Het charmeoffensief van Huawei

Technologie Huawei hoopt zorgen over Chinese 5G-techniek weg te nemen met een blik onder de motorkap en extra investeringen in Europa. Dit charmeoffensief moet de schade van verdachtmakingen beperken. „We willen eerlijk behandeld worden.”

‘Welkom in de red zone”, zegt Koen Claesen. En inderdaad, er brandt een rood lampje in de gang van het Huawei Cyber Security Transparency Centre in Brussel.

Claesen, adviseur cyberveiligheid van het Chinese techbedrijf, gaat voor. Langs een beveiligde deur, door de metaaldetector en dan naar een rijtje deuren waarop de namen van beroemde uitvinders zijn vereeuwigd: Shannon, Einstein, Tesla.

Het interieur is wat minder innovatief. Grijze vloerbedekking, twee stoelen en een bureautje. Er hangt ook een klok, sinds kort.

„Niet echt sexy”, beaamt Claesen. Toch is deze red zone een uitdagende plek voor softwaretesters die willen wroeten in de code van Huaweis 5G-apparatuur.

Hij wijst naar de grond: daar loopt de datakabel die via een beveiligde verbinding uitkomt in het hoofdkantoor van Huawei in Shenzen. Dit afgeschermde lijntje naar China geeft toegang tot de broncode, miljoenen softwareregels die doorgespit kunnen worden op ‘achterdeurtjes’ en kwetsbaarheden. Als er iets kwaadaardigs verstopt zit in Huawei-spullen, dan zou je het hier moeten vinden.

Westerse overheden zijn bang voor een heel ander lijntje naar China. Zij vrezen dat de Chinese overheid Huaweis producten kan misbruiken voor spionage of sabotage. Zeker in mobiele netwerken luistert dat nauw: 5G moet de basis worden van de volgende industriële revolutie. De Verenigde Staten, maar in toenemende mate ook Europa, willen de invloed van China terugdringen. Dat gaat ook ten koste van Huawei. China’s succesvolste techbedrijf ziet zichzelf als een uitvinder, niet als een verlengstuk van Beijing.

Lees ook: Hoe telecomreus Huawei Nokia en Ericsson de loef afstak

Vergrootglas

Omdat Huawei onder een vergrootglas ligt, biedt het dat vergrootglas zelf maar aan. Geen enkel bedrijf laat zich uit vrije wil zo in de kaart kijken, zegt Jaap Meijer, verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid van Huawei in Nederland. „Vroeger namen we onze klanten weleens mee naar Shenzen om de broncode te onderzoeken. Nu willen we de controle dichterbij, in Europa, mogelijk maken.”

Hij legt de procedure uit: een telecomprovider geeft een veiligheidsexpert de opdracht om een Huawei-apparaat aan de tand te voelen. De onderzoeker uploadt het eigen, zelfgekozen testgereedschap naar Shenzen en kan vanuit de red zone onder de motorkap kijken.

Meijer vergelijkt het met de manier waarop experts na het dieselschandaal de computercode naplozen. Ook het telecomnetwerk kan geen sjoemelsoftware gebruiken. „Tot nu toe is er niets gevonden, zelfs niet door de meest gerenommeerde experts. En reken maar dat Huawei het best gecontroleerde techbedrijf op aarde is.” 

Ontchinezen

Het Transparency Centre zit op een strategische plek, tussen de ambassades, Europees Parlement en Europese organisaties op het gebied van cybersecurity. Dit Brusselse kantoor is een aanvulling op labs die Huawei eerder inrichtte voor Britse en Duitse overheidsdiensten. Zij lichten de telecomapparatuur door op gebreken en sloegen nog geen alarm.

Je kunt open kaart spelen, maar dan moet er wel iemand willen kijken. De Nederlandse overheid wimpelde uitnodigingen om in Brussel langs te komen tot nu toe af, al staat de rol van Huawei in het Nederlandse mobiele netwerk wel ter discussie. Zowel KPN als T-Mobile bouwt zijn radionetwerk met Huawei-techniek en T-Mobile gebruikt Huawei nog in het kernnetwerk.

Een algemene maatregel van bestuur uit december 2019 houdt de optie open dat Nederlandse providers hun netwerken ‘ontchinezen’. Apparatuur moet fysiek verwijderd kunnen worden als ze komen van „een leverancier die onder invloed staat van een kwaadwillende partij”.

Huawei wordt niet met name genoemd maar kan op basis van de omschrijving wel geweerd worden uit de ‘kritieke’ onderdelen van het netwerk. Welke onderdelen dat precies zijn, blijft in Nederland staatsgeheim, verpakt in een ministeriële regeling.

Over de exacte details gaat een gezelschap dat bestaat uit TNO, Agentschap Telecom, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de telecomsector. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft de regie.

De invulling van de ministeriële regeling dreigt door te schuiven naar het einde van dit jaar, na de Amerikaanse verkiezingen. De stille hoop is dat met een andere president in het Witte Huis de druk op Amerika’s bondgenoten afneemt om Huawei te verbannen.

Dat zou telecomproviders meer lucht geven; zij vinden dat er zonder Huawei te weinig te kiezen valt. Moeten ze wisselen van aanbieder, dan loopt de invoering van 5G vertraging op en pakt het netwerk duurder uit.

Stagnatie

Bij Huawei begint de tijd te dringen. Door de aanhoudende verdachtmakingen stokte de Europese groeispurt. In 2019 bleef de omzet van Huawei in Europa vrijwel gelijk en sinds januari is het er niet beter op geworden, zegt Jaap Meijer: „Klanten aarzelen. Dat geldt niet alleen voor de telecomsector, maar ook voor apparatuur die we aan gewone zakelijke klanten leveren. De bestaande projecten gaan wel door, nieuwe opdrachten blijven uit.”

Niemand lijkt in dit stadium zijn vingers te willen branden aan Huawei. Waar dat aan ligt? „Onzekerheid”, antwoorden Meijer en zijn collega Claesen in koor.

Die onzekerheid zit ’m niet alleen in angst voor spionage maar ook in twijfel over toekomstige leveranties. Amerika begon in mei de chiptoevoer aan Huawei verder af te knijpen met nog strengere exportregels. Daardoor heeft het bedrijf geen onbeperkte toegang meer tot geavanceerde chips die in netwerkapparatuur en smartphones zitten.

„Er is op korte termijn geen productieprobleem”, benadrukt Meijer. Huawei hamstert en zoekt alternatieven in China. De schade is al wel aangericht: huiver bij opdrachtgevers.

Lees ook: Hightechoorlog: Trump faalde bij de oorlog met Huawei

Huawei vindt dat het onterecht wordt neergezet als een risicovolle leverancier en dringt bij de Nederlandse overheid aan op een „eerlijke, op feiten gebaseerde veiligheidsaanpak”.

Dat staat in een position paper die het Chinese bedrijf volgende week rondstuurt in Den Haag: „We benadrukken dat de beoordeling van een leverancier als ‘hoog risico’ alleen mogelijk is op basis van objectieve, transparante, meetbare, eerlijke en proportionele criteria en niet op basis van een gevoel van onveiligheid of abstracte beschuldigingen die niet onderbouwd worden met concreet bewijs.”

In één zin zegt Huawei: angst voor China is geen argument om ons bedrijf uit netwerken te weren. Om dat standpunt kracht bij te zetten tonen Claesen en Meijer een powerpoint met Huaweis visie op de meest voorkomende aantijgingen.

Oneerlijke concurrentie door staatssteun? Tussen 2009 en 2018 kreeg Huawei 0,3 procent van zijn omzet aan subsidies uit China.

Spotgoedkope leningen? Huawei betaalde hogere rentetarieven dan Nokia, Ericsson en Cisco. Risico’s in de productieketen in China ? Dat geldt net zo goed voor concurrenten Nokia en Ericsson: ook zij produceren in China.

En hoe zit het met diefstal van technologie? In het verleden kopieerde Huawei software van Cisco (Claesen: „Ik werkte tien jaar voor Cisco en werd getraind om Huawei te haten”), maar nu is Huawei het bedrijf met de meeste patentaanvragen.

Lees ook: Een 5G-netwerk bouwen lukt niet meer zonder Huawei

En die Chinese wet die Huawei dwingt om mee te werken aan spionage? Die is er niet en zou ook nooit gelden buiten China. „De datawetten in de VS, het Verenigd Koninkrijk en Australië gaan verder.”

Ongevraagde hulp

Tot zover de feiten volgens Huawei. Toch komt het bedrijf niet los van vermeende banden met de Chinese overheid. Wat daarbij niet helpt, is dat China zich soms in het buitenland over Huawei uitlaat. Als de Chinese ambassadeur in Nederland het voor Huawei opneemt – via een interview in NRC of een paginagrote advertentie over ‘een Chinees hightechbedrijf’ – dan zijn ze daar bij Huawei niet per se gelukkig mee.

Dat is juist wat het bedrijf níét wil: geassocieerd worden met China. Die gêne is tastbaar in Canada. In januari vond een rechtszitting plaats tegen de financieel directeur van Huawei, Meng Wanzhou. Zij werd in Canada gearresteerd op verzoek van de VS, waarna China enkele Canadezen opsloot. Een groepje acteurs kreeg van een onbekende tussenpersoon betaald om bij de rechtszaal te doen alsof ze protesteerden. Op de Chinese tv werden de beelden gepresenteerd als een demonstratie tegen het Canadese beleid. Huawei werd daarna aangesproken op het bedrog.

Huawei heeft zijn eigen diplomatieke aanpak: investeren. Zo belooft het bedrijf een fabriek van 200 miljoen euro in Frankrijk te bouwen, voor de productie van 5G apparatuur in Europa. En in het Verenigd Koninkrijk, waar de discussie over gebruik van 5G opnieuw oplaait, wil Huawei een onderzoekscentrum van ruim 1 miljard euro realiseren. Het is niet waarschijnlijk dat die plannen doorgaan als Huawei er alsnog geblokkeerd wordt.

Het ‘aanbod’ in Nederland is bescheiden: in februari 2019 kondigde Huawei aan een onderzoekscentrum te bouwen dat zo’n 10 miljoen euro gaat kosten. Een maand later stuurde een van de topmannen van het bedrijf premier Mark Rutte (VVD) een herinnering: „Ik wil graag met u spreken hoe we onze aanwezigheid in Nederland in de toekomst kunnen ontwikkelen.”

Diezelfde Mark Rutte reikte immers in 2018 in het Chinese Guangzhou een innovation award uit aan Huawei, een bedrijf dat „gedijt in het Nederlandse zakenklimaat en gestaag bijdraagt aan de Nederlandse economie”.

Ruttes reactie op het voorstel van Huawei bleef uit. Wel volgde in mei 2019 de Nederlandse China-strategie, Een nieuwe balans.

De balans nu: de verhoudingen zijn bekoeld en Huaweis onderzoekscentrum staat op „een lager pitje.” Dat is tijdelijk, geeft Huawei aan, in de overtuiging dat Nederland het lijntje naar China weer zal vertrouwen.