Na de crisis: de middenstand van Ommen is nog niet in jubelstemming

Na de crisis Ook in het Overijsselse Ommen krabbelt de middenstand op uit de crisis. Dicht zijn was erger maar van een jubelstemming is nog geen sprake bij de kapper, de caféhouder en het taxibedrijf. ‘Wat ik vorig jaar heb verdiend, is op.’

Hans van Lingen, eigenaar café De Herberg: „In het begin zei ik steeds: Jongens, denk aan die anderhalve meter. Maar dat is geen doen. Zeker niet als er een paar biertjes inzitten. Dan kruipt iedereen bij elkaar.”
Hans van Lingen, eigenaar café De Herberg: „In het begin zei ik steeds: Jongens, denk aan die anderhalve meter. Maar dat is geen doen. Zeker niet als er een paar biertjes inzitten. Dan kruipt iedereen bij elkaar.” Foto Kees van de Veen

Alle campingdouches zijn uitverkocht. Jeanet van de Belt heeft door de coronacrisis alleen nog ‘kappersdouches’ in de campingshop van caravanbedrijf Mohocar in Ommen. Die bevestig je aan de kraan in de caravan en hang je door het raam. Hoef je het douchegebouw niet in en kan je het hele caravanboilertje van vijf liter in één keer op het gras leeg douchen.

Nazli Dogan van kledingreparatie Silo koos voor de bruid een mondkapje met een fijn lichtblauw patroontje. Voor de bruidegom een Delfts Blauw katoenen stof met klompen, tulpen en boerinnetjes. „Dat ik ooit mondkapjes zou naaien voor een bruidspaar. Je verzint het niet.”

Hans van Lingen staat achter de bar in een leeg café. Dat darten en biljarten vanaf 1 juli weer mag, is fijn. Maar schouder aan schouder aan de bar zitten mag niet. Met een vriendengroep aan één tafel ook niet. De anderhalve meter blijft. „Zet een paar vleugels aan je pand, dan mag het wel”, grappen klanten – omdat naast elkaar zitten in een vliegtuig wél is toegestaan. „In het begin speelde ik politieagent”, zegt Van Lingen. „Jongens, denk aan die anderhalve meter. Maar dat is geen doen. Zeker niet als er een paar biertjes inzitten. Dan kruipt iedereen bij elkaar.”

Dat ik ooit mondkapjes zou naaien voor een bruidspaar. Je verzint het niet.

Nazli Dogan, kledingmaker

We zijn in café De Herberg, in het centrum van Ommen, naast de Hervormde kerk. De café-eigenaren hebben het hele Kerkplein vol tafeltjes gezet, op passende afstand van elkaar. Er zitten wat fitte senioren in driekwartbroeken. Veel minder dan normaal in juni. Hun e-bikes hebben ze vastgezet langs de kabbelende Vecht. Ze drinken koffie en eten appelgebak. De toeristen komen ook voor de mooie natuur en de leuke winkeltjes.

De corona-crisis raakte ook Ommen met zijn twaalfduizend inwoners en nog eens vijfduizend in het buitengebied. Maar hoe? Hoe hard? En hoe komt dit oer-Nederlandse plaatsje uit de crisis? Zijn de Ommenaren echt zo nuchter als ze zichzelf graag zien? En is uitgekomen wat ze elkaar op het hoogtepunt van de coronocrisis bezwoeren: Sal wel met vall’n (het zal wel meevallen)?

Slapeloze nachten

Hans van Lingen is normaliter een opgewekt man. Maar sinds hij weer open mocht op Tweede Pinksterdag had hij een paar slapeloze nachten. „Wat ik vorig jaar heb verdiend, is op. Ik teer in op mijn reserve.” De eerste weken haalde hij 30 procent van de omzet. Nu is dat 35 procent. Druk wil het maar niet worden, zegt hij. „Na 1 juli mogen er meer dan 30 mensen binnen, maar op anderhalve meter afstand. Met passen en meten kunnen er dan misschien 35 in. Als ze niet gaan rondlopen. Het terras loopt alleen met goed weer.”

Zijn tafeltjes staan tot voor kledingwinkel Quattro Store, schuin aan de overkant van het Kerkplein. Die winkel was geen dag gesloten. Quattro Store bleef open toen ándere winkels sloten bij gebrek aan klanten. „Hebben wíj weer”, zei eigenaresse Jenneke Veurink tegen haar compagnon en schoonzus Liesbeth. „Is het crisis en onze zaak loopt als een trein.”

Jenneke Veurink schenkt een glas witte wijn in en schudt borrelnootjes in een schaaltje. In Ommen wordt de klant verwend. Negeer je ze of ben je chagrijnig, dan ben je ze kwijt. Ben je vriendelijk en onthoud je hun naam, dan heb je een band voor het leven. Dan komen gepensioneerden met een tweede huis in het Vechtdal elk jaar bij je terug voor hun zomertruitjes.

Nou nou, geen paniek

Net als in heel Nederland duurde het in Ommen even voordat de ernst van de toestand was ingedaald. De dochter van Jenneke Veurink, die in Amsterdam studeert, schrok toen haar moeder haar wilde omhelzen toen ze aan het begin van de crisis een paar weken naar Ommen kwam. Oppassen, corona!, zei haar dochter. Jenneke Veurink: „Ik dacht: nou nou, geen paniek.”

Het virus glipte ook Ommen binnen. Een ouder echtpaar dat net naar een zorghotel was vertrokken, werd ziek en overleed. Het haalde de plaatselijke krant. Cijfers zijn alleen beschikbaar over de gemeente Ommen, inclusief tien omliggende buurtschappen. Negen mensen werden opgenomen in het ziekenhuis; 53 positief getest. Ommen is daarmee gemiddeld. Zeker geen coronahaard zoals in Brabant en Limburg. En ook niet corona-vrij zoals flinke delen van Groningen en Drenthe.

Lees ook: de reconstructie van de corona-uitbraak van dag tot dag

De lockdown op zondag 15 maart kwam als een schok. In café De Herberg streden juist veertig dartkoppels om de prijzenpot en wisselden per serie van kroeg. Hans van Lingen was even naar huis gereden om naar de persconferentie te luisteren. Hij kwam terug: ‘Jongens we gaan sluiten!’ Huh? Wat? „Alleen de koppels die op kop lagen waren boos.”

Een plein verderop plakte die avond kapster Berna Poelarends van Berna’s Hairfashion haar 06-nummer op de deur. De weken die volgden, mengde ze voor bellers op verzoek „eigen specifieke haarkleur” en goot die in een soepbakje. „Je moet voorkomen dat ze zelf aan de slag gaan met pakjes van de drogist. Meestal heb je dan nét de verkeerde kleur.”

Poelarends deed dat als service, maar ook om haar klanten te behouden. De ‘gunfactor’ is de belangrijkste reden dat de zaak goed liep tijdens de crisis, zegt ook Jenneke Veurink. Klanten komen voor een mooie collectie, maar ook omdat ze haar nog kennen van de middelbare school. Ze gaan naar De Herberg voor een koud pilsje maar ook omdat Hans daar achter de tap staat die ze nog kennen uit de doe-het-zelfzaak van zijn vader Piet.

Het is ons kent ons in Ommen. „Een stadje met dorpse nukken”, zegt Poelarends. „Klanten kennen mij, maar ook mijn ouders én mijn grootouders. Ze weten wie ik ben en waar ik vandaan kom.”

En als ze het niet weten, zoeken ze het uit:

Ben jij er eentje van [noem een naam]?

Nee, van [noem een naam].

Ah! Ken je m’n broer [noem een naam]?

Oh, ja, die zat een klas boven mij.

Biertje?

Ommenaren halen niet een biertje voor zichzelf. Dan ben je echt lomp. Je haalt een meter. Er zijn er die ‘knieperig’ (gierig) zijn. Maar in de kroeg zijn zelfs die gul. De bierleverancier van De Herberg zei tegen Hans van Lingen (voor corona-tijd): „Wat jíj aan bier tapt in een week, niet te geloven.”

„Ik doe m’n best.”

Gordijntjes voor de caravan

Loop het Kerkplein af, ga de Bouwstraat door: dan kom je bij ‘Kledingreparatie Silo’. Nazli Dogan en haar man zijn echte ‘import’: ze komen uit Amsterdam. Haar man werkte voor een kleermaker. Toen ze een eigen kleermakerij wilden beginnen, kregen ze het advies om ergens te gaan wonen waar niet op elke straathoek een kledingreparatiewinkel zit. Ze hadden nog nooit van Ommen gehoord, nu wonen ze er achttien jaar. En nooit spijt gehad.

Door corona werd het leven in Ommen voor het eerst zwaar. Nazli Dogan was angstig, zij heeft een longaandoening, haar man is hart- en suikerpatiënt. Drie weken was de kleermakerij dicht. Daarna was er weinig werk. Kleding vermaak je vooral voor ouderen, en die zaten thuis, zegt Nazli. Ook geen gordijntjes en kussenhoezen voor de caravan want die bleef in de opslag.

Nazli Dogan eigenaresse van ‘Kledingreparatie Silo’ „De mondkapjes hebben ons door de crisis geholpen.” Foto Kees van de Veen

Ze kreeg een ingeving tijdens de persconferentie met Rutte op 6 mei. Mondkapjes zouden verplicht worden in het openbaar vervoer. Samen met haar man begon ze te naaien. Mooie katoenen mondkapjes, dubbellaags en wasbaar. Talloze patronen. Stapels. Zes euro per stuk. Nadat een journalist van de regionale krant De Stentor over hun initiatief had geschreven, stond er een file voor de zaak.

Nu neemt de vraag af, maar het andere werk weer toe. Nazli: „Die mondkapjes hebben ons door de crisis geholpen.”

Een straat verderop zit Taxi Steen. Diana Begeman is mede-eigenaresse. Ze is een jeugdvriendin van Hans van Lingen van café De Herberg. Als achttienjarige haalden hij en zijn vrienden haar stiekem met de auto op voor feestjes.

Tijdens de lockdown ging ze van 280 taxiritten per dag naar hooguit 40. Leerlingenvervoer lag helemaal stil, er waren alleen hoogstnoodzakelijke ziekenhuisafspraken. En bij die ritten zaten de passagiers achterin, achter een scherm van doorzichtig tafelzeil – de chauffeur met mondkapje om en een fles desinfectiegel mee. Van de 56 wagens werden er 40 van de weg gehaald om verzekeringspremie uit te sparen.

Nu gaat het iets beter, zegt Begeman. Ze zit weer op zo’n honderd ritten per dag. Maar die zijn wel heel bewerkelijk. Krijg maar eens een klant in een elektrische rolstoel in het busje – op anderhalve meter afstand. Scholieren gaan om de dag naar school. Begeman: „Pietje op maandag en woensdag, Marietje op dinsdag en donderdag. Elke ouder mag dat zelf doorbellen.”

Op zaterdag reden altijd zes chauffeurs de hele nacht. Nu twee en ze zijn vroeg klaar. Geen tentfeesten, geen vrijgezellenuitjes. Geen vriendengroep die een avondje naar de Gelredome gaat. Dat zal ook met de versoepeling vanaf 1 juli voorlopig niet veranderen, verwacht ze.

„Prettig is dat de anderhalve meter ín de taxi vanaf 1 juli niet meer geldt. Het was ook niet uit te leggen dat je wél in een vliegtuig naast elkaar mag zitten maar niet in een bus of taxi.”

De helft van de chauffeurs is in loondienst, de andere helft werkte via een uitzendbureau. Zij hoorden begin juni dat ze niet meer nodig zijn. Begeman: „Dat ging me aan m’n hart.” Ze hoopt dat ze een deel weer kan inhuren, als de markt door de versoepeling aantrekt. „Er is zoveel onzekerheid nu. Dat valt niet te voorspellen.”

Recreëren in eigen tuin

We gaan het centrum uit, richting de Lidl. Langs keurige heggen, gladde gazons, strak gesnoeide bomen, keurige stoepen. Ommenaren zijn van nut en netjes, geen opschik of opsmuk. Het is ook duidelijk waarom hier geen discussie is over afstand houden, zoals in de grote steden: ruimte zat. Nergens is het lastig om iemand ruim te passeren behalve misschien in een paar straten van het stadscentrum. Hutje mutje in een park? Echt niet.

Dorps recreëren is anders dan stads recreëren. Terwijl in de Randstad wel eens stadsparken vol barbecuënde, rosé drinkende inwoners ontruimd moeten worden, zit de Ommenaar in zijn eigen tuin. Die hééft hij ook. Vrienden komen dáárheen. En dat is vaak een vaste groep – sociale contacten zijn hier minder los zand dan in de Randstad waar je met de een naar de film gaat, met de ander vissen en weer een ander van volleybal kent. Hier doe je met dezelfde vrienden álles.

Na de Lidl, langs de Albert Heijn, de Karwei en dan rechts de enorme glazen showroom van Mohocar caravanverkoop, onderhoud en opslag. Het is het domein van Dick van der Vegt.

Mohocar zit in het luxesegment. Enorme, glimmende caravans van tot wel een halve ton worden hier verkocht en onderhouden. ’s Winters hebben zes monteurs een fulltime baan aan onderhoud en schadeherstel. De klanten zijn vooral pensionado’s, van buiten Ommen, zegt Dick van der Vegt. „Advocaten, leraren, ambtenaren.”

Het voor- en naseizoen is van hen. Ze halen ieder jaar de caravan begin mei, maar nu belden ze eind maart massaal af. Meer dan tweehonderd caravans staan nog in de stalling. Voor Mohocar wordt het een probleem als ze blíjven staan, zei Dick van der Vegt in mei. „Caravans die niet gebruikt worden, hebben geen onderhoud nodig.” Een van de monteurs is nu een stoep aan het leggen. „Je moet ze bezig houden, hè. De goeie zijn bijna niet te krijgen, dus die wil je niet kwijt.”

Van der Vegt zelf is ook van de techniek. Hij loopt rond in een overall en staat in de werkplaats onder de caravan op de brug. Met klanten praten laat hij over aan zijn pa (78), die nog altijd rondstiefelt op het bedrijf dat hij oprichtte. Zijn compagnon Arjan doet de verkoop. „Na vijf minuten koffie drinken heb ik het wel gezien. Ik wil dóen.”

Koffie!? Jullie drogen uit.

Dit is Jeanet, onze bedrijfsheks.

Grapjas.

Dat is ons geintje.

Normaal kruipen we in de pauze het liefst met z’n tienen bij elkaar in het hok, zegt Jeanet van de Belt. „Gezellig ouwehoeren en klieren.” Nu drinken ze koffie in twee groepjes. Anders zitten ze te dicht op elkaar. „Laatst was ik jarig en kreeg ik van Dick een dikke knuffel. Ach ja, we zijn hier een grote familie.”

Dick van der Vegt, eigenaar van caravanbedrijf Mohocars: „Een recessie, dat merk je pas een jaar later.”
Foto Kees van de Veen
De caravanstalling van Mohocar staat nog nagenoeg vol.
Foto Kees van de Veen
Het caravanbedrijf Mohocars. Eigenaar is Dick van der Vegt: „Een recessie, dat merk je pas een jaar later.”
Foto Kees van de Veen

Plaatselijke cycloon

Het bedrijf heeft een behoorlijke buffer. Maar het opknappen van de opslaghallen aan de overkant wordt toch maar uitgesteld. Vorig jaar juni was er ook nog die idiote cycloon die precies over het terrein met de occasions raasde. Extreem plaatselijk. Van der Vegt die tweehonderd meter verderop woont, had niets in de gaten. Z’n dochter fietste er langs en belde hem: „Er liggen caravans op hun kop.” Van der Vegt: „Er stond daar een rij bomen. Bij de grond afgebroken.”

Ja, het is dubbel pech.

We doen ons best, maar wel tanden op elkaar.

In juni trekt het weer wat aan. Jeanet van de Belt heeft weer klanten in de campingshop. Apparaten als gasbarbecuetjes of een frituur voor in de caravan, lopen goed. „Mensen proberen het voor zichzelf gezellig te maken”, concludeert ze.

De toilet- en doucheblokken zijn weer open gegaan. Al blijven mensen angstig. Van de Belt adviseert met een pak natte doekjes te gaan plassen. „Je pakt daarmee de deurklink vast, veegt de bril af. Gooi in de afvalbak, niks aan de hand.”

Veel caravans staan nog in de stalling. De hoop is dat een deel van de eigenaars het naseizoen nog meepakt. Anders hebben de monteurs in de winter weinig te doen. De verkoop van caravans gaat door, zegt Van der Vegt. Arjan heeft er net nog een telefonisch verkocht. Ze waren allemaal onder de indruk. Zijn vader vertelt aan wie het wil horen dat er een recessie aankomt, maar dat voelen ze nog niet. Dick van der Vegt: „Dat merk je pas een jaar later.”

Voor manege Laarbrug moet je terug door het centrum. Daar is de brug over de Vecht, afspreekpunt voor hardlopers, mountainbikers, skeelers. Langs hotel De Zon dat net is verkocht en dat de volgende eigenaar nog een beetje moet opknappen.

Ponykampen

Peter Schwieters van manege Laarbrug had in maart alle reden om somber te zijn. Van de een op de andere dag moesten de lessen stoppen, de volgeboekte groepsaccommodatie stond leeg en de ponykampen in de zomer waren onzeker. De paarden vreten wel door.

Maar hij was niet somber. Zit niet in zijn aard. Een crisis is als een paard berijden, zegt hij. Niet in de teugels hangen maar meebewegen. En áls je valt, stap je meteen weer op je paard. Anders word je bang en dan kan je beter geen bedrijf runnen. De verbouwing van de groepsaccommodatie mag best even wachten. Deze manege, die hij overnam van zijn ouders, valt niet zomaar om.

Hij heeft een recreatiemanege, zegt hij. Sfeer is belangrijker dan de allerbeste zijn op wedstrijden. Al blijft hij zelf ten diepste een springruiter. Hij regeert er met losse hand – zo lang het niet gevaarlijk is, kan vrijwel alles.

Lees ook: een pleidooi om een uitzondering te maken op de corona-regels voor bepaalde groepen

Halverwege juni danst hij op Donna door de binnenbak. Hals gebogen, benen hoog. Als hij na een half uur van een dampend paard afstapt, is hij tevreden. Hij voelt haar aan, zij hem. Ze gaat nog veel beter worden.

De paardrijlessen zijn weer hervat. Nu hij net heeft gehoord dat ook de ponykampen doorgaan, hoor je hem niet klagen. De kampen brengen geld, natuurlijk, maar vooral ook sfeer. Wat is een manege zonder mensen? De zomergekte met opgewonden kinderen die telkens een week lang pony’s poetsen en knuffelen en buitenritten maken, dát vindt hij het mooist.

Hij is trots dat hij ook jongens en tieners weet te trekken. Hoe? Nou gewoon doen wat hij zelf ook leuk vindt: zonder zadel het water in met de paarden. Tot er een ruiter in ligt. Keihard galopperen over de zandverstuiving. Gevaarlijk? Nee hoor, zolang het maar niet richting stal is, kan er niet veel gebeuren.

Peter Schwieters, eigenaar van manege Laarbrug: “Een crisis is als een paard berijden. Niet in de teugels hangen maar meebewegen.” Foto Kees van de Veen

Koffie uit kartonnen bekertjes

Terug naar het centrum. Op het Marktplein knipt Berna Poelarends in een corona-proof salon, volgens een strikt afsprakenschema. Van de zeven stoelen zijn er vier in gebruik. Geen tijdschriften, kapmantels na elke knipbeurt in de was, koffie uit kartonnen bekertjes. De eerste weken na de heropening op 11 mei begon ze om acht uur ’s ochtends en ging door tot in de avond. Haar eerste klant was café-eigenaar Hans van Lingen. Dat was vooral een grapje. Ze had hem zo vaak geplaagd met zijn corona-kapsel. Ze had vijftig afspraken ingepland. Haar kapsters werkten in shifts.

In juni zakte het weer in. Ze mist nog flink wat klanten. Vooral heren en jongeren. „Die hebben waarschijnlijk een andere oplossing gevonden en vinden het wel goed zo.” En ouderen. „Het kan zijn dat die huiverig zijn voor het virus.”

Het is niet zoals het was, maar dicht zijn was veel erger. Ze had een groot hart voor de deur op de tegels getekend, bemoedigende woorden gepost op Facebook, een wekelijks spreekuur geopend, föhns en droogkappen uitgeleend en shampoo rondgebracht. Maar ze voelde zich machteloos.

Het kan zijn dat ouderen huiverig zijn voor het virus..

Berna Poelarends, kapper

Op het Kerkplein vertelt Jenneke Veurink hoe zij en haar schoonzus na 25 jaar een goede neus hebben voor wat Ommen wil dragen. Ze kiezen beiden wat hen leuk lijkt en kijken dan kritisch naar keuze van de ander.

Hé dat? Wie trekt dat nou aan?

Nou, José. Of Annemiek.

O, ja.

„Je moet er altijd iemand ín zien”, zegt Veurink.

Misschien is hun fingerspitzengefühl de reden dat alleen in april de zaak minder liep. Misschien ook het werk van de jongens die de actie Ommen doe(t) wat terug startten om Ommenaren te bewegen vooral lokaal te kopen. Mei was zelfs iets beter dan vorig jaar.

In juni komen ook de toeristen weer binnen. Net nog, een Duitser, hij kwam voor een broek. Die brengt ze dan naar Nazli Dogan van Silo Kledingreparatie om iets korter te zomen. Ze was met haar dochter aan het mountainbiken toen ze hem zag zitten vissen: „Deine Hose ist fertig”, riep ze.

Ze vindt het bijna rot om te zeggen dat het haar goed gaat, omdat ze een uitzondering is. Ze weet hoe zeer de coronacrisis nog steeds ingrijpt in het leven van anderen, in de cafés rondom de winkel.

Hans van Lingen vond eigenlijk de lockdown béter. Ja, dat was klote maar duidelijk. Nu is hij open maar kan niks. Zijn café staat bekend om de livebands die honderden mensen trekken. Dát is zijn omzet, maar ook zijn lol. De Ommer Bissingh (jaarmarkt) gaat niet door – zes woensdagen geheid geweldige omzet. Met liefhebbers kijken naar voetbal of de Formule I. Dáár doet hij het voor.

Mees van Opijnen zit op het terras van De Herberg. Ze is 22. Ze is blij dat ze weer op het terras een wijntje kan bestellen. Maar ze mist het afspreken met vrienden. De lol, het feesten. De jus van het leven. „Je hebt niets meer om naar uit te kijken. Nou ja, ik kijk heel erg uit naar één ding. Dat het leven weer normaal wordt.”

 

Roze strepen in de winkelstraten van Ommen om genoeg afstand tussen het winkelend publiek te garanderen.
Foto Kees van de Veen
Berna Poelarends eigenaresse van kapsalon Berna’s Hairfashion „Klanten kennen mij, maar ook mijn ouders én mijn grootouders. Ze weten wie ik ben en waar ik vandaan kom.”
Foto Kees van de Veen
Roze strepen in de winkelstraat van Ommen en Berna Poelarends eigenaresse van kapsalon Berna’s Hairfashion
Foto Kees van de Veen

„Hebben wíj weer”, zei eigenaresse Jenneke Veurink van kledingwinkel Quattro Store tegen haar compagnon en schoonzus Liesbeth. „Is het crisis en onze zaak loopt als een trein.” Foto Kees van de Veen

Toeristen langs rivier De Vecht in het centrum van Ommen. Foto Kees van de Veen