Fluitjes van wilg, vlier of essen

Alledaagse wetenschap Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: van allerlei takken en twijgen zijn fluitjes te snijden.

Een zelfgemaakte wilgenfluit
Een zelfgemaakte wilgenfluit Foto WikiHow

Lezen uit eigen boekenkast: soms moet je wel, om ruimte te maken voor nieuwe boeken, zoals je soms de keuken leeg moet eten. Afgelopen week kwam Pied piper van Nevil Shute aan bod, niemand wist meer hoe dat in de kast was beland. Shute was piloot, zoals Roald Dahl en Antoine de Saint-Exupéry, misschien had dat destijds de doorslag gegeven.

Pied piper gaat over een gepensioneerde Engelsman die in 1940 een vroege voorjaarsvakantie doorbrengt in een hotel in de Franse Jura. Als de Duitsers binnenvallen, vragen hotelgasten met besognes in Zwitserland hem hun kinderen mee te nemen naar Engeland. Op de tocht naar de kust, vlak langs het front, verzamelt hij nog meer kinderen. ’t Wordt een heel gedoe.

Van tijd tot tijd vermaakt de Engelsman de kinderen met het maken van een fluitje. Het wordt tweemaal beschreven. Met het zakmes dat hij gebruikt om zijn pijp schoon te krabben snijdt hij een rechte, pinkdikke tak van een hazelaar. Hij ontdoet die van de bast, bewerkt het kale hout met het mes en bindt de bast terug. Dan blaast hij erop. De kinderen staan paf.

Had er een plaatje bij gezet, denk je dan, dan hadden wij ook geweten hoe je zo’n fluitje maakt. Of zouden Engelsen dat in 1942, toen het boek uitkwam, sowieso geweten hebben? Werden er in 1942 nog volop zelfgemaakte fluitjes gemaakt? Het is wat je na afloop nog het langst bezighoudt: wat was dat voor fluitje?

Van oudsher had je natuurlijk de vlierfluitjes waar schaapherders en herdersjongens de tijd mee stuk sloegen. De Vereniging Natuurmonumenten legt op haar site nauwgezet en correct, maar totaal onbegrijpelijk, uit hoe die gemaakt werden. Het gemak van vlier is dat je er het merg (de vlierpit) uit kunt duwen en dat zo een twijg in twee tellen een pijpje wordt. Maar daar wil pas geluid uit komen als je er een speciaal mondstuk in aanbrengt. Met Shutes fluitje heeft het niets van doen.

De verrassend technische site prehistorischeijzertijd.info komt met de aanbeveling de benodigde vliertak in de winter af te snijden (dan is hij eerder droog) en de merg er zo snel mogelijk uit te duwen (anders klemt die zich vast). Laat de bast maar zitten, zegt de site die óók al veel aandacht besteedt aan het mondstuk.

Shute maakte geen vlierfluitje. Wat het dan wel was, zou je kunnen afleiden uit een opsomming van ‘landelijke muziekinstrumenten’ in Marcel Minnaerts vermaarde De natuurkunde van ’t vrije veld. Deel twee noemt schelpen- en eikelfluitjes en fluitjes uit fluitenkruid, rietstengels en korenhalmen. Het meest gedetailleerd is de beschrijving van een fluitje dat je maken kon uit een essentwijg, of een twijg van een wilg, sering, vlier, lijsterbes, linde of hazelaar. (Vlier staat er ten onrechte.)

Voor het essenfluitje werd een deel van de bast van de essentwijg afgeschoven en later teruggezet. Dat lukt alleen in het voorjaar, vóór Sint Jan, als de bast nog sappig is. Dan is die los te masseren door er zachtjes met de achterkant van het mes op te kloppen. Ligt het hout eenmaal bloot dan wordt er het mondstuk in uitgesneden dat later met de weer teruggeschoven bast één geheel vormt. Het is hetzelfde mondstuk als dat van een vlierfluit of blokfluit. Als door de spleetvormige opening wordt geblazen ontstaat een bandvormige luchtstroom die een toon opwekt als-ie wordt afgebogen. Vernuftig.

Een wilgenfluit maken in acht stappen, volgens WikiHow. Vind een rechte wilgentwijg, kerf een inkeping op een kwart van de lengte, snijd een ring in de buitenlaag van de bast, schuif de bast eraf, maak de inkeping dieper, maak het uiteinde vlak, schuif de bast terug. Fluit!

Het loskloppen van de bast van het ‘meifluitje’ was een begrip in de volksgebruiken, er zijn zelfs liedjes over en het is in veel YouTube-filmpjes te bekijken. Omdat Shute erover zwijgt en bovendien beweert dat de bast moest worden teruggebonden stellen we vast dat-ie niet wist waarover-ie het had.

Minnaert beeldt een tamelijk gecompliceerd mondstuk af. De how-to-video’s, stuk voor stuk uiterst sympathiek, laten ook eenvoudiger oplossingen zien. Opvallend hoeveel verschillende houtsoorten worden ingezet: de een kiest esdoorn, de ander tamme kastanje maar Jan van Schaik in Amsterdam gebruikt voor zijn instructieve film gewoon wilgenhout. Ook in het buitenland zijn wilgenfluitjes populair. Van Schaik denkt dat ‘schuiffluitjes’ typisch Nederlands zijn, maar je vindt toch makkelijk een Franse video die er ook een toont. In veel video’s wordt trouwens meer gereedschap gebruikt dan alleen een zakmes, zoals zagen, boren, ruimers en vijlen. Het is vals spel, want dat had de herdersjongen ook niet.

En verder was het natuurlijk idioot om het verhaal van Shute ‘Pied piper’ te noemen. Met ‘pied piper’ bedoelen de Engelsen de rattenvanger van Hamelen, de man die was aangetrokken om met zijn gefluit ratten en muizen weg te lokken en die, toen hij na gedane arbeid niet betaald kreeg, ook de kinderen uit Hamelen weglokte. Ze zijn nooit meer teruggezien. De oudste bron waarin de sinistere affaire beschreven wordt is van 1430.

Waar blies de rattenvanger eigenlijk op? Vaak zie je hem afgebeeld met een vrolijke dwarsfluit of een soort trompetje. In de stokoude boeken die Google Books scande is sprake van een Sack-Pfeiffe, een doedelzak. Een studie uit 1616 wist het precies: de rattenvanger blies op een Pfeifflein vom Beinlein aus des Rattenkönigs Rückengrad: een beentje uit de ruggengraat van de rattenkoning. Dat was bij YouTube nog niet te vinden.