Boy Edgar Prijs voor trompettist/bugelspeler Ack van Rooyen

Jazzprijs Als ‘belichaming van de kleurrijke Nederlandse jazzgeschiedenis’ krijgt trompettist en bugelspeler Ack van Rooyen (90) de Buma Boy Edgar Prijs, de belangrijkste prijs op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek.

Jazztrompettist Ack van Rooyen, winnaar Boy Edgar Prijs
Jazztrompettist Ack van Rooyen, winnaar Boy Edgar Prijs Foto Andreas Terlaak

De Buma Boy Edgar Prijs, de grootste Nederlandse prijs voor jazz en geïmproviseerde muziek, gaat dit jaar naar trompettist en bugelspeler Ack van Rooyen (90). De jury, die de winnaar vrijdag bekend maakte tijdens het online jazz netwerk- en showcase-evenement inJazz vanuit LantarenVenster, Rotterdam, noemt Ack van Rooyen „de belichaming van de kleurrijke Nederlandse jazzgeschiedenis”. „Zijn bijdrage als solist aan de Nederlandse jazzorkesten leest als een overzicht van grote jazzensembles waarin traditie en vakmanschap op handen worden gedragen.” Vanwege de coronamaatregelen mocht er geen publiek bij zijn.

De Buma Boy Edgar Prijs – een sculptuur van Jan Wolkers, een geldbedrag van 12.500 euro en een concertavond die de winnaar zelf mag samenstellen – volgt op de koninklijke onderscheiding die Van Rooyen begin dit jaar kreeg. Als hij eerlijk mag zijn, reageert Van Rooyen (Den Haag, 1930) betekent de jazz-erkenning meer voor hem dan de onderscheiding die hij kreeg opgespeld op het concert ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag. „Maar het zijn allemaal ego-pleasende gestes natuurlijk. Het houdt niet op. Erg leuk.”

Carrière van zeventig jaar

Van Rooyen was in zijn carrière verder „nooit zo hunkerend naar complimenten”. Al was de uitnodiging om met Miles Davis en het Quincy Jones Orchestra te spelen op het jazzfestival van Montreux „echt wel een groot ding.” Als trompettist en bugelspeler maakte hij deel uit van de vroegste moderne jazzgeneratie in Europa, zijn muziekcarrière omspant nu ruim zeventig jaar. Bewust heeft Van Rooyen zich in zijn carrière weinig gepositioneerd als bandleider. Hij bezat geen solistenbravoure, was vooral een dienstbare speler, een trots onderdeel van een geheel. Het kan een reden zijn waarom Van Rooyen de jazzprijs niet eerder in zijn carrière kreeg.

Het warme, zachte geluid van de bugel past bij de bescheiden Van Rooyen, stelt ook de jury. Zij prijst ook „hoe van Rooyen, in navolging van zijn grote voorbeeld trompettist Clifford Brown, streeft naar ‘eerlijke’ muziek zonder ‘foefjes en trucjes’.” De noten worden daarbij „met zorgvuldigheid uitgekozen” en „de schoonheid van de ronde toon prevaleert boven effectbejag”.

„Mooie woorden”, reageert Van Rooyen, die ondanks zijn hoge leeftijd gewoon blijft optreden, vooral met veel jongere musici. Hij peinst er niet over met pensioen te gaan, zei hij in februari tegen deze krant. Zo waren er tijdens de coronacrisis streamconcerten, o.a. met het Jeroen Manders Quintet. En al moet hij natuurlijk oppassen voor zijn longen, Van Rooyen mist het zeer te spelen voor een volle zaal, zegt hij. „Ik heb publiek nodig. Ik voel mij verslaafd aan feedback. Aan de reacties van het publiek.” Thuis in zijn eentje studeren op de bugel is meer „om te behouden wat ik heb”. „Ik hoef niet meer verder te komen.”

Later dit jaar zal zijn eerder uitgesproken wens uitkomen om te spelen met een orkest met strijkers. Hij gaat een aantal dagen met het Metropole Orkest de studio in om muziek op te nemen voor een album dat eind dit jaar moet verschijnen. Dat zal, bevestigt hij vast, ook werk omvatten van zijn overleden broer, Jerry van Rooyen, vermaard componist en arrangeur. „Hij had deze prijs ook zeer verdiend.”

De bekendmaking is terug te kijken via de YouTube-kanalen van inJazz en Buma Boy Edgar Prijs.