. Ik kan evenveel leren als een wit persoon.” Fraenk: „Het is niet wij tegen jullie.” Bel: „We hebben elkaar nodig. Er moet zoveel gebeuren.”

Fraenk noemt het lied The revolution will not be televised, van Gill Scott Heron. „Verandering is niet wat je op beeld ziet. Verandering moet langzaam groeien en van onderaf komen.”

Maas Theater en Dans: Aan Tafel. Concept, spel, regie: Sue-Ann Bel en Ayrton Fraenk. Met: Ismaîl Mamo en Elvis Rot. Di 30 juni, woensdag 1 juli.