Opinie

Antiracisten eisen niets anders dan zuiverheid in de leer

Activisme De antiracistische beweging wil breken met het verleden, maar heeft geen ideeën voor de toekomst, schrijft .
Beschadigde gebouwen in Minneapolis, Minnesota, na het oproer dat volgde op de dood van George Floyd.
Beschadigde gebouwen in Minneapolis, Minnesota, na het oproer dat volgde op de dood van George Floyd. Foto’s Stephen Maturen/AFP

Zoals al door enkele conservatieve commentatoren is opgemerkt, zijn er opvallende overeenkomsten tussen de woke, antiracistische activisten en de bolsjewieken die in 1917 de macht grepen. Maar wat zich nu ontvouwt, in de VS en in mindere mate ook in andere landen, is archaïscher en tegelijkertijd futuristischer dan een twintigste-eeuwse revolutionaire staatsgreep. De huidige onrust is een opstand die meer weg heeft van de anarchistische millenaristenbewegingen die in de late Middeleeuwen door heel Europa raasden en wier kijk op de verlossing van de geschiedenis werd gedeeld door de stichters van Amerika die ermee naar de Nieuwe Wereld kwamen.

Toch hebben bolsjewieken en antiracistische activisten wel wat gemeen. Eind negentiende eeuw was in Rusland een generatie ontwikkelde jongeren onder invloed van hun progressieve ouders ervan overtuigd dat het tsaristische bewind onwettig was. Dostojevski’s Duivels (1871) is een levendige kroniek van het tragische en kluchtige proces waarin progressieve liberalen de traditionele instellingen in diskrediet brachten en een golf van revolutionaire terreur ontketenden. Niet alleen het tsarisme, maar elke regeringsvorm werd als repressief beschouwd. Zoals een van Dostojevski’s personages het verwoordde: „Ik ben enigszins verstrikt geraakt in de feiten, en ik ben helaas uitgekomen bij het tegendeel van mijn oorspronkelijke stelling. Mijn uitgangspunt is onbeperkte vrijheid, mijn conclusie onbeperkte dictatuur.” (vert. Hans Boland)

De woke generatie heeft eenzelfde les van haar voorouders geleerd, dit keer over de tekortkomingen van de Amerikaanse democratie. Ze doet ouderwetse liberale waarden af als medeplichtig aan onderdrukking en in wezen frauduleus, en vergroot haar macht niet door overreding, maar door haar critici sociaal te marginaliseren en economisch te ruïneren. Net als in de showprocessen van Lenins discipel Stalin en de ‘strijdsessies’ van Mao eisen de woke activisten van hun slachtoffers een openbare bekentenis en berouw. Net als de communistische elites willen de opstandige antiracisten door het pedagogische gebruik van angst één enkel wereldbeeld opleggen. De verwerping van liberale vrijheden draait uit op de tirannie van het rechtschapen gepeupel.

Geen toekomstvisie

Maar de drijfveren achter deze woke opstand verschillen wel van de bronnen die Lenin of zelfs Mao van energie voorzagen. Voor de bolsjewistische leider – een waarachtig volgeling van de Jacobijnse Verlichting, zoals hij tenminste altijd beweerde – was geweld een werktuig en geen doel op zich. Bij woke bewegingen als Antifa daarentegen, lijkt de rol van het geweld vooral therapeutisch.

Je kunt het soort samenleving dat Lenin wilde opbouwen evenzeer verafschuwen als de methoden die hij daartoe inzette, wat ik ook doe. Tientallen miljoenen werden in dwangarbeiderskampen tot slaaf gemaakt, geëxecuteerd of doodgehongerd, in het najagen van een afstotelijke illusie. Toch probeerde Lenin vorm te geven aan een toekomst die volgens hem een verbetering was vergeleken bij het verleden.

Woke activisten daarentegen hebben geen toekomstvisie. Leninistisch gesproken zijn ze infantiel links en spelen ze een revolutionair toneelstuk zonder strategie of plan voor het geval ze aan de macht zouden komen. En hun verschil met Lenin gaat nog dieper. In plaats van te streven naar een betere toekomst, zijn antiracistische activisten uit op een louterend heden. Hun doel is om zichzelf en anderen van zonden schoon te wassen. Te midden van een enorme ongelijkheid in macht en rijkdom koestert de woke generatie zich in de eeuwige zonneschijn van hun smetteloze deugdzaamheid.

Geen politie, geen politiegeweld

De belangrijkste taferelen in het antiracistische oproer na de moord op George Floyd zijn zuiveringsrituelen waarbij publieke ambtsdragers de voeten van de opstandigen hebben gewassen, en daarnaast de beeldenstorm waarin openbare monumenten zijn vernield of beklad. Dit zijn symbolische daden die het heden van het verleden willen breken, geen acties die bedoeld zijn om een andere toekomst vorm te geven.

De enige concrete maatregel die is voorgesteld was om de politie te ontbinden. Zoals op sommige demonstratieborden werd verkondigd, zal er geen politiegeweld meer zijn als er geen politie meer is. Zodra de repressieve instellingen systematisch zijn ontmanteld, zal er een vreedzame anarchie heersen. Zoals iedereen met een greintje historisch besef kon voorzien, hebben de massaal uitgebroken plunderingen in Chicago en andere steden dit vertrouwen niet bevestigd.

Nieuwe, ‘transformatieve’ systemen van rechtshandhaving zullen op problemen stuiten die niet anders zijn dan die waarmee de opgeheven politie te maken had. ‘Autonome zones’ zoals afgekondigd in Seattle, Portland en Minneapolis zullen ook geschillen moeten oplossen en hun besluiten moeten afdwingen. Lokale krijgsheren en profeten – ongetwijfeld soms bewapend – zullen de openbare veiligheid bestieren. Als zij zich vertillen en zelfs geen minimaal niveau van veiligheid weten te beschermen, zal de leegte worden opgevuld door burgerwachten en georganiseerde misdaad. Waar dit kostbaar of instabiel blijkt, zal de federale overheid misschien ingrijpen en de orde herstellen. In andere gevallen worden steden mogelijk opgegeven en worden het zones van anarchie.

Lees ook: Amerikaanse middenklasse: ‘Zwarte mensen zijn bang voor de politie in dit land’

Geen vergeving mogelijk

Dit proces wordt geïllustreerd door de geschiedenis van de middeleeuwse millenaristen. Zij waren antinomianen, ketterse gelovigen die de kerk vervloekten en zich door de goddelijke genade van alle morele beperkingen bevrijd achtten. Terwijl ze hun verheven deugd beleden, was hun kenmerkende praktijk de zelfkastijding. Vergeving – van zichzelf dan wel van anderen – was opvallend afwezig.

Zoals Norman Cohn schrijft in zijn baanbrekende studie The Pursuit of the Millennium. Revolutionary Millenarians and Mystical Anarchists of the Middle Ages (1957), „bleven in Duitsland en in Zuid-Europa nog meer dan twee eeuwen lang groeperingen van flagellanten bestaan”. Waarschijnlijk halverwege de dertiende eeuw ontstaan in Italië, bereikte de flagellantenbeweging een hoogtepunt in Duitsland in 1348-’49, toen ze in woede ontstak door de Zwarte Dood. Net als in andere delen van Europa richtten de flagellanten zich hier tegen delen van de bevolking die ze verweten de pest op te roepen, met name Joden, van wie tal van gemeenschappen werden uitgeroeid.

Tweehonderd jaar later greep wederdoper Jan van Leiden de macht in de stad Münster en veranderde deze korte tijd in een communistische theocratie waarin gedwongen dopen en openbare executies een dagelijks schouwspel werden. Het bewind van Jan van Leiden eindigde toen de stad na een lang beleg in handen viel van legers die voor de kerk vochten. Hij werd doodgemarteld op het stadsplein.

Vernietig de oude wereld

Voor Cohn was de studie van de middeleeuwse millenaristen een wezenlijk onderdeel om het moderne totalitarisme te begrijpen. Ze is ook nuttig om de antiracistische beweging te begrijpen. Middeleeuwse flagellanten en woke activisten paren een gevoel van eigen morele onfeilbaarheid aan een passie voor masochistische zelfverlaging. De middeleeuwse millenaristen geloofden dat God de wereld opnieuw zou maken als Jezus na duizend jaar onrecht terugkwam (millenaristen staan ook bekend als chiliasten – een chiliade is duizend jaar), terwijl de woke gelovigen menen dat er geen goddelijke tussenkomst meer nodig is: hun eigen deugdzaamheid zal volstaan. In beide gevallen hoeft voor een nieuwe wereld alleen maar de oude te worden vernietigd.

Er zijn een paar verschillen tussen de twee bewegingen. De middeleeuwse millenaristen kregen een groot deel van hun steun van analfabete boeren en arme stadsarbeiders. De antiracistische beweging daarentegen bestaat vooral uit het kroost van middenklassegezinnen dat hoger onderwijs heeft gevolgd. Evenals hun middeleeuwse voorgangers geloven de woke activisten dat ze de gevestigde waarden zijn ontstegen. Maar – en dat is misschien wel uniek in de geschiedenis – hun antinomische opstand komt voort uit een antinomisch establishment.

De opkomst van de antiracistische beweging is niet het gevolg van een overname van Amerikaanse instituties door een dictatoriale regering. Belangrijke Amerikaanse instituties hebben zichzelf omvergeworpen, terwijl de pogingen van Trump om dictatoriale macht uit te oefenen tot nu toe niet doeltreffend zijn geweest. Het zou kunnen dat de anarchistische taferelen die onderdeel van de opstand zijn in november in Trumps voordeel zullen werken. Minstens een derde van de Amerikaanse bevolking is tegen de woke waarden en dat getal zou nog aanzienlijk kunnen toenemen naarmate de opstand met meer publieke wanorde gepaard gaat. Ook zou Biden de overhand kunnen krijgen door een vreedzamer toekomst te beloven, waarna hij noodgedwongen het oproer moet beteugelen om in zekere mate de openbare orde te bewaren. In beide gevallen blijft Amerika min of meer onbestuurbaar.

Lees ook: ‘Waarom ik niet meer met witte mensen over racisme praat’ is een onderbouwde aanklacht

Geloof in verlossing

De stichtingsmisdaden van het Amerikaanse staatsbestel – de zwarte slavernij en de inbeslagname van land van inheemse groeperingen na afloop van de Onafhankelijkheidsoorlog – zijn maar al te reëel. Maar dit geldt, in haar voortdurende vormende invloed, evenzeer voor de mythologie waaruit Amerika is ontstaan. Aan de basis van de Amerikaanse godsdienst stond een versmelting van protestantse godsvrucht met Verlichtingsgeloof in de rede à la John Locke.

In vrijwel de gehele Amerikaanse geschiedenis weerspiegelde het Lockeaanse liberalisme de realiteit van de macht. Locke heeft zelf nog geholpen bij de opstelling van grondwetten voor de staat Carolina waarin de slavernij werd gelegitimeerd, en volgens hem mochten inheemse volkeren worden onderdrukt omdat ze niet de wildernis hadden ontgonnen en hun land productief hadden gemaakt. Nu en dan, zoals onder het beleid van Roosevelt zoals dat na de Tweede Wereldoorlog vorm kreeg en de burgerrechtenbeweging van de jaren ’50 en ’60 mogelijk maakte, werd de Amerikaanse verdeeldheid ten dele overstegen. Wel ging een verlossingsmythe meestal hand in hand met repressie. De geschiedenis leert dat dit zal blijven doorgaan. Iconen zullen vernietigd en antinomische hartstochten geventileerd worden, terwijl sociale en raciale tegenstellingen meedogenloos en hardnekkig blijven.

Meer nog dan door het nepmarxistisch gemijmer van postmoderne denkers wordt de antiracistische opstand gevoed door het unieke Amerikaanse geloof in nationale verlossing. Het zelfopgelegde inquisitiebewind op universiteiten en in kranten – waar redacteuren en journalisten, hoogleraren en studenten worden aangemoedigd om ketterij op te sporen en te melden, zodat het kan worden ontmaskerd en uitgedreven – riekt meer naar de heksenprocessen van Salem dan naar Leningrad. Doortrokken van christelijke theologie keert het Verlichtingsliberalisme van Locke weer meer terug naar een oerversie van het geloof waarmee alles begon. Amerika verandert ingrijpend en onomkeerbaar, maar blijft ook hetzelfde.

Meedogenloze wereld

Amerika’s onbestuurbaarheid verandert in een karakteristiek bestuurlijk model waarbij de macht verschuift naar instellingen die hun traditionele structuur afbreken. De universiteiten zijn seminaries van woke geloof geworden, terwijl de kranten in spreekbuizen voor propaganda veranderen. Tegelijk worden arbeiders door massawerkloosheid en versnelde automatisering beroofd van het laatste restje onderhandelingsmacht zoals ze die voor het neoliberale tijdperk uitoefenden.

Het stelsel dat nu in opkomst lijkt is een hightech variant op het feodalisme, waarbij rijkdom vooral ontstaat rond nieuwe industrieën en het merendeel van de bevolking rechteloos en berooid is. Terwijl deze metamorfose steeds sneller gaat, fabriceren de Amerikaanse media fictieve verhalen over nationale verlossing.

Amerika is op weg een semi-mislukte staat te worden. De zachte macht is in verval, waarschijnlijk onherstelbaar. Maar daarmee houdt het nog niet zomaar op een machtige wereldspeler te zijn. In een tweestrijd met het totalitaire China is een Amerikaans bewind dat een autoritaire heerschappij met anarchistische zones vermengt relatief misschien wel in het voordeel. Het klassieke totalitarisme is even achterhaald als het klassieke liberalisme, en het Amerikaanse mercantilisme is misschien wel veerkrachtiger en innovatiever dan het Chinese staatskapitalisme. Een heersende elite gevormd door figuren als Jeff Bezos en Elon Musk zal misschien wel beter in staat blijken om nieuwe technologieën toe te passen dan een communistische keizer die China in een vrieskist heeft gestopt. Een van de onwezenlijkste momenten tijdens de opstand deed zich voor toen de SpaceX van Musk bijna onopgemerkt astronauten naar de ruimte lanceerde.

Nu de antiracistische beweging naar delen van Europa en het VK overslaat, blijkt duidelijk dat dit geen storm is die wel weer overwaait. Net als in de VS hebben woke activisten hier nauwelijks tot geen omlijnd programma. Ze willen domweg het einde van de oude orde. De uitbarsting waarvan wij getuige zijn zal misschien in de herinnering blijven voortleven als een bepalend moment in de ondergang van het liberale Westen. Het is misschien tijd om te bedenken hoe we de nog resterende enclaves van vrij denken en vrije meningsuiting kunnen versterken, zodat ze een kans op overleven hebben in de lege en meedogenloze wereld die op komst is.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.