Opinie

Suriname is óns land

Suriname De uitleg van de Surinaamse verkiezingen is te sterk gekleurd door de Nederlandse blik en die van de hier wonende diaspora, schrijft . Suriname is geen ‘failed state’ maar ontbeert natievorming.
Aanhanger van de VHP, tot de verkiezingen de grootste oppositiepartij in Suriname, tijdens de campagne.
Aanhanger van de VHP, tot de verkiezingen de grootste oppositiepartij in Suriname, tijdens de campagne. Foto Ranu Abhelakh/ANP

In de maanden voorafgaand aan de Surinaamse parlementsverkiezingen beloofde de oppositie een begin te maken met het „redden van Suriname”. De kans is groot dat het over vijf jaar weer een illusie blijkt te zijn.

Op de verkiezingsdag zelf werd Desi Bouterse verslagen door oppositieleider Chandrikapersad Santokhi. Ook Nederlandse media en opiniemakers stortten zich op het beeld van ‘de nieuwe belofte’. De winst van oppositiepartij VHP van Santokhi, door zijn tegenstanders ook wel de „schoothond van Nederland” genoemd, werd breed omarmd. De crimineel Bouterse was verslagen – nu kwam ‘The Sheriff’, zoals een andere bijnaam van Santokhi luidt, Suriname redden. Dit is een verkeerd beeld van de werkelijkheid.

Het staat buiten kijf dat Bouterse in de tien jaar dat hij aan de macht was, er niet in is geslaagd een dusdanig beleid te voeren dat de kiezers hem nog een derde termijn wilden geven. Maar de redenen daarvoor moeten niet, zoals in Nederland wel wordt gesuggereerd, worden gezocht in zijn persoonlijke handelingen, de Decembermoorden van 1982 en zeker niet in de dubieuze veroordeling in Nederland tot elf jaar celstraf voor Bouterses vermeende betrokkenheid bij drugstransporten. Ook bevindt Suriname zich na tien jaar Bouterse niet voor het eerst in een neergaande economische spiraal. De situatie is veel vaker uitzichtloos of onzeker geweest.

Het nieuwe kabinet moet deze terugkerende cyclus van achteruitgang en stilstand doorbreken. Dat is een immense opgave. Het redden van Suriname kan dan ook onmogelijk aan een ideologische sheriff worden overgelaten, aan een man die voor het moment aan de overzeese politieke agenda en aan de eenzijdige opinievorming beantwoordt.

Nee, Suriname wordt pas gered wanneer Surinamers eindelijk tot het besef komen dat zij voor hun grondgebied, waar zij als gevolg van het kolonialisme naartoe zijn gebracht en dat in 1975 hún land is geworden, een gemeenschappelijke, ‘Suriname-droom’ moeten nastreven. Surinamers zijn het, ongeacht hun etnische afkomst, aan elkaar en hun kinderen verplicht om vooral géén inhoud te geven aan de uitspraak van de Nederlandse minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD), dat de multiculturele samenleving gedoemd is een „failed state” te worden.

Als er een nieuw ministerie in Suriname in het leven wordt geroepen, dan moet het een ministerie van Cultuur en Natievorming zijn – niet een ministerie voor de Diaspora, zoals in de Surinaamse-Nederlandse gemeenschap wordt geopperd.

Verdeel en heers

In het proces van natievorming is geen ruimte voor een eng (Nederlands) belang, doorspekt met verdeel en heers. Een gezonde politieke en bilaterale relatie tussen Suriname en Nederland moet op basis van gelijkheid vorm krijgen. Dan helpt het niet om de publieke opinie in Nederland en Suriname te voeden met een politiek bewuste agenda.

Waarom voeren Nederlandse media voortdurend analisten, programmamakers en journalisten op die zichzelf de titel van ‘Suriname-deskundige’ hebben toegeëigend om vervolgens hun meningen over de Surinaamse samenleving en politiek te ventileren? Zijn mensen als Prem Radhakishun en anderen uit de Surinaamse diaspora nu echt de stem uit Suriname, simpel omdat zij daar zijn geboren? Belachelijker kan het niet worden – zeker niet als je je bedenkt dat diezelfde Radhakishun in een uitzending van radiozender BNR benadrukt Nederlander te zijn en „tegen zijn wil in” bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 tot Surinamer te zijn gemaakt en dat hij in hetzelfde radioprogramma zijn geboorteland diverse malen „een heroïnehoer” noemt, een land met een ondankbaar volk waar niets goeds uit kan komen omdat iedereen corrupt en niemand integer is. Voor deze gekolonialiseerde geest bestaat er niet zoiets als een Surinaamse keuken, en dus geeft hij het advies dat „wie lekker Surinaams wil eten het best terecht kan bij Lindehof in Nederland”.

De maatschappelijke opinie over Suriname staat niet los van hoe Nederland tegen Suriname aankijkt. De opinievorming in het land van de ex-kolonisator wordt veelal ingegeven door een wenselijk wereldbeeld van hoe de democratische belevenis moet beantwoorden aan politieke en moreel ethische opvattingen en het politiek belang dat Nederland ten opzichte van de voormalige kolonie heeft.

Er zijn genoeg redenen te bedenken om een zekere politieke invloed op Suriname te behouden. In dat kader moet je een politiek bestuur in Suriname hebben dat invulling geeft aan een ongeschreven agenda, zodat het Nederlandse belang optimaal kan worden gediend.

Sta-in-de-weg

Met de staatsgreep in 1980 was Bouterse destijds een zeer welkome factor om af te rekenen met, zoals Nederland het toen noemde, „een politiek systeem van corrupte politici die een sta-in-de-weg zijn voor de verdere ontwikkeling van het land”. Het warme onthaal van de machtsovername en de uitermate goede financiële ondersteuning aan Bouterse zijn daar het beste bewijs van. Maar Bouterse ging een eigen koers varen, hij ‘faalde’ zogezegd in het Nederlandse scenario, en nu mogen Santokhi en zijn nieuwe coalitie met hem afrekenen.

Die nieuwe coalitie, bestaande uit vier partijen, heeft al binnen een week na de verkiezingen een samenwerkingsovereenkomst getekend voor de komende vijf jaar. Ze heeft onderling afgesproken dat Chandrikapersad Santokhi de volgende president van Suriname wordt. Met deze snelle actie hoopt Santokhi’s VHP (die 20 van de 51 parlementaire zetels won) ongetwijfeld te voorkomen dat de Nationale Democratische Partij (NDP) van Desi Bouterse (zestien zetels) alsnog tot een alternatieve coalitie weet te komen.

Hoe reëel dat risico is, zal blijken wanneer de 51 gekozen parlementariërs op 29 juni voor het eerst bijeenkomen, waarna officieel het proces begint om de president te kiezen. Vrijwel alle voorgaande verkiezingen leren dat Suriname zich tot dat moment in een cruciale fase bevindt. Want stel, parlementariërs lopen met hun zetels over en kiezen voor een kandidaat die niet de keus van de voorgenomen coalitie is. Ondenkbaar is dat niet; na de verkiezingen van 1996 vertrokken maar liefst vijf gekozen parlementariërs uit de VHP – en ze namen hun zetels mee. Daardoor lukte het de NDP met de toenmalige president Jules Wijdenbosch destijds in het machtscentrum te komen.

Nog een nuchtere realiteit: de Surinaamse parlementsverkiezingen zijn door geen enkele partij gewonnen. De Surinaamse bevolking heeft geen president gekozen. Ons kiessysteem laat dat gewoon niet toe. Die keus is, zoals eerder aangegeven, overgelaten aan de politieke partij die een tweederde meerderheid heeft weten te behalen of, zoals nu het geval is, aan politieke partijen die elkaar weten te vinden in een nieuwe coalitie, ongeacht hun zetelwinst.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.