Gelukkig in Havana

In het tijdschrift New in Chess werd aan de Noor Johan-Sebastian Christiansen gevraagd wanneer hij het gelukkigst was geweest. „Misschien op weg naar mijn eerste olympiade”, zei hij. Ik vroeg me af of dat ook voor mij gold. Een moeilijke vraag, want het geluk laat zich niet altijd op heterdaad betrappen. Max Euwe werd in 1935 door een Amsterdamse menigte toegejuicht omdat hij wereldkampioen was geworden en bedacht op dat moment dat hij eigenlijk heel gelukkig moest zijn.

Mijn eerste olympiade was in 1966 in Havana. We vlogen eerst naar Madrid en werden daar gratis opgehaald door een Cubaans vliegtuig. In Havana leefden we in weelde in hotel Habana Libre, dat voor de revolutie het Hilton was en tijdelijk weer in volle glorie functioneerde. Het lag dicht bij de Baai van Havana en op een wandeling naar de boulevard zag ik een expositie over het Amerikaanse imperialisme, met als poster een aap met een colafles.

Soms praatten we over politiek. Ik herinner me dat de kanselier van de Nederlandse ambassade erg tegen Castro was, omdat volgens hem sinds de revolutie blanken orders moesten aannemen van zwarten.

We begonnen met een voorronde in een groep van acht landen waarvan de bovenste twee in de finalegroep A zouden komen. Dat moesten Hongarije en Nederland worden, maar Cuba scoorde verrassend goed en eindigde een half punt boven ons.

Ze waren bij hun tegenstanders langs geweest met een verzoek om wat punten cadeau te geven. Het werd verteld door mensen van de ploegen die daar niet op in waren gegaan.

Wij kwamen dus in de finalegroep B terecht, die we vervolgens met overmacht wonnen, en de Cubanen mochten in groep A tegen mensen als Fischer, Petrosian en Spasski spelen. Ze verloren daar al hun wedstrijden.

Als nieuweling werd ik pas op de terugreis ingelicht over die handeltjes. Had Nederland niet moeten protesteren? Frank Goudsmit, de voorzitter van de KNSB, zei dat het zinloos was geweest en dat we de kans hadden gelopen om wakker te worden met een ratelslang in bed.

Ik speelde heel goed, maar nog beter speelde Kick Langeweg, die met 12 uit 15 de beste score aan het vierde bord had, boven Leonid Stein en Aleksandar Matanovic. Maar ja, het was wel in die vermaledijde finalegroep B.

Aan het eind kregen alle deelnemers een prachtig schaakspel, waarmee ik nog wel eens een bijzondere partij naspeel. Ik geloof inderdaad dat ik toen in Havana erg gelukkig was.

Witold Balcerowski (Polen) - Kick Langeweg, olympiade Havana 1966

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pf3 Lb4+ 4. Ld2 De7 5. Pc3 b6 6. g3 Lb7 7. Lg2 0-0 8. 0-0 Lxc3 9. Lxc3 d6 10. d5 Pe4 11. Ld4 c5 12. dxc6 Pxc6 13. Le3 Tfd8 14. Tc1 Tac8 15. Da4 Tc7 16. Tfd1 Tdc8 17. b4 h6 18. a3 La8 19. Lf4 e5 20. Le3 De6 21. Pd2 Pf6 Na ingetogen positiespel staat het ongeveer gelijk. 22. c5 Maar hierna krijgt zwart duidelijk voordeel. 22...bxc5 23. bxc5 d5 24. Pb3 d4 25. Ld2 Pe7 26. Lxa8 Txa8 27. e3 Dit maakt het nog erger. 27...Dh3 Nu heeft zwart een winnende koningsaanval. 28. f3 Pf5 29. exd4

Zie diagram

29...e4 Zwart had een aangename keus. Ook 29...Pxg3 won snel. 30. Lf4 exf3 31. Tc2 Te7 32. Dc6 Tae8 33. Le5 Pe3 34. Tcd2 Pxd1 35. Dxf3 Pg4 36. Dxd1 f6 37. Pa5 fxe5 38. Pc6 Tf7 39. dxe5 Tef8 Wit gaf op.