Reportage

Bij het overvolle danscafé rijdt de politie 8 keer langs

Uitgaan in tijden van corona Het uitgaansleven ontluikt in studentenstad Groningen. Maar bier drinken op 1,5 meter valt niet altijd mee.

Volle terrasen, donderdagavond in het centrum van Groningen.
Volle terrasen, donderdagavond in het centrum van Groningen. Foto Kees van de Veen

Het is donderdagavond, een uurtje of twee ’s nachts, en nog tropisch warm buiten. In de binnenstad van Groningen hangt een sfeer die lang is weggeweest. Groepjes studenten verdringen zich voor de snackmuur op de hoek van de Grote Markt, waar het patatje met en de eierbal gretig aftrek vinden. De discolichten en feestmuziek vanuit de danscafés op het plein verleiden het voorbijwandelende publiek tot een drankje, of zelfs een dansje in de kroeg.

Het uitgaansleven, ooit integraal onderdeel van de grootste studentenstad van Nederland, begint na maanden van coronamaatregelen weer te ontluiken. De terrassen zitten bomvol, maar de discotheken en clubs zijn dicht, conform de boodschap uit de persconferentie van premier Rutte afgelopen woensdag. Daartussenin bevindt zich een grijs gebied van kleine kroegen en danscafés. Hoewel de ene kroeg een streng deurbeleid hanteert – niet meer dan een paar mensen binnen, en opstaan van de barkruk is niet toegestaan – lijken bij de buren geen regels te bestaan. Achter beslagen ramen hossen en springen bezwete feestgangers als één bewegende massa op en neer.

„Als je hier bent, maakt het je allemaal niet meer uit”, zegt Jochem (25) die voor de deur van een stampvol danscafé in een zijstraat van de Grote Markt zijn biertje drinkt. „Dit is een van de weinige plekken waar het er niet zo streng aan toegaat”, zegt een van de meiden uit een groepje geneeskundestudenten. „Dus daarom zijn we hier.” Politie is er in overvloed. Agenten rijden het volle café in een uur minstens acht keer voorbij, maar knijpen een oogje toe.

Lees ook: Naar de kroeg, ondanks corona? Studenten hebben overal schijt aan

Daarin is het Groningse handhavingsbeleid niet uniek, bleek afgelopen vrijdag uit een steekproef van het AD onder 56 gemeenten. Boa’s in heel Nederland delen niet of nauwelijks boetes uit als horecagasten de anderhalvemeterregel overtreden. Alleen bij ‘excessen’ wordt gehandhaafd, met een officiële waarschuwing of een boete van maximaal 4.000 euro voor het café. De gemeente Groningen maakte de keuze om vanaf 1 juni het gesprek aan te gaan met de ondernemers. Een stoeltje of tafeltje dat te dichtbij de buren staat brengt kroegbazen niet gelijk in de problemen.

Toch wordt sinds de afgelopen week meer gelet op de plekken waar regels stelselmatig aan de laars worden gelapt, zegt de gemeentewoordvoerder. „Daar gaan we nu op handhaven, want dit gedrag gaat ten koste van ondernemers die wel hun best doen om zich aan de regels te houden.”

Wel naar de hoeren

Aan de rand van de Grote Markt zit Jeroen de Vries, eigenaar van danscafé ’t Vaatje, aan de enige tafel die het café buiten heeft. Lijdzaam kijkt hij toe hoe bij het reusachtige terras van de buren, café De Drie Gezusters, honderden mensen per dag hun drankje afrekenen. Een paar maanden geleden stonden er in café ’t Vaatje nog 190 man te hossen, nu mag er een handjevol op een barkruk zitten. „Dit is gewoon niet meer uit te leggen”, verzucht De Vries. „Je mag dus in het vliegtuig naar Nederland komen, dan stap je in een volle bus naar Groningen, je mag zelfs naar de hoeren, en dan moet je hier op anderhalve meter van elkaar een biertje drinken.”

Ook bij danscafé De Negende Cirkel is het binnen ongekend leeg. „Het is zoals het is, maar het is De Negende Cirkel niet meer”, zegt bedrijfsleider Tjeerd Epema. „1 juli stond niet met grote letters in mijn agenda, natuurlijk had ik niet verwacht dat alles dan weer bij het oude zou zijn. Ik heb me er maar bij neergelegd dat het uitgaan structureel is veranderd.”

Dat vreest ook Jeroen van Broekhoven, eigenaar van nachtclub Fox Nighlife in Stadskanaal. Zijn club mag, net als alle discotheken in Nederland, helemaal niet open. „De nachtclubs worden steeds met één regeltje aangehaald in de persconferentie, en verder niets. Iedere keer is het weer een klap in je gezicht: nul komma nul perspectief.”

Over dat gebrek aan toekomstperspectief is ook Dirk Beljaarts, directeur van Koninklijke Horeca Nederland „not amused”. „Die clubs zijn nu al vier maanden achter elkaar dicht, en het kabinet geeft maar geen duidelijkheid”. De branchevereniging geeft daarmee niet het signaal af dat het veilig en verantwoord is om weer met veel mensen op elkaar gepakt staan te dansen in een discotheek. De onderzoeken over hoe het virus zich binnen verspreidt zijn nog niet eenduidig, ziet ook Beljaarts in. „Maar dan moeten er andere oplossingen komen, naast de gedeeltelijke compensatie voor de loonkosten en vaste lasten. Uitkoopmogelijkheden bijvoorbeeld.”

Volgens Beljaarts geeft het kabinet nu het signaal af dat de nachtclubs gewoon mogen omvallen, „want je kunt niet overleven met gesloten deuren.” Ondernemers kloppen bij de branchevereniging aan omdat ze duidelijkheid willen: kunnen ze ooit nog open, en onder welke voorwaarden? Moeten ze hun zaak verkopen, of zingen ze het nog even uit? „Maar wij kunnen ze nu gewoon niet adviseren.”