Recensie

Recensie Film

IJsland-bashen in dwaze komedie over Songfestival (●●●●)

Film The Story of Fire Saga past in een reeks komedies waarin acteur Will Ferrell subculturen als NASCAR-racen, nieuwsshows of kunstschaatsen op de hak neemt. Ondanks die satire is het een hommage aan het Eurovisie Songfestival.

Lars Erickssong (Will Ferrell) en Sigrit Ericksdottir (Rachel McAdams) in Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga.
Lars Erickssong (Will Ferrell) en Sigrit Ericksdottir (Rachel McAdams) in Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga. Beeld Netflix

Liet het schrappen van het Eurovisie Songfestival ook bij u zo’n gapende leegte achter? Die kunt u op Netflix vullen met Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga. Deze jongste, dwaze maar best grappige komedie van Will Ferrell is nauwelijks parodie. Verstandig, want camp verdraagt dat niet: overdrijven van overdrijving is stomvervelend.

The Story of Fire Saga biedt regelrechte parodie in de openingsvideoclip ‘Volcano Man’ („he got my melting heart!”): Sigúr Ros ontmoet synthi-polka in een orgie van droneshots, vulkanische rots en Wagneriaanse kostuums. Maar de liedjes van de voorronde, halve finale en finale te Edinburgh zie je op elk Songfestival: urban uit Zweden, bombastische horrorrock uit Wit-Rusland, stuiterpop uit Finland. Duikbom-camera’s, lichtexplosies en Graham Norton die „Dalibor Jinsky from San Marino, crying for no apparent reason” lispelt, maken het avondje Eurovisie helemaal af.

The Story of Fire Saga past in een reeks komedies waarin Will Ferrell subculturen als NASCAR-racen, nieuwsshows, basketbal of kunstschaatsen op de hak neemt. Zijn lange lijf en gezicht lenen zich voor stupide macho’s en absurde watjes. Dat laatste is de IJslandse veertiger Lars Erickssong, geobsedeerd door het winnen van het Songfestival sinds hij als jochie Abba zag. Vader Erick (Pierce Brosnan), een barse visser, kijkt op die ambitie neer, want verder dan het spelen van de stamper ‘Ja Ja Ding Dong’ in de dorpskroeg bracht het Lars en zijn bandje Fire Saga niet. Lars’ muzikale partner Sigrit (Rachel McAdams) offert al jaren aan elven opdat de verlegen Lars ook echt haar partner wordt. Dat kan, want zijn zusje is ze ‘vermoedelijk’ niet, al weet je zoiets nooit in IJsland. Zeker niet met de achternaam Ericksdottir.

Een hommage

Mag IJsland-bashen nog? Enfin, als Fire Saga via catastrofale wendingen richting finale stoomt, belandt het duo in een snelkookpan van Eurotrash en seksuele decadentie. En terwijl hun geblunder Europa’s hart steelt, wordt Sigrit verleid door de intense Russische macho Alexander Lemtov (Dan Stevens), de ‘Lion of Love’ wiens homo-erotische act en paleis vol fors geschapen standbeelden toch eerder een ‘gay best friend’ doet vermoeden. „Moeder Rusland wil niet dat ik gelukkig ben”, verzucht hij. Lars valt intussen in de klauwen van de panseksuele sirene Nina uit Griekenland.

The Story of Fire Saga blijkt evenzeer hommage als satire. Zuurpruimen die meligheid of het Songfestival niet trekken en vinden dat racisme jegens IJslanders in 2020 echt niet meer kan, zullen ook niet echt de lol zien van deze goedhartige komedie. Als fan kan ik me dat niet voorstellen: ik pinkte toch echt een traantje weg toen halverwege festivalkanonnen als Conchita Wurst en Netta de dansvloer bestormden voor een absurde medley van Waterloo, Believe en I Gotta Feeling. Ach, wat fijn. Volgend jaar weer?