Een soft maar gevaarlijk wapen: moderne oorlogsvoering richt zich op beïnvloeding van de bevolking

Defensie

Nederland loopt voorop bij het ontwikkelen van gedragsbeïnvloeding als manier van oorlogvoeren. Nadeel: het kan onschuldige burgers meeslepen in een gewapend conflict. Defensie kocht een methode bij een omstreden bedrijf, blijkt uit onderzoek van NRC.

Nederlandse commando’s op patrouille in Ansongo, Mali in 2014.
Nederlandse commando’s op patrouille in Ansongo, Mali in 2014. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

In oorlogsgebied, Noord-Irak, doen enkele officieren van het Nederlandse Korps Commandotroepen in het voorjaar van 2017 iets wat ze niet eerder deden. In plaats van terreurgroep IS te observeren of aan te vallen, zoeken ze de plaatselijke bevolking op. Ze interviewen zo’n zeventig Irakezen. De vragen zijn ongewoon. De officieren willen weten wat ze dromen en vrezen. Hoe zien ze de toekomst van hun kinderen? Denken ze er invloed op te hebben? En: „Als iemand zijn portemonnee verliest en aan jouw gemeenschap vraagt om te helpen zoeken, wat gebeurt er dan?”

De officieren willen dat de Irakezen in en rond Mosul hén gaan helpen in plaats van IS. Daarvoor moeten ze weten wat hen drijft.

De interviews – elk gesprek duurt al gauw drie uur – zijn voorbereid volgens een methode voor het onderzoeken en beïnvloeden van gedrag van groepen: Behavioural Dynamics Methodology (BDM). Voor de Nederlandse krijgsmacht is dit nieuw. Meike Wolf, een van de officieren in Irak, was in 2015 de eerste Nederlandse militair die de methode beheerste. Na een intensieve cursus in Letland kwam ze enthousiast terug in Nederland, waar ze kon rekenen op steun van haar meerderen. Op haar beurt ging ze anderen trainen. Er volgden oefeningen overzee.

In Noord-Irak probeert Defensie de methode voor het eerst uit in oorlogsgebied. De verwachtingen zijn hoog.

De zeventig Irakezen die de officieren spreken, wonen in een vluchtelingenkamp. De officieren nemen kleurplaten en potloden mee voor de kinderen. „We konden niet met een autootje het gebied in rijden om de plaatselijke bevolking te spreken, omdat IS daar zat”, vertelt commando Nicolaas, destijds officier in Irak, die om reden van veiligheid zijn achternaam niet vermeld wil hebben. „En dus keken we naar de schil eromheen, de mensen die net uit het gebied waren vertrokken.”

De antwoorden verrassen. De groep „jonge ongehuwde mannen tussen de 18 en 20 jaar” blijkt zich nog steeds te verplaatsen in en uit door IS bezette gebieden en is „bereid om risico te nemen”, staat in een latere studie. Daarin staat ook dat dankzij de hulp van de jongeren de bombardementen op IS die zomer preciezer zijn waardoor „collateral damage is verminderd”. Nicolaas bevestigt dit.

Op 10 juli 2017 laat de Iraakse premier de wereld weten dat Mosul is bevrijd.

 

Wake-up call

Net als andere landen is Nederland op zoek naar modernere manieren van oorlogsvoeren. Het is niet heel waarschijnlijk dat in een volgende oorlog rijen tanks tegenover elkaar staan op een verder verlaten slagveld, is de gedachte. Oorlogen en missies vinden vaker plaats in bevolkte gebieden en dus wil Defensie het gedrag van die bevolking leren begrijpen en zo nodig beïnvloeden. Dat gaat verder dan het aloude winnen van hearts and minds, dat alleen de hoúding van mensen wil veranderen.

In de toekomstvisie van de landmacht, het grootse krijgsmachtonderdeel, staat het zo: „De Landmacht investeert in capaciteiten en conceptontwikkeling voor gedragsbeïnvloeding.” Op de Kromhoutkazerne in Utrecht zegt luitenant-generaal Martin Wijnen, de baas van de landmacht: „Deze methode maakt ons beter.”

Het begon met een wake-up call in het voorjaar van 2014, toen Rusland de Krim inlijfde met een combinatie van cyberaanvallen, desinformatie en pantservoertuigen, wat ‘hybride oorlogvoering’ heet. Op een NAVO-top in Wales spraken de westerse bondgenoten dat najaar niet alleen af om de defensiebudgetten te verhogen, maar ook om nieuwe methoden te ontwikkelen en zo tegen de Russen te zijn opgewassen. Beïnvloeding van burgers is evengoed een wapen als het afschieten van een kanon.

Beïnvloeding van burgers is evengoed een wapen als het afschieten van een kanon

En dus is de Nederlandse krijgsmacht de afgelopen jaren 139 militairen gaan trainen in gedragsonderzoek en gedragsbeïnvloeding volgens de nieuwe methode BDM. Defensie stelde een groep jonge, enthousiaste militairen, onder wie opvallend veel vrouwen, in staat de methode binnen Defensie te verbeteren en in te bedden in militaire operaties. Volgens deze groep maakt de methode missies effectiever en kunnen schade en aantallen slachtoffers ermee worden beperkt. Onder westerse landen loopt Nederland hiermee voorop, met onder meer het Verenigd Koninkrijk en Canada.

Maar de methode is ook omstreden. Er zijn ethische vragen: de grens tussen beïnvloeding en misleiding is dun en doordat burgers worden benaderd, kunnen die een gewapend conflict in worden getrokken. Desondanks stelde Defensie al die jaren nooit regels op voor de methode – „beleidsarm” heet dat.

Binnen de krijgsmacht bestaat weerstand, om andere redenen. De methode is te soft, te ingewikkeld, te eng. Sommige militairen zijn bang dat het hun expertise deels overbodig maakt.

En dan kocht Defensie de methode ook nog eens van de Britse SCL Group, dat de militaire en de marketingwereld samenbracht. Het bedrijf bleek niet lang na de aankoop dubieuze politieke campagnes in kwetsbare democratieën te hebben georkestreerd, gebruikmakend van dezelfde beïnvloedingsmethode die Defensie hanteert. In Trinidad en Tobago werden in opdracht van een van de partijen jonge zwarte kiezers effectief ontmoedigd om naar de stembus te gaan. SCL Group is ook het moederbedrijf van Cambridge Analytica, dat in opspraak raakte door grove privacyschendingen rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016.

Defensie heeft nooit iets over de methode en de zakelijke banden met SCL Group bekendgemaakt. De Tweede Kamer is er niet over ingelicht. Op bijeenkomsten wordt hooguit verbloemd over de methode gesproken. Wijnen: „Het is een tool.”

Lees hier hoe Defensie leert vechten met informatie

Een Britse generaal

In een steeg voor het Alberthotel – met donker getinte ramen – in de diplomatenwijk van de Letse hoofdstad Riga, stappen in mei 2015 zo’n twintig militairen in een royale tourbus die hen tot aan de slagboom van de Nationale Defensie Academie van Letland brengt. In de avond rijdt de bus hen weer terug. Iedere werkdag gaat het zo, zo’n acht weken lang.

De militairen komen uit de Verenigde Staten, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Letland, Duitsland, Nederland en andere NAVO-landen. Ze zijn naar Riga gekomen om te leren hoe je in conflictgebieden de lokale bevolking kunt beïnvloeden, als „tegenhanger van de verraderlijke Russische propaganda”, zoals de Canadese premier het noemde op de NAVO-top in Wales. Hij zegde een miljoen Canadese dollars toe voor een „unieke” cursus „van wereldklasse”. De cursus in Riga dus, van SCL Group.

De docenten zijn verbonden aan het bedrijf. Er is een Britse generaal die in Afghanistan en Irak grote mediacampagnes heeft geleid. Een psychologie-docent van de universiteit van Oxford. En Nigel Oakes, marketeer, oprichter en directeur van SCL Group.

Een jonge Nederlandse docent, Gaby van den Berg, neemt een groot deel van de cursus voor haar rekening. Ze studeerde sociale wetenschappen in Utrecht en sociologie aan de London School of Economics. Sinds 2008 werkt ze bij SCL Group, dat naast een politieke en militaire een wetenschappelijke tak heeft. Met eigenaren Alexander Nix en Nigel Oakes vormt ze een tijd het ‘key management UK’ van het bedrijf. Ze is operationeel directeur van de militaire tak. Na Riga zal ze de Nederlandse krijgsmacht over data en gedragsbeïnvloeding adviseren.

De cursisten in de zaal hebben een achtergrond in militair inlichtingenwerk en strategische communicatie. Ze leren welk gedrag van welke lokale bevolkingsgroep je per missie het best kunt veranderen om een probleem op te lossen. Ze leren hoe ze groepen moeten begrijpen en ze oefenen hoe ze die kunnen laten doen wat zij willen. Met name „het bespelen van menselijke angsten [...] is een heel betrouwbare manier om gedrag te veranderen”, staat in een van de zeven dikke lesmappen.

De Amerikaanse deelnemers in Riga zijn sceptisch. Het gaat over je verplaatsen in de lokale bevolking en dan al die termen uit de sociale wetenschap. Wat kan je daar op een slagveld mee?

Meike Wolf raakt net als haar Noorse en Britse collega’s gegrepen door de materie. Ze leren de wereld te bekijken door de ogen van de lokale bevolking. Wolf was operatie-assistent, kwam bij de geneeskundige dienst van het leger, ging inlichtingen verzamelen en zocht naar manieren om dat beter te doen. Haar baas, die internationaal goed thuis is in strategische communicatie, stuurde haar naar Riga. Na terugkomst helpt hij haar de methode verder te brengen binnen de Nederlandse krijgsmacht.

 

Militaire aanwezigheid

Als eerste klus gaat Wolf onderzoeken hoe de bevolking op Curaçao en Aruba denkt over de militaire aanwezigheid op de eilanden. Sinds jaar en dag ligt op het bureau van de Nederlandse minister van Defensie in Den Haag ’s ochtends verse informatie over de politieke situatie in Venezuela en de mogelijke gevolgen voor de Caribische eilanden. Wat als vluchtelingen oversteken, de eilanden om bijstand vragen en er veel meer Nederlandse uniformen rond gaan lopen? Zouden de bewoners dat accepteren of komen ze in opstand? En dan?

De commandant op de eilanden wil het allemaal weten, de Directie Operaties in Den Haag geeft toestemming en dan vliegt Wolf met vijf anderen, onder wie Gaby van den Berg van SCL Group, naar de Caribische eilanden om deze kwestie met de BDM-methode te onderzoeken.

Het is nog wennen. Het is moeilijk een doelgroep af te bakenen, en na zo’n vijftig interviews weten ze het wel. De eilandbewoners vinden de militaire aanwezigheid prima, blijkt. Tegelijkertijd: ze hebben geen idee wat de militairen er doen.

Laat beter zien wat jullie doen nu het nog rustig is, adviseert het team met Wolf en Van den Berg vanuit Den Helder via een videoverbinding aan de overzeese commandant.

Defensie is blij met de uitkomsten en huurt extra communicatie-adviseurs in. De militairen oefenen wat vaker buiten de poort, ook als dat niet per se nodig is.

Als de militaire inlichtingendienst MIVD van de exercitie hoort, raakt die geïrriteerd. Burgers spreken om informatie in te winnen? Is dat niet wat zij, de MIVD al doen? Er is meer dan één gesprek nodig om de onrust weg te nemen.

 

Aan knoppen draaien

Het begrijpen en beïnvloeden van het gedrag van burgers is niet nieuw. De Amerikanen hielden tijdens de Koude Oorlog de zender Radio Free Europe in de lucht, met uitzendingen die de Oost-Europese bevolking onder het communistische juk moesten laten snakken naar het kapitalistische paradijs. De Britten zonden bij hun missie in Afghanistan op de radio een soapserie uit die de bevolking in Helmand moest afhouden van de opium en het heulen met de Taliban. Tijdens de VN-vredesmissie in Mali wisten Nederlandse militairen de bevolking zover te krijgen de vindplaatsen van bermbommen te melden, door informatieve stripverhalen te verspreiden op lokale markten.

Maar de nieuwe methode waarin Nederland zich bekwaamt, is verfijnder en preciezer. BDM voegt echt iets toe, zegt de Britse beïnvloedingsspecialist Ade Rudd aan de telefoon. Bij de 15 UK PsyOps Group van het Britse leger voerde Rudd tal van operaties uit om het gedrag van burgers te beïnvloeden. Ook hij volgde de cursus in Riga. „In BDM zijn alle wetenschappelijke inzichten over gedragsbeïnvloeding overzichtelijk gegroepeerd in een handig pakket. Dat was echt heel bruikbaar.” Defensie koos voor BDM, zegt een Nederlandse militair, omdat die veel weg heeft van een militair planningsproces: „Je bepaalt de strategie, je bepaalt de doelgroep, je bepaalt je interventie, je gaat implementeren en je meet de effectiviteit.”

De vijf stappen staan in het BDM-cursusboek, in ruim tweehonderd pagina’s beschreven. De kern vormen de 44 parameters, de knoppen waaraan je kunt draaien, zoals die menselijke angsten. Zodra je bijvoorbeeld weet in hoeverre mensen menen zelf hun lot te kunnen bepalen (‘locus of control’) of hoezeer ze geneigd zijn in opstand te komen (‘propensity for change’) en wat daarvoor nodig is, kan je daarop inspelen. Er horen voorbeeldvragen bij, zoals bij de neiging tot opstand: ‘als je één ding zou kunnen veranderen in jouw gemeenschap, wat zou dat zijn?’ En wat ‘als dat ene ding niet verandert?’.

Als mensen zich niet echt onderdeel voelen van een groep, „is het raadzaam een verdeel en heers-strategie toe te passen”.

Gijzeling

Er volgt een militaire oefening. Als in 2016 uit een studie blijkt dat het Korps Commandotroepen meer gebruik zou kunnen maken van burgers in conflictgebieden, zoeken ze naar wat daar binnen Defensie over bekend is. Ze komen uit bij pionier Meike Wolf en BDM.

Defensie organiseert een tweeweekse cursus BDM op de kazerne van de commando’s in Roosendaal. SCL-docenten Gaby van den Berg, de Britse generaal, de Oxford-docent, en ook de Britse beïnvloedingsspecialist Ade Rudd komen ervoor naar Brabant. Juist de commando’s – die bekend staan om hun harde, fysieke opleiding en reddingsacties in onmogelijke situaties – blijken goed overweg te kunnen met de methode. Ze opereren al in kleine groepen, komen met veel bevolkingsgroepen in aanraking en weten dus hoe belangrijk het is die te begrijpen.

Begin maart 2017 gaan ze het gedrag van burgers niet alleen onderzoeken, zoals in Curaçao, maar ook beïnvloeden, op een militair oefenterrein van zo’n duizend hectare in de Amerikaanse staat Indiana.

Defensie huurt lokale, Amerikaanse reservisten in als ‘oefenburgers’, mannen tussen 25 en 35 jaar. Welke problemen ervaren ze? Wat vinden ze belangrijk in hun leven? Afspraak is dat ze eerlijk antwoord geven. Nicolaas: „Ze waren heel bang voor drugsproblemen. Ze zagen hoe vrienden en familie die geen medicijnen konden betalen, overstapten op opiaten.”

Die data worden verwerkt in het scenario.

Lees hier over de geheimen van hybride oorlogsvoering

Het scenario: Een gijzeling in een woonwijk zonder drugsproblemen.

De opdracht: Krijg de gegijzelden de grens over en bevrijd ze in het buurland waar ‘we’ een betere relatie mee hebben, om een diplomatieke rel te voorkomen.

De beïnvloeding: De commando’s bespelen de angst van de bewoners. Ze leggen plastic zakjes rondom het huis en verspreiden valse geruchten. Ze vertellen de burgemeester dat de gijzelnemers drugshandelaren zijn. De dorpelingen willen van hen af. Er ontstaat onrust, de politie rijdt vaker langs. De gijzelnemers vertrekken naar het buurland. Daar worden de gegijzelden bevrijd.

De oefening was „redelijk succesvol”, zegt Nicolaas. „Toen we terugkwamen zeiden we, ja dit is leuk, maar we moeten dit in een echte omgeving gaan testen. Anders kunnen we nooit laten zien dat de methode werkt.”

Dat wordt Irak.

 

Foto Evert-Jan Daniels
Nederlandse commando’s op patrouille in Ansongo, Mali in 2014.
Foto’s Evert-Jan Daniels/ANP

 

Glimmende dienbladen

De jonge moeders in het vluchtelingenkamp zijn niet per se gevlucht voor oprukkend geweld, maar wegens tekort aan suiker. Ze zijn ondervoed, maken geen melk aan en lengden water aan met suiker om hun kinderen in leven te houden. Via hun telefoon staan de vrouwen nog altijd in contact met naasten buiten het kamp.

De Nederlanders adviseren de internationale anti-IS-coalitie om suiker in de regio te krijgen, zodat de vrouwen die nog niet gevlucht zijn er blijven en informatie kunnen geven. De vrouwen melden dan niet waar IS zit, dat is te gevaarlijk. Ze melden waar ze zélf zitten. Dat doen ze door hun glimmende dienbladen die op het dak liggen om thee te drogen, met een steen eronder te richten naar de berg waarop de militairen zitten. De Nederlanders weten dan: waar spiegelingen zijn, zit IS waarschijnlijk niet.

De suiker, de dienbladen. De beïnvloedingsstrategieën worden vastgelegd in een advies. Maar de Nederlanders mogen ze zelf niet uitvoeren. De Directie Operaties in Den Haag én de commandant in Irak zijn daar duidelijk over.

Het frustreert sommige militairen. De internationale coalitie heeft voorzover bekend niets met de suiker en de dienbladen gedaan. Wat was de les van Irak voor Defensie? „Dat meer mensen opgeleid moeten worden in BDM”, zegt Nicolaas.

 

Drie vuistregels

Mogen Nederlandse militairen zomaar data verzamelen over burgers in een ander land en hen proberen te beïnvloeden? Mag je gevluchte, jonge moeders uren bevragen in een vluchtelingenkamp? Dorpelingen bang maken voor problemen die er niet zijn? Daarover heeft Defensie nauwelijks regels, naast de algemene en soms verouderde van klassieke oorlogsvoering.

Hoogleraar Liesbeth Zegveld, gespecialiseerd in oorlogsrecht: „Het is in ieder geval niet de bedoeling dat je burgers gebruikt om je militaire operaties te verbeteren. Het idee van oorlogsrecht is dat burgers onschuldig zijn en dat moeten blijven. Door hun gedrag te beïnvloeden, waardoor ze jou helpen, maak je hen tot partij. Of IS kan dat zo zien, waardoor ze risico’s lopen.”

Mag je dorpelingen bang maken voor problemen die er niet zijn?

Dat nergens staat dat het niet mag, betekent nog niet dat het legitiem is, zegt Désirée Verweij, hoogleraar ethiek aan de Nederlandse Defensie Academie. „De eerste vraag is altijd: wat wil je met je actie bereiken? Als dat de veiligheid van burgers in een gebied is, kan de volgende vraag zijn: moet je burgers daarvoor interviewen of hebben ze voor hun veiligheid iets anders nodig?”

Over zulke vragen moeten militairen nadenken voor uitvoering van een beïnvloedingsoperatie, zegt Verweij. Ze stelt voor dat militairen voor een missie niet alleen naar een juridisch adviseur gaan, zoals gebruikelijk, maar ook langs ethici. „Die kunnen de moreel ethische aspecten van een operatie helpen beoordelen.”

Martin Wijnen, de landmachtbaas: „We hebben drie vuistregels: we maken kenbaar wie we zijn. We misleiden niet. En we spreken de waarheid. Punt.” Hij erkent dat er regels moeten komen voor gedragsbeïnvloeding. „We gaan nu van storming en forming naar norming.” Dat stellen van juridische en ethische normen kan wel pas „na een discussie over wat we daar als Nederland van vinden”.

Dit voorjaar namen juristen van Defensie zich voor om voor het eerst bijeen te komen om te praten over regels voor gedragsbeïnvloeding. Door corona ging de bijeenkomst niet door. Gaat die alsnog plaatsvinden? Wijnen: „Ja, dat kan niet anders.”

Nederlandse militairen in Mali verzamelden inlichtingen als bijdrage aan de VN-vredesmissie. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

 

Schandaal

Niet lang na Irak, in 2017 nog, bezoeken vijf enthousiaste vrouwelijke officieren, onder wie Meike Wolf, de plaatsvervangend commandant van de landmacht Kees Matthijssen. Ze vragen om zijn hulp bij het verder brengen van de beïnvloedingsmethode en dringen aan op een interne, uitgebreide opleiding. Doe maar, zegt hij.

Defensie koopt voor 420.329 euro de eerste grote BDM-cursus in, van de wetenschappelijke tak van SCL Group.

De cursus is bijna net zo intensief als in Riga: 38 cursisten, 6 weken, 240 uur. De militairen leren „een doelgroep te analyseren om uiteindelijk een beïnvloedingsstrategie te bepalen waarmee een doel kan worden bereikt met meetbaar effect”, aldus een Facebookpost. De trainers zijn dezelfde: de Britse generaal, de Oxford-docent en Van den Berg. De handtekeningen op de diploma’s in februari 2018 zijn van haar.

Een maand later barst het schandaal los rond Cambridge Analytica en SCL Group.

Voor de Nederlandse krijgsmacht verandert dat niets. Slechts enkele betrokkenen ‘in het veld’ besteden er tijd aan. Hun conclusies: de methode deugt, de ethiek zit in de gebruiker. En met hun belangrijkste contact Gaby van den Berg is niets mis. Defensie onderzoekt niet of ze betrokken is geweest bij omstreden campagnes. Zelf zegt Van den Berg: „Ik heb met dat soort praktijken nooit iets te maken gehad.” Wel is ze „een paar keer gevraagd om kortstondig te helpen met een opiniepeiling” voor de politieke tak van het bedrijf.

Een maand na de onthullingen begint Van den Berg voor zichzelf en neemt ze de BDM-methode mee. Een tweede grote cursus koopt Defensie in 2019 voor 263.000 euro van haar bedrijf, Emic Consulting in Londen. Ze blijft de Nederlandse krijgsmacht adviseren, door te onderzoeken waarom wervingsfilmpjes vrouwen niet aanspreken. En ze adviseert Defensie over slimme dataverwerking en hoe je data koppelt aan gedragsverandering.

De BDM-methode is nog altijd voor de helft van haar en voor de helft van Nigel Oakes.

Defensie kijkt nu wel naar haar rol. Luitenant-generaal Wijnen: „Inmiddels zien we dat rond haar persoon dingen spelen. Nu vragen we ons af: is dit de partij met wie we zaken willen doen? Vanuit de landmacht hebben we gezegd: ho, stop.” Voor een derde BDM-cursus loopt een aanbesteding.

 

Geen hocus pocus

Bij Defensie ontstaan twee kampen. Steeds meer jonge militairen raken enthousiast over gedragsbeïnvloeding als wapen, tot aan de operationele commandanten van de landmacht toe. Generaal Matthijssen, die de methode vooruit hielp, nodigt de Brit Ade Rudd uit om er voor vierhonderd kaderleden op een managementdag in Stroe over te praten.

In Apeldoorn komt een hele afdeling voor gedragsonderzoek en -beïnvloeding, Communication and Engagement. Die zoekt begin 2020 mensen voor „doelgroepanalyse”, „beïnvloeding van individuen en groepen” en „(gedrags) beïnvloedingscampagnes”, blijkt uit een personeelsadvertentie.

Landmachtbaas Martin Wijnen: „We zijn natuurlijk wel voorzichtig met beïnvloeden.” Foto Merlijn Doomernik

Gedragsonderzoekers gaan mee op missies naar Mali, Burkina Faso, Litouwen. Een evaluatie over Litouwen is kritisch. Gedragsbeïnvloeding wordt er „in vrije vorm” ingevuld. De gedragsonderzoeker heeft „weinig tools om dit optimaal vorm te geven. Zo zijn resultaten niet meetbaar en zijn doelgroepen niet duidelijk aangewezen”.

Terwijl de methode terrein wint, groeit binnen de krijgsmacht de weerstand. Martin Wijnen: „We hadden in het begin een aantal believers. Die zeiden: we hebben nu iets gezien, als we dat heel goed doen dan hoeven er geen doden meer te vallen; daar kan niemand tegen zijn. Tegelijkertijd reageren een aantal mensen hier als Twentse boeren: joah, joah. En dan waren het ook nog jonge, vrouwelijke officieren die de methode aanprezen.”

Sommige militairen „staan niet helemaal meer open voor iets nieuws”, zegt Wijnen. Anderen zijn bang dat het ten koste gaat van hun invloed of budget. Wijnen: „Ze denken: dan word ik overbodig. De believers doen ook hun uiterste best om vooral te vertellen dat alles van vroeger nu niet meer van toepassing is.” Vinden de tegenstanders de methode ook eng, of omstreden? „Ach, tuurlijk. Dan zeggen ze whoo, dit is hocus pocus. Dit ís geen hocus pocus.”

Wat vindt de Defensietop in Den Haag? Die houdt zich „hier nauwelijks mee bezig”, zegt een bron. Alleen de MIVD laat volgens bronnen van zich horen als die meent dat de gedragsonderzoekers zich weer eens op haar terrein begeven.

De weerstand en onduidelijkheid over wat mag, zorgt voor koudwatervrees bij de leiding. Commando Nicolaas: „Het is moeilijker om een beïnvloedingscampagne door de molen heen te krijgen dan een airstrike.”

Wijnen: „We zijn natuurlijk wel voorzichtig met beïnvloeden.”

Tekenend is een bijeenkomst in het najaar van 2018 in samenwerking met denktank The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS).

Wijnens voorganger neemt een rapport in ontvangst dat de denktank op zijn verzoek heeft gemaakt. Er staat in dat het leger meer gebruik moet maken van burgers in conflictgebieden en van het beïnvloeden van hun gedrag. Veel jongere militairen knikken instemmend. Eindelijk, vernieuwing.

Dan staat een kolonel van eind vijftig op. Nóg minder staal? „Wat voor signaal geven we hiermee af aan de vijand”, roept hij uit. De toenmalige landmachtbaas laat het lopen. Grote veranderingen kosten nou eenmaal tijd.

Volgens historicus en politicoloog Martijn Kitzen begint de tijd te dringen. Hij was als militair in de Afghaanse provincie Uruzgan en promoveerde op een onderzoek naar de Nederlandse missie (2006-2010). „In het begin vochten we tegen de verkeerde mensen”, vertelt Kitzen. „Vervolgens duurde het twee jaar voor we een beetje snapten hoe de bevolking in elkaar zat.” Toen pas kregen ze volgens hem informatie van lokale leiders en werd bijvoorbeeld een zoekoperatie „een enorm succes”.

De les van Afghanistan is volgens hem dat de Nederlandse krijgsmacht zich bij elke missie grondig moet verdiepen in de lokale bevolking: „Hoe zit die in elkaar? Wat wil die? Hoe kun je die zo benaderen dat mensen in een dorp niet kiezen voor de opstandelingen maar voor de overheid?” Hij herkent de verhalen over de weerstand. „Nog altijd overheerst bij sommigen het idee dat de volgende oorlog er zo zal uitzien als de veldslag waarop we ons in de Koude Oorlog voorbereidden, met tanks op de vlakte van Noord-Duitsland.”

De pioniers uit Riga, de enthousiaste Britse én Noorse én Nederlandse cursisten, werken geen van allen meer voor Defensie. Meike Wolf werkt op de Zuidas, voor een internationaal communicatiebureau. Haar baas die haar naar Riga stuurde, trok zich terug in een Frans dorp. Een militair: „Ik denk dat we allemaal wel eens hebben gedacht: misschien moet ik weg. Het gaat zo langzaam allemaal.” De Britse expert Ade Rudd: „Vrijwel iedereen die hier goed in is, heeft inmiddels het leger verlaten.”

Ze hebben hun kennis wel overgedragen. Defensie gaat hoe dan ook door met gedragsonderzoek, gedragsbeïnvloeding en BDM, zegt Martin Wijnen. „Er zijn genoeg mensen die het stokje overnemen.”

Tips? Onderzoek@nrc.nl