Opinie

Laten we beeldenstorm plegen op één venster

Geschiedenis De Canon van Nederland wordt gekleurd door identiteitspolitiek met een zweem van staatspedagogiek , observeert Jasper Rijpma.

Geen plek in de Canon voor Tula, de leider van een slavenopstand op Curaçao in 1795. Koning Willem-Alexander onthulde in 2018 een herinneringsbord in Willemstad.
Geen plek in de Canon voor Tula, de leider van een slavenopstand op Curaçao in 1795. Koning Willem-Alexander onthulde in 2018 een herinneringsbord in Willemstad. Foto Patrick van Katwijk/ANP

Vorige zaterdag ging ik met mijn gezin naar Hoorn om de stemming te peilen bij het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Dit beeld van ‘de bedwinger van Indië’, hoog en imposant te midden van een plein vol witte terrasbezoekers, bevreemde me in deze tijd van massaprotesten. Maar als geschiedenisleraar ben ik beroepsmatig ook fel gekant tegen het uitwissen en overschilderen van geschiedenis. Een oplossing voor dit dilemma viel ons die middag te binnen, op dat terras, letterlijk in de schaduw van de slachter van Banda: verwijder het beeld, maar laat de sokkel staan. Plaats op alle zijden van de vierkante sokkel tegels met context die recht doet aan de verschillende perspectieven op het verleden waar dit beeld deel van is. Zo creëer je op deze plaats van herinnering een monument, dat uitnodigt tot reflectie op de meervoudigheid van het verleden.

Twee dagen later presenteerde de commissie-Kennedy een update van de Canon van Nederland. Vijftig vensters, zoals ‘Maria van Bourgondië’, ‘Johan van Oldenbarnevelt’ en ‘de gastarbeiders’ loodsen ons door het vaderlandse verleden en bieden ons een inkijkje in wat de commissie ziet als het collectieve geheugen van Nederland. Het resultaat is noodzakelijkerwijs een compromis, een echte poldercanon.

De publicatie van de Canon-update kon niet beter getimed zijn, in een periode dat identiteitspolitiek volop in de publieke belangstelling staat. Wereldwijd klinkt protest, vóór gelijke behandeling en tegen institutionele vormen van discriminatie. Van Boston tot Bristol worden standbeelden van sokkels getrokken. In ons land denderen de schokgolven van over de Atlantische Oceaan naar de Rode Steen in Hoorn, waar Jan Pieterszoon Coen, zoals gezegd, nog altijd fier overeind staat.

Lees ook: De nieuwe Canon van Nederland: de belangrijkste wijzigingen op een rij

Politieke lading

Van meet af aan is het Canonproject in hoge mate politiek gekleurd geweest. Zo is in het regeerakkoord te lezen: „We vinden het belangrijk de kennis over onze gedeelde geschiedenis, waarden en vrijheden te vergroten. Deze maken ons tot wat we samen zijn”.

De uiteindelijke keuze van de commissie zegt evenveel over het heden als over het verleden. Minister Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vond het in het licht van huidige ontwikkelingen belangrijk om meer diversiteit aan te brengen in de Canon. Dat is aardig gelukt, hoewel het vervangen van premier Willem Drees door minister van Staat Marga Klompé wat geforceerd overkomt. Ook vond de minister het belangrijk dat meer aandacht zou worden besteed aan de schaduwkanten van de geschiedenis. Deze politieke doelstelling is onder druk van een Kamermeerderheid geschrapt.

De Canon sluit af met ‘het Oranjegevoel’ - een veelzeggende keuze. Die verraadt namelijk dat de Canon veel meer is dan een pedagogisch instrument voor leerkrachten en erfgoedinstellingen, zoals de opdracht aan historicus James Kennedy doet geloven. Impliciet dient de canon om de nationale identiteit aan te scherpen en de sociale cohesie te bevorderen. De update komt – niet geheel toevallig – gelijktijdig met de wet ‘verduidelijking burgerschap in het funderend onderwijs’. Die verplicht scholen tot het ontwikkelen van ‘de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de Nederlandse democratische samenleving’. Met de Canon heeft de overheid een instrument in handen dat sterk gekleurd wordt door identiteitspolitiek en waar wellicht ook een zweem van staatspedagogiek over hangt.

Historisch besef aanleren

We doen er daarom goed aan om behoedzaam om te springen met dit instrument. Een chronologische rondgang langs erflaters van de beschaving doet geen recht aan de ontelbare verzwegen verhalen die het ook verdienen om verteld te worden. Denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van Tula, de leider van een slavenopstand op Curaçao in 1795. Er is geen plek voor hem binnen de huidige Canon, maar ik gebruik zijn verhaal in mijn les om het onderscheid tussen de begrippen ‘slaaf’ en ‘slaafgemaakte’ te verduidelijken.

Het doet evenmin recht aan de ontelbare gesmoorde stemmen van vrouwen en diverse minderheden. Hun is de kans ontnomen op een belangrijke positie in het collectieve geheugen. Hetzelfde geldt voor alle meisjes en jongens met dromen en ambities, die geen gelijke kansen hebben gekregen om zich te manifesteren in het openbare leven. Door te kiezen voor ‘microgeschiedenis’ had de Canon-commissie subtiel kunnen benadrukken dat een canon van erflaters een constructie is, een verhaal uit vele. Het aanleren van dit historisch besef lijkt mij een belangrijke functie van de Canon. Daar heeft de commissie mijns inziens een kans laten liggen.

Ik wil ervoor pleiten om één Canonvenster leeg te maken. Om te beeldenstormen, zo u wilt. De leerkracht, of de educatief medewerker van een erfgoedinstelling bepaalt wat erin komt. Dat lege venster kan worden ingevuld met verzwegen verhalen, met gesmoorde stemmen, of met andere inhoud die de verteller belangrijk vindt. Het verleden is gelaagd en meervoudig. Geef leraren de kans om dit besef te onderwijzen. Durf vensters leeg te laten, zoals we ook moeten durven om sokkels leeg te laten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.