Jens Meijen: ‘De kern van mijn bundel is dat er veel angst is’

Poëzie Jens Meijen is de winnaar van de C. Buddingh’-poëzieprijs met zijn debuut Xenomorf. De jury koos bewust voor een dichter van het grote, maatschappelijke gebaar.

Jens Meijen, winnaar C. Buddingh’-prijs 2020
Jens Meijen, winnaar C. Buddingh’-prijs 2020 Foto Catherine Lemblé

De Vlaamse dichter Jens Meijen (1996) is de winnaar van de C. Buddingh’-prijs 2020. Zijn bundel Xenomorf werd door de jury beoordeeld als het beste debuut. „De blik van Meijen is in tegenstelling tot die van veel andere inzenders van de C. Buddingh’-prijs niet naar binnen gericht, maar naar buiten gekeerd. Xenomorf bestaat onder meer uit dystopische angstvisioenen, ‘puinsonnetten’ en ‘aderlatingen’,” aldus het juryrapport.

Er waren dertig inzendingen. De jury was blij met die hoeveelheid en de hoge kwaliteit, al leek men minder blij met de grote hoeveelheid bundels over „dertigersdilemma’s”. Voor volgend jaar hopen ze ook op meer diversiteit want de lichting 2020 was vooral „wit, jong en vrouw”. Desalniettemin was het na de Libris Literatuurprijs ook met de bekendmaking van de Buddingh’-prijs geen goede week voor vrouwelijke auteurs. Op de Buddingh’ shortlist stonden twee mannen en twee vrouwen: naast Meijen nog Jérôme Gommers, Iduna Paalman en Laurine Verweijen.

Bezwering

Lees ook: De grom uit de hond halen overtuigt dankzij de eigen stem

Uit de bundel van Jens Meijen blijkt nadrukkelijk zijn maatschappelijke betrokkenheid. „De kern van mijn bundel is dat er veel angst is. Het heeft geen zin om te zeggen dat je nergens bang voor hoeft te zijn, met begrip komen we een heel eind. Poëzie kan hierin een bezwering van angsten zijn”, legt Meijen door de telefoon uit. In 2016 was hij België’s eerste Jonge Dichter des Vaderlands. De nu bekroonde bundel staat daar los van, maar wat Meijen toen wel leerde is dat poëzie voorbij het persoonlijke kan gaan. „Bij die functie kwam een waaier van engagement kijken, het persoonlijke is met het algemene te verbinden.”

In een van zijn ‘Puinsonnetten’ schrijft hij meer over de rol van de dichter:

Kijk, ik kan blijven opsommen

maar oplossingen bied ik niet,

slechts de aanduiding van pijnpunten

Meijen bedoelt daarmee dat je met poëzie geen maatschappelijke veranderingen teweeg kan brengen, maar „poëzie kan wel een individu bereiken en dan een katalysator zijn”.

Wat dat betreft is poëzie ook efficiënter dan proza, meent Meijen. Je hebt minder lezers, maar meer effect. „Vergelijk het met een voetbalteam: een ploeg die twintig keer op een goal schiet en één keer raak verliest het van een ploeg die twee keer op het goal schiet, maar beide keren het doel treft.”

Wat dat betreft zijn de ambities van Meijen groot, en dat is ook precies de reden dat de jury hem bekroonde: de zorgen om het klimaat, berechting, racisme worden door hem omgezet in gedichten. Onderliggende factor bij al die zorgen is het verlies aan gemeenschapsgevoel. „Als dat er meer is, dat zie je nu een beetje tijdens de coronatijd, wordt het overleven van jezelf ook het overleven van een ander.”

Wikipedia

Bij sommige gedichten zijn enkele lemma’s uit Wikipedia overgenomen, zoals feiten over het heelal. Tegelijkertijd staat er ook: ‘de aarde is plat / herhaal het genoeg en alles wordt waarheid / maak het noodzakelijk en alles wordt waarheid’. Het gevaar van het misbruik van taal is flink toegenomen, aldus Meijen, en dat ziet hij ook vanuit zijn werk bij de Katholieke Universiteit Leuven waar hij onderzoek doet naar populisme en nationalisme bij het Centrum voor Europese Studies.

„Populisten gebruiken taal als scherm, om dingen van zichzelf af te schuiven, ze gebruiken taal om de definitie te maken wie erbij hoort en wie niet. Het is de existentiële angst waar ze op inspelen. Poëzie kan hopelijk de keerzijde bieden, de transformatie in iets nieuws.”

‘Xenomorf’ van Jens Meijen verscheen bij De Bezige Bij, 80 blz. € 19,99