Recensie

Recensie Boeken

De balorige ‘ridster’ maakt korte metten met rolpatronen

Sprookjes In de moderne sprookjes over de ‘dappere ridster’ doorbreekt Janneke Schotveld voortdurend rolpatronen. Ze deelt maatschappijkritische prikjes uit en ademt regelmatig de vrolijk anarchistische geest van Annie M.G. Schmidt.

‘Doe nooit wat je moeder zegt,/ dan komt het allemaal terecht’, luidt het aan Annie M.G. Schmidt ontleende motto in Avonturen van de dappere ridster van Janneke Schotveld. Een beter motto had Schotveld (bekend van de populaire Superjuffie-boeken) niet kunnen kiezen voor haar opvolger van De kikkerbilletjes van de koning (2018) en Het kattenmannetje (2019). Net als deze twee geprezen, eigentijdse en taboedoorbrekende sprookjesboeken ademt ook Schotvelds nieuwe bundel de vrolijke anarchistische geest van Schmidt. Sterker nog, de dappere ridster – een vrouwelijke ridder dus – had zo weggelopen kunnen zijn uit een van Schmidts sprookjes. De eigenzinnige jongedame is onverschrokken en laat niet met zich sollen, getuige haar strijdkreet ‘Opzij, opzij! Maak plaats voor mij!’. Daarbij gaat het er niet altijd even zachtzinnig aan toe. ‘Ze was nog maar een dreumes toen ze haar buurjongetje resoluut met een schep op zijn kop sloeg, omdat hij voortdurend zijn zusje pestte’, schrijft Schotveld met onderkoelde humor. En als het de ridster niet bevalt dan klinkt er standaard een ‘krijg nou de roest’, gevolgd door een tuf op de grond.

Belangrijk staatshoofd

Dat prettig balorige gedrag resulteert meer dan eens in komische scènes. Hilarisch is bijvoorbeeld het voorval in ‘Hoog bezoek’ waarin de ridster met zes collega-ridsters in opdracht van de minister-president, niet geheel toevallig ‘een verstokte vrijgezel’, een belangrijk staatshoofd van het vliegveld moeten ophalen. Wachtend bij de gate besluiten de doldrieste dames nog even een keer flink te tuffen en vloeken, zodat ze ‘het kwijt zijn’ als het bezoek arriveert. Precies op dat moment verschijnt het staatshoofd. Dat denkt dat iedereen in Nederland elkaar zo begroet. Het misverstand wordt op kolderieke wijze uitvergroot wanneer ze bij de minister-president arriveert, en haar gevolg toefluistert: ‘Nu allemaal even tuffen, zodat ze zien dat we hun gebruiken normaal vinden’.

Anders dan de norm kunnen en mogen zijn – dat is waar Schotveld indirect voor pleit in haar verhalen. En dat doet ze overtuigend: rolpatronen worden voortdurend doorbroken. Zo maakt de ridster korte metten met de bakker die in de boom klimt omdat hij zich schaamt voor zijn verliefdheid op fietsenmaker Abdul. ‘Kinderachtig gedoe’, vindt ze. Dus hangt ze een briefje in de bakkerij om de buurtbewoners van deze ontluikende liefde op de hoogte te brengen. Illustratief is ook het slotverhaal. Daarin redt de ridster een zwarte prins die door zijn ouders in de kasteeltoren is opgesloten uit vrees dat hem iets overkomt in de boze buitenwereld. Als ze uiteindelijk verliefd het kasteel verlaten, mag de prins kiezen, ‘achterop of op de stang’. Zelf rijden is er sowieso niet bij.

Eerst praten, agent

Zo speelt Schotveld, die een aangenaam pretentieloze schrijfstijl heeft die goed bij de verhalen past, een heerlijk ongedwongen spel met alle denkbare conventies. Daarbij wordt ze geholpen door de frisse, eigentijdse illustraties van Milja Praagman die de Nederlandse diverse samenleving speels weerspiegelen. Tussen de regels door deelt Schotveld bovendien maatschappijkritische prikjes uit. De razend actuele opmerking van de ridster tegen twee agenten die een uit de dierentuin ontsnapte leeuw willen neerschieten – ‘eerst praten, dan schieten, wanneer léren jullie dat nou eens!?’ – is niet mis te verstaan. Soms ligt de moraal er wat te dik bovenop, maar tegelijkertijd grijpt Schotveld dan handig in. ‘Ze kreeg een beetje jeuk van haar eigen preek’, schrijft ze als de ridster – altijd opkomend voor de zwakkeren – bepleit dat iedereen in wezen gelijk is.

Niet alle verhalen zijn even sterk. ‘Het gestolen schilderij’, waarin een kleuterjongetje een schilderij voor zijn doodzieke grootvader steelt, is enigszins gezocht. Maar dat doet niet af aan Schotvelds oprechte vertelplezier dat in ieder verhaal voelbaar is.