Recensie

Recensie Boeken

Een weduwe, geobsedeerd door het oplossen van een moord

Ottessa Moshfegh Vorig jaar brak Ottessa Moshfegh door bij het grote publiek met haar roman over een rijke jonge vrouw die alleen maar wil slapen. Nu is daar haar nieuwe boek, De dood in haar handen, over een weduwe die geobsedeerd raakt door het oplossen van een moord.

Illustratie: Paul van der Steen

De roman begint in het bos. Vesta, een weduwe van 72, laat de hond uit en vindt een briefje met de volgende tekst: ‘Haar naam was Magda. Niemand zal ooit weten wie haar heeft vermoord. Ik was het niet. Hier ligt haar lichaam.’ Natuurlijk begint Vesta te speculeren; wie heeft dit geschreven, hoe moet ze de boodschap opvatten? ‘Als het geen practical joke was, dan zou het de eerste alinea van een verhaal kunnen zijn, door de schrijver verworpen als valse start, als slechte openingspassage’, bedenkt ze. ‘Het is nogal een duistere, gedoemde manier om een verhaal te beginnen: de aankondiging van een mysterie waarvan zoeken naar de oplossing geen zin heeft. Het verhaal is al afgelopen voordat het is begonnen. Was zinloosheid soms een onderwerp dat een nader onderzoek waard was? Het briefje gaf in ieder geval weinig hoop op een goede afloop.’ Het is alsof hier niet alleen het personage aan het woord is, maar ook de schrijver, die zojuist haar roman is begonnen met een briefje in het bos en zich, zonder al te duidelijk idee waar het verhaal naartoe gaat, afvraagt hoe het verder moet, of dit begin vruchtbaar is.

Lees ook het interview met Ottessa Moshfegh: Knap, rijk en depressief: de vrouw in dit bizarre boek slaapt een jaar lang

Dat is niet zo’n gekke gedachte, zeker wanneer die schrijver de Amerikaanse Ottessa Moshfegh (1981) is. Bij haar ben je altijd een beetje op je hoede. Ze schrijft toegankelijke romans en verhalen, en toch vraag je je steeds af wat ze nu precies bedoelt. Zo kwam bij haar vorige roman, Mijn jaar van rust en kalmte, over een rijke jonge vrouw die alleen maar wil slapen, de vraag op waarom het boek tegen het einde opeens verandert in een 9/11-roman; door die ingreep staat het voorafgaande opeens in een ander licht, maar in wélk licht is niet meteen duidelijk.

Bedoelingen

Moshfegh is bij uitstek een auteur die je met al je vragen laat zitten. Omdat ze niet alles voorkauwt, gaan we zelf nadenken. Het zou goed kunnen dat Moshfegh helemaal geen bijkomende bedoelingen heeft, dat ze zonder vast plan of schema alles verzint waar we bijstaan, net zoals Vesta in Moshfeghs nieuwe roman, De dood in haar handen, speculeert over het briefje dat ze vond in het bos en vervolgens van alles over ‘Magda’ gaat verzinnen.

Vesta woont alleen, in een afgelegen huis, in een streek waar ze niemand kent. Tussen haar herinneringen aan haar overleden echtgenoot door heeft ze tijd te over om te speculeren. Eindelijk heeft iemand contact met haar gezocht, ook al is het een anonieme briefschrijver die het misschien helemaal niet op haar gemunt had; ze haalt er alles uit wat erin zit. Ze gaat naar de bibliotheek en googelt ‘Hoe los je een moord op’. Ze krijgt het advies een lijst van verdachten te maken en vervolgens begint ze het leven en de omgeving van Magda in kaart te brengen.

Tot hier toe was het fascinerend, maar nu sluipt toch een zekere saaiheid in het verhaal. Al die passages waarin Vesta Magda in kaart brengt, wemelen van voorbehoud. ‘Misschien was Magda zo’n fastfoodbediende geweest’, ‘Misschien was Blake een vriend van Magda’, ‘Misschien luisterde ze naar de radio, net als ik’ – het woord misschien komt in deze roman 174 maal voor.

Lees ook de recensie van Mijn jaar van rust en kalmte: Ze is blond, dun, mooi en voorlopig in winterslaap

De spanning ebt snel weg met al die speculatie. Alles wat Vesta over Magda verzint is, inderdaad, verzonnen, en daarom niet echt interessant, ze had ook wat anders kunnen verzinnen, dat had niets uitgemaakt – maar dan is het net of je Moshfegh achter je rug hoort zeggen: ja, maar ho nou eens, alles wat ik je over Vesta verteld heb is óók verzonnen, waarom heb je als het over háár ging nooit gedacht dat het ook anders had kunnen zijn? Kom op, antwoord je dan, er is een verschil tussen een schrijver die verzint en een personage dat verzint, nietwaar? Toch voelt het alsof je een labyrint bent binnengewandeld waarin je in de verte de schrijver zachtjes hoort lachen.

Innerlijke conversatie

Het zijn niet de slechtste romans die voor een innerlijke conversatie met de auteur zorgen. Maar een roman waarin het verhaal zich voortsleept kan ook daardoor niet worden gered, ook al wordt De dood in haar handen tegen het einde toe weer beter, wanneer werkelijkheid en fantasie door elkaar gaan lopen, met als hoogtepunt Vesta’s bezoek aan haar buren. Soms denk je dat je een pastiche op een detectiveverhaal leest, maar net als Mijn jaar van rust en kalmte is dit vooral een verslag van eenzaamheid. Die eerdere roman was strakker, sneller, en verveelde geen moment. Is deze roman dan een nieuwe maar slappere variatie op hetzelfde thema?

Wel slapper, niet nieuwer; in een interview met The New York Times zei Moshfegh onlangs dat ze De dood in haar handen eerder schreef dan Mijn jaar van rust en kalmte. Dat geeft dan weer hoop voor de verdere ontwikkeling van haar schrijverschap.