Recensie

Recensie Boeken

Hoe overtref je een donderend debuut?

Carson McCullers Met haar debuut denderde McCullers in 1940 de literaire wereld binnen. Maar wat kwam daarna? Wat nu opvalt aan haar tweede boek is het grote plezier waarmee ze haar personages neerzet.

Het nadeel van een overdonderend debuut, is dat het er niet eenvoudiger op wordt om een opvolger te schrijven. Het hart is een eenzame jager (1940) van de Amerikaanse gothic auteur Carson McCullers is zo’n debuut. Het was een geruchtmakend, succesvol en tijdloos verhaal over een eenzame puber en een doofstomme man. McCullers (1917-1967) wist weliswaar nog niet dat het moeilijk werd het debuut te overtreffen toen ze vrijwel meteen aan een opvolger begon, maar misschien voorzag ze het. Gespiegeld in een gouden oog verscheen namelijk al in 1941, en is beduidend minder ambitieus van omvang en opzet.

Het verhaal speelt zich af in het Zuiden van de Verenigde Staten, bij een legerbasis. Een legerbasis in vredestijd, daar is op het eerste gezicht niet zoveel te beleven, stelt McCullers vast, maar het gebrek aan militair drama wordt goedgemaakt door persoonlijke beslommeringen. De centrale figuur is een zwijgzame soldaat die voor de paarden van Kapitein Penderton moet zorgen: Ellgee Williams (die eigenlijk L.G. heet, maar niet weet waar die initialen voor staan). Als een soort spookfiguur waart hij rond, ’s nachts staat hij voor het raam van Leonora Pendertons slaapkamer.

Mevrouw Penderton verveelt zich nogal, en begint daarom een relatie met Majoor Langdon, zo’n beetje de buurman op de legerbasis. Haar man heeft daar niet zoveel problemen mee. Sterker nog, hij heeft er wel begrip voor. Hij raakt zelfs geobsedeerd door Langdon: ‘Op het seksuele vlak had de kapitein een subtiel evenwicht weten te vinden tussen het mannelijke en het vrouwelijke’ en ‘hij had de treurige neiging om verliefd te worden op haar minnaars’.

Lees ook: Vandaag stierf Carson McCullers 48 jaar geleden

Zo cirkelen de personages op een merkwaardige manier om elkaar heen: zwijgzaam maar weinig verhullend, elkaar bedriegend en tegelijkertijd de schijn ophoudend met dinertjes en feestjes.

‘Obsceen en marginaal’

Met open ogen en onontkoombaar, in de beste naturalistische traditie, gaan de personages hun ondergang tegemoet. Het is een decadent rariteitenkabinet, en dat in de context van het leger aan de vooravond van de Amerikaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog – al kon McCullers dat niet voorzien.

Gespiegeld in een gouden oog is een geconcentreerde vertelling, stilistisch vaak wat terloops, met brede streken geschetst, maar in de karakteriseringen vaak scherp en geestig: ze ‘bekeek het onschuldige geplaag met de afwerende uitdrukking op haar gezicht die je vaak ziet bij mensen die langdurig ziek zijn en afhankelijk van de zorgzaamheid of nalatigheid van anderen.’ Of de Filipijnse huishouder, loyaal aan zijn werkgever én aan zichzelf: ‘hij vond dat de Heer enorm had geblunderd bij het scheppen van de mens, behalve in het geval van hemzelf en madame Alison’.

Toen het boek voor het eerst verscheen, werd het besproken als obsceen en marginaal, en een teleurstelling na Het hart is een eenzame jager. Wat nu vooral opvalt is het grote plezier waarmee McCullers haar personages neerzet, en ook hoe ze de wereld van het decorum die het leger in vredestijd is, uit balans brengt door het optreden van een mysterieuze figuur die de karakters dwingt naar zichzelf te kijken. Naar jezelf kijken, dat blijft een tijdloze kunde.