Opinie

Sociale media zakken voor stresstest: harder ingrijpen is nodig

Democratie

Commentaar

Als de pandemie een stresstest was voor sociale media, is het resultaat niet best. Twitter, Facebook, YouTube en in toenemende mate TikTok zijn in de lockdowns een nóg belangrijker bron van informatie, sociale contacten en vermaak geworden, maar de bedrijven slagen er niet in om die bron zuiver te houden. Natuurlijk is in crisistijd ook de positieve kant van sociale media zichtbaar maar de schaduwkanten overheersen.

Wilde complottheorieën, nepnieuws, manipulatiecampagnes, polarisering: wie weleens een blik werpt op Twitter, YouTube of Facebook ziet hoe de platforms een vergrootglas zetten op de tribale kanten van de menselijke psyche. Het zijn middelen geworden voor mob rule: het recht van de luidruchtigste, waardoor nuancerende en contraire geluiden uit discussies worden weggepest. Hoe luidruchtiger de online-zwerm, hoe meer invloed. Deze week voelde bijvoorbeeld de politie zich onheus beschuldigd van uitlokking en geweld rondom het Malieveld. Deze dynamiek is zichtbaar aan alle kanten van het debat, van Black Lives Matter tot de klimaatbeweging. Dit is vaak geen vrijheid van meningsuiting meer, maar ondemocratisch gedrag om tegenstanders monddood te maken.

De platforms zelf zijn zich wel bewuster geworden van hun verantwoordelijkheid. Twitter besloot onlangs om strenger te modereren. Het plaatste een waarschuwing bij een tweet van de Amerikaanse president vanwege het oproepen tot geweld. Het verwijdert accounts en neemt soms omstreden beslissingen.

Een neutraal doorgeefluik zijn, kan definitief niet meer. Facebook stelde onlangs een nieuw soort adviesraad in, met onder meer politieke kopstukken. Die raad zal als een soort ‘Hooggerechtshof’ oordelen bij overtredingen van huisregels. Het is goed dat met nieuwe vormen van governance wordt geëxperimenteerd, de oude voldoen niet meer. Maar het toont ook dat overheden meer moeten doen om macht van techreuzen te balanceren. Beslissingen over grondrechten mogen niet alleen door techbedrijven worden genomen.

Het Europees Parlement richt zich onder meer op het verdienmodel van Big Tech. Het zette afgelopen week belangrijke stappen richting het verbieden van op maat gemaakte advertenties. Dat kan, mits goed uitgewerkt, een interessante optie zijn om polarisering te verminderen en marktmacht in te perken.

Het verdienmodel van de bedrijven draagt eraan bij dat mensen online in doelgroepen worden gesegmenteerd. De platforms hebben er financieel belang bij dat mensen in afgebakende groepen kunnen worden bereikt door adverteerders. Grotere verschillen tussen groepen mensen maken dit makkelijker. Het verdienmodel en de (geheime) algoritmes die dat optimaliseren werken zo tribalisering en polarisering in de hand.

Maar de discussie over het reguleren van sociale media moet dieper gaan. De onderliggende vraag is of internetplatforms onmisbare infrastructuur zijn, die ook als zodanig democratisch moet worden ingebed. Dat is in het verleden ook gebeurd met spoorlijnen, elektriciteit, telefonie en oliebedrijven: vaak door monopolies op te breken.

Natuurlijk hebben burgers een eigen verantwoordelijkheid: mensen zijn geen willoze speelballen van algoritmes en Big Tech. Ze hebben zich ook op Twitter als fatsoenlijke burger en kritische informatieconsument te gedragen. Maar de maatschappelijke afhankelijkheid van een handvol socialemediabedrijven is te groot geworden, net als hun giftige invloed op het publieke debat. Laissez faire is niet langer verantwoord.