Opinie

Laat Unilever voor vertrek eerst afrekenen

Multinational Nederland moet bedrijven die naar een land zonder dividendbelasting verhuizen nog een keer laten betalen, schrijft .
Unilever bracht in de jaren negentig Becelkaas op de markt
Unilever bracht in de jaren negentig Becelkaas op de markt Foto ANP

Unilever laat zich erop voorstaan dat het altijd netjes belasting betaalt. Maar hoe netjes is het om de in negentig jaar gecreëerde waarde in de Nederlandse NV zonder af te rekenen over te hevelen naar dat ene hoofdkantoor in Londen? Nadat het bedrijf premier Rutte in 2018 liet vallen en de keuze voor vestiging in Rotterdam afblies, besloot het kabinet de dividendbelasting toch niet af te schaffen. Daar kan Nederland nu van profiteren.

Eric Wiebes stelde twee weken geleden zeer teleurgesteld te zijn met de keuze van Unilever voor één hoofdkantoor in Londen. De minister van Economische Zaken en Klimaat (VVD) koesterde de belofte van het bedrijf dat er geen gevolgen zullen zijn voor de betrokkenheid bij Nederland. Dat het slechts een papieren transactie is.

Dat klopt niet, de schade is groot. De Nederlandse schatkist loopt, nadat de Nederlandse NV is vertrokken, jaarlijks zo’n 250 miljoen euro aan dividendbelasting mis. Volgens de vorige ceo van Unilever, Paul Polman, investeert Unilever jaarlijks ongeveer 1 miljard euro in Nederland omdat hier een hoofdkantoor staat. In bijvoorbeeld Oostenrijk, een markt van vergelijkbare omvang, investeert het bedrijf slechts zo’n 300 miljoen euro per jaar. Het is logisch en fair dat Den Haag nu de schade voor de Nederlandse samenleving, die decennialang heeft bijgedragen aan het succes van Unilever, gecompenseerd wil krijgen.

Hoge moraal van de lage landen

In februari 2017 beleefde de leiding van Unilever een bijna-doodervaring. Nadat de agressieve belager Kraft Heinz was afgeschud, kondigde de multinational met twee hoofdkantoren (55 procent Nederlands, 45 procent Brits) aan slagvaardiger te willen worden door voor één aandeel en één nationaliteit te kiezen. Maart 2018 koos het bestuur voor een Nederlandse NV met een hoofdkantoor in Rotterdam. Een logisch besluit, het isolerende effect van de Brexit werd gevreesd. Bovendien past het Nederlandse ‘stakeholder-model’ veel beter bij de duurzame langetermijnambities van Unilever dan het Britse op de kortetermijnbelangen van aandeelhouders gerichte systeem.

Unilever kiest voor de hoge moraal van de lage landen, kopte de Financial Times meesmuilend. Om vervolgens regelmatig te melden dat steeds meer aandeelhouders in de Britse PLC van plan waren tegen de verhuizing te stemmen. Ook op het Londense hoofdkantoor overheerste onbegrip. Hoezo naar ‘Rotterdoom’?!

Ceo Paul Polman had van tevoren duidelijk gemaakt aan oud-Unilevermedewerker Mark Rutte dat de dividendbelasting moest worden afgeschaft. Ook dat was logisch: beleggers in de Britse PLC zouden hun aandelen nooit omruilen voor aandelen in de nieuwe NV als over het uit te keren dividend opeens 15 procent belasting moest worden betaald. Najaar 2017 beloofde het nieuwe kabinet-Rutte III de dividendbelasting af te schaffen, jaarlijks goed voor 1,4 miljard euro belastinginkomsten. De oppositie vroeg zich meteen af of multinationals hier de baas waren geworden. De uitleg dat Nederland een land van filialen dreigt te worden zonder de hoofdkantoren van Unilever of Shell maakte nauwelijks indruk. De weerstand in de samenleving groeide.

Lees ook: Unilever vertrekt. Is dat erg?

Verhuizing ging niet door

Premier Rutte, VNO-NCW-voorman Hans de Boer en CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma zetten vervolgens vrijwel al hun politieke kapitaal in om de afschaffing toch overeind te houden. Ze waren als de dood, na de deconfiture van ABN Amro in 2008, in een parlementaire enquête het verwijt te krijgen niet alles op alles te hebben gezet om Unilever en Shell hier te houden.

Aan de andere kant van Het Kanaal vreesden beleggers in de PLC het gedwongen vertrek uit de Britse FTSE-index. Ze wantrouwden die Hollandse moraal en de groeiende druk om die dividendbelasting straks toch niet af te schaffen. De vereiste 75 procent van de PLC-aandelen die voor Rotterdam moest stemmen werd wankel. Begin oktober 2018 liet Polman de premier weten die stemming uit te stellen. De verhuizing naar Rotterdam werd afgeblazen. Een woedende Rutte besloot vervolgens de dividendbelasting overeind te houden.

De opvolger van Polman, Alan Jope, heeft nu haast. De aandeelhouders is één slagvaardig hoofdkantoor beloofd. Als het VK eind dit jaar de Europese Unie verlaat, wordt het een stuk ingewikkelder om zo’n besliscentrum naar Londen te krijgen.

‘Heffingslek’ in dividendbelasting dichten

Laat Unilever voor dat vertrek eerst met Nederland afrekenen. Het is gebruikelijk om als een bedrijf de activiteiten liquideert een eindafrekening te maken en de opgebouwde waarde die dan aan de aandeelhouders zal wordt uitgekeerd, uiteindelijk te belasten. Bij een verhuizing naar het buitenland wordt nu niet afgerekend. Bart Snels, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, wil dit ‘heffingslek’ in de dividendbelasting dichten, en wettelijk vastleggen dat op het moment dat een hoofdkantoor en daarmee de ‘stille reserve’ aan opgebouwde waarde wordt verplaatst naar een land waar geen dividendbelasting wordt geheven, het VK bijvoorbeeld, hier eerst dividendbelasting wordt betaald. Zo ontstaat een stevige financiële prikkel om hoofdkantoren niet te verplaatsen.

Den Haag lijkt er klaar voor om strenger te worden, zo bleek vorige week ook uit de voorwaarden voor de tweede NOW-regeling, de steun voor het doorbetalen van lonen bij bedrijven in coronanood. Een bedrijf dat belasting probeert te ontwijken krijgt die steun niet. Veel Unileverianen begrijpen dit, na tien jaar Polman, trouwens ook. Bedrijven moeten zorgen voor de samenleving die ze door goed onderwijs, zorg, rechtsveiligheid, etc., groot maakt. Dat is ook in hun eigen belang.

Verschillende fiscalisten denken dat het dichten van het ‘heffingslek’ technisch uitvoerbaar is en niet in strijd met Europees recht en het belastingverdrag tussen Nederland en het VK. Als alle onder de Unilever NV vallende (buitenlandse) activiteiten kunnen worden meegenomen, is sinds 1930 grofweg 70 miljard aan tot nu toe onbelaste waarde (meerwaarde boven het toen gestorte kapitaal) gecreëerd. Uitgaande van 15 procent moet hier dan ruim 10 miljard euro worden afgerekend.

Als de Tweede Kamer nieuwe ‘dividendbelastingtanden’ laat zien is het trouwens goed mogelijk dat de aandeelhouders die prijs veel te hoog vinden en de unificatie opnieuw afblazen. Dan blijft Unilever een Brits-Nederlandse multinational. Voor de zo belangrijke duurzame ambities van het concern is dat goed nieuws. Die hebben een diepe verbondenheid met de ‘hoge moraal van de lage landen’ hard nodig.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.