Necrologie

Hans Sleutelaar: de dichter van weinig woorden is niet meer

De dichter Hans Sleutelaar gooide met zijn vrienden niet alleen de poëzie omver, ook de journalistieke mores veranderde hij met zijn kale interviewmethode. Hij overleed afgelopen donderdag.

Hans Sleutelaar (links) met Armando, Hans Verhagen en Cor Vaandrager in 1965
Hans Sleutelaar (links) met Armando, Hans Verhagen en Cor Vaandrager in 1965 Foto Hollandse Hoogte

‘Wollt Ihr die totale Poesie?’ schreef Hans Sleutelaar (1935-2020) in 1966. Het is zijn bekendste ‘gedicht’, waarschijnlijk ook het bekendste eenregelige Nederlandse gedicht. Het gewaagde gedicht typeert een generatie dichters die los wilde komen van de gekunstelde en bloemrijke taal van de Vijftigers. Kaal en effectief zet Sleutelaar de nieuwe generatie in vijf woorden neer. Sleutelaar vormde samen met Armando, Hans Verhagen en Cor Vaandrager de redactie van de literaire tijdschriften Gard Sivik en De Nieuwe Stijl. Zij, net als de mannen van het tijdschrift Barbarber, gooiden de toen geldende poëzie-conventies blijvend omver en formuleerden zo een antwoord op de generatie van de Vijftigers: het was tijd voor de Zestigers.

Het effect van het eenregelige gedicht was groot in de poëziewereld, en ook bij Sleutelaar zelf. Na dit gedicht zou hij zeven jaar lang geen poëzie meer publiceren. Sleutelaar heeft altijd de reputatie gehad een van de minst dichtende dichters van Nederland te zijn. Hijzelf zelf zat daar niet zo mee. „Talloos zijn de dichters zonder oeuvre”, zei hij erover, om dat als volgt toe te lichte: „Blijft de inspiratie weg, dan doe ik er het zwijgen toe”.

Willemsbrug

Geboren vijf jaar voor de oorlog in Nederland uitbrak, overleefde hij samen met zijn moeder de oorlog, zijn vader was grotendeels afwezig in die tijd, op de vlucht om niet te werk gesteld te worden in Duitsland. Ondertussen bracht hij als werkeloze muzikant dolend de tijd door. Een eerste herinnering aan het bombardement zette hij neer in het gedicht ‘Willemsbrug, mei ’40’: „Smeulend puin. Een graflucht. Meeuwen krijsen. / Maar ik ben achter vaders rug niet bang. Hij wijst. / - De jongenslijken die de Willemsbrug bevolken. / Weer zie ik het zwarte water om de pijlers kolken.” Behalve in poëzie hadden de jaren ’40-45 ook hun effect in de spraakmakende interviewbundel de SS-ers, die hij samen met Armando in 1967 maakte. De vijand zo vrijuit aan het woord laten was „slecht voor de volksgezondheid” was de algemene opinie over de interviewbundel. Opvallend genoeg verscheen de interviewbundel bij de uit het verzet ontstane uitgeverij De Bezige Bij. Uitgever Geert Lubberhuizen prees het boek aan met de woorden: „Een verschrikkelijk boek, maar een boek dat verschijnen moest.”

De kale interviewmethode paste Sleutelaar ook toe als redacteur van Haagse Post, dat in de jaren ’70 de nieuwe, signalerende vorm van journalistiek introduceerde. De manier waarop hij, vaak met Armando, interviewde, was baanbrekend en enorm invloedrijk.

Sleutelaar wist als man van weinig woorden niet alleen de poëzie een nieuwe richting te geven, maar ook de journalistiek, domweg omdat hij wist hoe krachtig woorden waren: „koud zijn mijn dromen van dood en van leven / koud en onvertaalbaar doodt de tijd de tijd // koud zijn de woorden – en levensgevaarlijk.”