Slang

Amsterdamse beestjes

Stadsecoloog schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.
Foto iStock

IJburg, het Diemerpark, het lange rechte fietspad van de Nesciobrug richting Muiden. Lang gras groeit langs dat fietspad, ergens tussen de plantenmassa klinkt gepiep. Gepiep als van een speelgoedbeestje, zo’n plastic beestje waar een hond graag zijn tanden in zet. Maar geen hond te bekennen hier. Wel gepiep. Ik buig wat gras opzij, en daar zit een grote groene kikker die inderdaad wel op een speelgoedbeestje lijkt, met zijn strakke gezichtsuitdrukking. Hij piept alsof er in hem geknepen wordt. Ik heb nog nooit een kikker horen piepen.

Maar ik heb ook nog nooit een kikker gezien van wie een achterpoot vastzat in de bek van een slang. Een ringslang heeft hem te pakken. Er zitten honderden ringslangen in het Diemerpark. Op de Waterlandse Zeedijk zitten ze ook, en in het Amsterdamse Bos en in het Diemerbos, en in Amsterdam-Noord zelfs binnen de ringweg. Ringslangen zijn bepaald niet zeldzaam rond Amsterdam, al zie je ze bijna nooit.

Maar deze is goed te zien. Hij heeft de kikker stevig beet, de kikkerpoten zijn in zijn bek verdwenen, slijm loopt langs zijn mondhoeken, bloed loopt langs de poot van de kikker. Onderin de bek van de slang zie ik een klein buisje, daardoor kan hij ademhalen als hij de kikker naar binnen werkt. Geen overbodige luxe, de kikker is breder dan de kop van de slang.

De slang trekt zich niets van mij aan, de kikker piept, en ineens vraag ik mij af hoe een ringslang zijn prooi doodt. Hij is niet giftig. En ik zie hem zich ook niet om de kikker vouwen om hem te wurgen. In dit soort situaties zie ik maar één oplossing. Mijn vrouw bellen. Want die is herpetoloog en weet alles van kruipend gedierte.

Foto Remco Daalder

-Ja hallo, met mij, ik sta hier in het Diemerpark, hoe maakt een ringslang een kikker dood?

-Dat doet hij niet. Hij vreet ze levend op.

-Lekker dan.

-Hij heeft naar achteren gerichte tandjes die hij steeds een stukje naar voren verplaatst, daar komt een kikker nooit uit.

-En hoe lang duurt het voor hij hem naar binnen heeft gewerkt?

-Bij een grote kikker? Uurtje, twee uurtjes, nog langer. En daarna doet hij er drie dagen over om hem te verteren.

-Nou, daar ga ik allemaal niet op wachten hoor. Trouwens, hij heeft genoeg van mij geloof ik, hij schuifelt achteruit. Tot straks!

De slang trekt zich terug in het gras en sleept de tegenstribbelende kikker moeiteloos mee. Ik zie ze al snel niet meer, maar ik hoor nog wel het machteloze gepiep van de kikker, die mee zal moeten maken dat hij heel langzaam stukje bij beetje in de slangenmuil wordt getrokken.

Als ik ooit reïncarneer als dier, dan liever niet als kikker. Maak van mij maar een drie sterren beter leven koe.

Stadsecoloog Remco Daalder schrijft hier op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.