De strijd binnen het CDA: Hugo de Jonge versus de provincie

Lijsttrekkersverkiezing CDA Het CDA heeft vier kandidaten voorgedragen voor het lijsttrekkerschap. Een oud schisma komt weer boven: de stad tegenover het platteland.

Illustratie Sjoerd van Leeuwen

Waar blijft ze nou, vroeg Alfred de Jong zich de laatste tijd vaak af. Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, had zich kandidaat gesteld. Maar er zou toch wel iets te kiezen zijn voor het CDA? Opgelucht zag De Jong dinsdag dat Mona Keijzer, zíjn favoriet, zich alsnog had gemeld. Hij stuurde haar een vrolijk appje: „Hé, gelukkig dat je je ook kandidaat stelt, nu hebben we iets te kiezen met elkaar.”

Alfred de Jong is gepensioneerd bankdirecteur en fractievoorzitter van het CDA (vier zetels) in de gemeenteraad van Edam-Volendam, de woonplaats van Keijzer.

Lees ook: CDA krijgt wat het juist niet wil

Met Keijzer komt het CDA te staan waar de partij hoort, zegt De Jong: „rechts van het midden”. „Je kunt eindeloos blijven praten, maar je moet gewoon ook kunnen doorpakken. En dat is iets wat mij bij Mona bijzonder aanspreekt. Pragmatisme, we gaan aan de slag!”

Inmiddels zijn er niet twee, maar vier serieuze kandidaten voor het lijsttrekkerschap. Het partijbestuur droeg ze vrijdagmiddag officieel voor. Naast Hugo de Jonge (Rotterdam) en Mona Keijzer (Edam-Volendam) meldden zich ook de Kamerleden Pieter Omtzigt (Enschede) en Martijn van Helvert (Sittard).

Deze samenstelling dwingt het CDA een oud conflict in alle openheid uit te vechten: de tegenstelling tussen stad en platteland. Met Rotterdammer De Jonge als representant van het ‘stedelijke’ CDA, en de drie anderen met een meer ‘provinciaal’ profiel.

Mona Keijzer liet zich in de interviews waarin ze haar kandidatuur bekendmaakte, fotograferen in Zwolle en „agrarisch epicentrum” Veghel. „Nederland is méér dan alleen de Randstad”, zei ze daarbij.

Pieter Omtzigt benadrukte in zijn eerste interview over zijn kandidatuur, met NRC, het belang van de agrarische sector. „Het CDA is een partij voor iedereen, dus ook voor boeren en iedereen die niet in steden woont.” Omtzigt, formeel stedeling, heeft „enige fierheid over de agrarische sector wel eens gemist in de politiek. Dat we zelf ons voedsel produceren is echt heel belangrijk. Als er één sector is die in generaties denkt en niet in kwartaalwinsten, zijn zij het wel. Dat is de economie waar ik naartoe wil.”

Martijn van Helvert is van nature een regionaal politicus. Hij houdt wekelijks een spreekuur in een café in Sittard en was lange tijd actief in de provinciale politiek. Van Helvert wil als lijsttrekker Randstad en andere regio’s verbinden, zei hij de afgelopen week tegen de NOS: „Je ziet toch dat de meeste lijsttrekkers, ook van andere partijen, uit die Randstad, of op zijn minst uit Noord- of Zuid-Holland komen. Dus zeg ik: laat mij nu die CDA-kar trekken. Want de verkiezingen zijn voor het hele land.”

Hier tegenover staat één stedeling uit de Randstad: Hugo de Jonge. In zijn woonplaats Rotterdam staat het CDA onder druk. De partij ging bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen terug van drie naar twee zetels. Fractievoorzitter Christine Eskes zegt dat zij „veel optrekt” met collega-fractievoorzitters van het CDA uit de grote steden. Eskes, die Hugo de Jonge „een ongelooflijk fijn mens” noemt: „Je hoort in de partij geluiden dat alleen de stem van de regio meer moet tellen, dat verbaast me. Het is uitgesloten dat we als CDA alleen voor het platteland kunnen kiezen.”

De tegenstelling stad-platteland komt tot uiting als het om klimaatbeleid gaat, om stikstof, of de boeren. Veel CDA’ers in de provincies vinden dat de boeren onevenredig hard getroffen worden door stikstofmaatregelen.

Lees ook: Met Martijn van Helvert als kandidaat móét het in het CDA wel over Baudet gaan

In de nadagen van Jan Peter Balkenende (partijleider tot 2010) is de partij zich sterk gaan richten op de kiezer buiten de Randstad. Dat betaalde zich bij verkiezingen terug in steun voor het CDA in bijvoorbeeld Noord-Brabant, Limburg en Overijssel. Maar in stedelijke gebieden, met name in de Randstad, kwam het CDA steeds verder onder druk te staan.

In 2010, na een dramatische verkiezingsnederlaag (van 41 naar 21 zetels), constateerde een commissie onder leiding van Léon Frissen dat het CDA een doodlopende weg was ingeslagen. Het CDA was volgens het rapport-Frissen steeds meer een plattelandspartij, „georiënteerd op die delen van het land waar de bevolking niet of nauwelijks toeneemt, of inmiddels al langere tijd daalt en aan de vooravond staat van aanzienlijke verdere krimp”. De CDA’ers in de steden en Suburbia, deel van het succes van Balkenende, was de partij kwijtgeraakt.

Bezorgde burgers

Ondanks deze conclusie richtte Sybrand Buma, partijleider tot 2019, zich sterk op oudere, bezorgde burgers, zonder expliciet te maken dat hij de plattelandsgebieden bedoelde. Sinds zijn vertrek staat het CDA bloot aan verschillende invloeden. In Noord-Brabant, een regio met een sterke agrarische achterban, is het CDA een coalitie aangegaan met FVD. Landelijk presenteerde het CDA een visiestuk dat een meer sociaal-christelijke toon had: veel nadruk lag op rentmeesterschap en gemeenschapszin. Maar in het stuk kwam, mede op aandringen van Annie Schreijer-Pierik, Europarlementariër en boerin uit Overijssel, een cruciale aanpassing. In de eerste versie stond dat „duurzaamheid, dierenwelzijn en het inkomen van boeren belangrijker moeten blijven dan de ambitie om de tweede voedselexporteur van de wereld te willen blijven”. Het CDA-congres veranderde dat in: „Duurzaamheid, dierenwelzijn en het inkomen van boeren moeten in balans blijven met de ambitie om de tweede voedselexporteur van de wereld te willen blijven.” Een kleine aanpassing, maar een wereld van verschil.

Lees ook dit interview met Pieter Omtzigt: ‘Politiek moet weer gaan over echte problemen, niet om spoeddebatten.’

Mogelijke samenwerking met FVD, dé splijtzwam in het CDA, wordt door De Jonge afgewezen. Van Helvert en Keijzer nemen een welwillender houding in (Omtzigt zegt dat Baudet het CDA heeft uitgesloten). In Noord-Brabant kón het gewoon, zei Van Helvert. Dat is een argument dat sterk leeft in veel lokale en regionale afdelingen van het CDA, bleek onlangs uit een NRC-enquête. Ook partijprominent en oud-minister Piet-Hein Donner mengde zich in dit emotionele debat. In de nieuwste editie van het partij-ideologisch tijdschrift Christen-Democratische Verkenningen schrijft Donner dat het CDA FVD niet mag uitsluiten. „De reactie ‘Bah, vies. Afblijven!’ is wel begrijpelijk. Maar men zet daarmee zichzelf buitenspel, en niet de ander.” Volgens Donner kan FVD „de tanden stukbijten op de weerbarstige realiteit”, als de partij verantwoordelijkheid gaat nemen.

Het zijn woorden waar Alfred de Jong uit Edam-Volendam helemaal mee kan instemmen. „Als je, zoals in Brabant, de samenwerking kan vinden met regionale bestuurders van FVD, dan is dat prima. Ik vind dat je niets bij voorbaat moet uitsluiten.”

Mona Keijzer (51)


Foto Bram Petraeus

Ze meldde zich deze week als eerste als tegenkandidaat van de protestantse Rotterdammer Hugo de Jonge. Zij lijkt in alles een tegenpool van hem: ze is katholiek, afkomstig uit de regio en staat bekend als rechtser dan hij. En anders dan De Jonge wijst ze samenwerking met Forum voor Democratie niet op voorhand af. Zelf noemt ze zich een „ruimdenkend conservatief met een sociaal hart”. Als voorbeeld van dat laatste noemt ze vaak het meldpunt ‘Meld het Mona’ dat ze opende voor mantelzorgers die vastraakten in de bureaucratie. Tijdens de coronacrisis heeft ze het druk met het getroffen midden- en kleinbedrijf. Keijzer richt zich vooral op de regio, daarom maakte ze haar kandidatuur bekend tijdens een korte toernee langs Veghel en Zwolle. Ze wil meer waardering voor de boeren en meer aandacht voor burgers die het debat in Den Haag niet meer goed kunnen volgen. Keijzer heeft een unique selling point ten opzichte van de andere kandidaten: ze is vrouw. En ze wil ook een rolmodel zijn voor andere vrouwen: niet alleen het lijsttrekkerschap maar ook het premierschap ambieert ze.

Hugo de Jonge (42)


Foto Remko de Waal/ANP

Voor CDA’ers die met afschuw terugkijken op de samenwerking met de PVV (2010-2012) en zich afkeren van eventuele toekomstige samenwerking met de FVD, die vinden dat het CDA zich de afgelopen jaren wat te veel bekommerd heeft om het vertegenwoordigen van ‘de bezorgde burger’ en die bovendien vinden dat het CDA óók een stadspartij moet zijn, is er Hugo de Jonge. De Rotterdamse vice-premier geldt sinds zijn komst naar Den Haag in 2017 als kandidaat-kroonprins, maar zal nu drie andere kroonpretendenten van zich moeten afschudden.

Dat wil hij doen met een boodschap die cultureel minder conservatief is dan die van Sybrand Buma (en van sommige tegenkandidaten). Het CDA van Hugo de Jonge is een middenpartij die zich keert tegen doorgeschoten marktwerking én een te grote instroom van migranten – De Jonge wil daar een maximum van 80.000 per jaar op stellen. De Jonge vertegenwoordigt de gematigdere stroming in de partij die vindt dat de partij de afgelopen jaren teveel naar rechts is opgeschoven. Hoe groot die stroming werkelijk is, moet De Jonge nu gaan bewijzen.

Martijn van Helvert (42)


Foto Bart Maat/ANP

Als Limburger vertegenwoordigt Martijn van Helvert een stroming die lang dominant was binnen het CDA, maar sinds het vertrek van Maxime Verhagen in 2012 een landelijk kopstuk mist: het zuidelijke katholicisme. Het geloof, zei hij later in het Reformatorisch Dagblad, wordt op het Binnenhof in de marge geduwd. Terwijl het voor hem „de basis onder het bestaan is”. Zo nam hij het initiatief voor een gebedsruimte bij de CDA-fractie en plaatste daar eind 2017 een groot Maria-beeld. Van Helvert onderscheidde zich sinds zijn aantreden in 2013 in de Kamer als een realpolitiker, die als woordvoerder Buitenlandse Zaken onder meer pleitte voor gesprekken met de Syrische dictator Assad. Hij had succes met een wet waarmee private beveiligers op koopvaardijschepen toegestaan werd om piraterij te bestrijden. Als CDA-leider wil hij niet alleen Westerse democratieën verbinden met autocraten, maar ook de randstad en ‘de regio’ dichter bij elkaar brengen. Op kleiner niveau lukt dat al: op Van Helverts kantoor staat naast een kartonnen pop van zichzelf een kartonnen beeltenis van de Amerikaanse president Donald Trump.

Pieter Omtzigt (46)


Foto Bart Maat/ANP

Hij wordt de ‘pitbull van het Binnenhof’ genoemd: als hij een dossier vastheeft, laat hij niet los. De Twent is al zeventien jaar Kamerlid en bouwde grote kennis op over tal van dossiers. Eerst als pensioenwoordvoerder, later op het gebied van buitenlandse politiek en mensenrechten, de laatste jaren op belastingen. Samen met SP’er Renske Leijten zet hij de toon in het dossier rond kindertoeslagenaffaire. Omtzigt wil opkomen voor burgers die bekneld raken door de overheid, zei hij donderdag in een filmpje waarmee hij z’n kandidatuur aankondigde.

Die vasthoudendheid heeft hem een groep loyale aanhangers opgeleverd – onder wie veel niet-CDA’ers.

Maar wat vinden de CDA’ers zélf? Omtzigt staat in de buurt van Sybrand Buma’s meer cultureel-conservatieve koers, maar zal in de campagne duidelijk moeten maken welke richting hij het CDA precies op wil sturen. De vraag is wat CDA-leden zwaarder gaat wegen: die ideologische overtuiging, of Omtzigts vasthoudende, principiële stijl als Kamerlid.

Tekst en