Recensie

Recensie Boeken

Het geheim van een gewoon gezin

Familiegeschiedenis Ze moeten seks hebben, véél seks. Dat is de boodschap die Leen en Lena krijgen als ze in 1921 trouwen. Over de dertien kinderen die volgden schreef Kristine Groenhart Afscheid van het grote gezin.

Foto uit het besproken boek

Ze moeten seks hebben, véél seks. Dat is de boodschap van het boekje dat Leen Loogman en Lena Groen in ’t Woud krijgen als ze in 1921 trouwen. Al staat het er allemaal wat omfloerster. Zo bijvoorbeeld:

De juiste manier houdt in, dat de geslachtsgemeenschap haar natuurlijk verloop heeft, zodat het mannelijke zaad ongehinderd de bestemde plaats kan bereiken. Hiervan mag nooit opzettelijk worden afgeweken, ook niet ten tijde van zwangerschap of onvruchtbaarheid.

Leen en Lena voeren hun echtelijke plicht voorbeeldig uit. Ze krijgen dertien kinderen. Over hun gezin, dat grote gezin, schreef Kristine Groenhart Kinderen van Kaageiland. Het is ook een boek over Nederland en hoe dat in honderd jaar bijna onherkenbaar veranderd is.

Kaageiland is een eilandje ten zuiden van de Haarlemmermeer. Het Haarlemmermeer, tot het halverwege de negentiende eeuw werd drooggelegd. Toen het nog water was, kon het er behoorlijk spoken.

Het gezin van Leen en Lena is niet willekeurig gekozen, de auteur is getrouwd met één van hun kleinkinderen. Ze schrijft erover met liefde en met oog voor detail. De familie had een kruidenierswinkel met wat koeien en kippen. Aan openingstijden deden ze niet. ‘De deur stond altijd open.’

De jongens werden misdienaar. Eigenlijk had één van hen zelfs priester moeten worden, want zo ging dat in grote katholieke gezinnen. Maar geen van de jongens voelde daar voor. En de meisjes. ‘Die waren bruidje’, zegt Jos, dochter van Leen en Lena en schoonmoeder van de auteur.

Erfelijke botziekte

Ook zonder pandemie behoorde een vakantie niet tot de mogelijkheden. Ieder jaar ging de familie een dag naar het strand in Noordwijk en dat was het. Met zelfgebakken brood. En op de terugweg werden er pannenkoeken gegeten.

Het lijkt alsof de seizoenen zich onveranderd aan elkaar regen op Kaageiland. Maar ook daar ging de Tweede Wereldoorlog niet ongemerkt voorbij. Al was het maar omdat rijkscommissaris Seyss-Inquart er een huis had waar hij veel tijd doorbracht. Voor het gezin Loogman kwam de oorlog héél dichtbij toen Leen in december 1942 werd opgepakt voor zwarthandel en in de strafgevangenis in Scheveningen, het ‘Oranjehotel’, terechtkwam. In januari 1943 werd hij weer vrijgelaten. Kort daarna kreeg hij een beroerte waardoor hij niet meer dezelfde zou zijn. Over zijn tijd in de gevangenis sprak hij nooit.

Er is nog iets waarover nooit werd gesproken, ontdekt Kristine Groenhart tijdens haar onderzoek. Ze spreekt een nicht van Lena, die zegt dat ze maar eens goed moet kijken naar de foto’s van het gezin. Sommige kinderen zijn opvallend klein maar hebben wel een groot voorhoofd. Dat is het gevolg van een erfelijke botziekte, dysostosis cleidocranialis. De man van Groenhart, die ook Leen heet, wist er niet van. Terwijl er bij hun dochter jaren geleden ook botafwijkingen zijn geconstateerd.

Begrijpelijk dat Kristine Groenhart als verteller nadrukkelijk aanwezig is. Jammer alleen dat ze het wat overdrijft door het wel heel vaak te hebben over ‘mijn boek’. Dat boek laat wel mooi zien hoe ingrijpend Nederland is veranderd in minder dan een eeuw. Kruidenierszaken bestaan niet meer. Grote gezinnen ook bijna niet. En wat is het moeilijk je voor te stellen dat iedereen rookte: Golden Fiction, Miss Blanche, The Three Castles. Merken die niet meer bestaan. In het gezin Loogman had ‘ieder zijn eigen merk’.