Reportage

Een Israëlisch dorp, een Palestijnse stad en een gevaarlijk plan

Annexatie De Israëlische premier Benjamin Netanyahu dreigt vanaf volgende week delen van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever te annexeren. De internationale gemeenschap staat op zijn achterste benen, maar in Israël en Palestina heerst vooral verwarring. Wie zit er eigenlijk op annexatie te wachten? De inwoners van deze twee plaatsen in elk geval niet.
Het Palestijnse stadje Beit Ummar, gezien vanuit de Israëlische nederzetting Karmei Tzur.
Het Palestijnse stadje Beit Ummar, gezien vanuit de Israëlische nederzetting Karmei Tzur. Foto Kobi Wolf

Israël Annexatieplannen gaan kolonisten niet ver genoeg

Dat premier Netanyahu nu wellicht toch de stap zet tot annexatie, lijkt vooral bedoeld om de rechtse kolonistenleiders aan zich te binden. Verrassend genoeg zijn niet alle kolonisten blij met de plannen.

Een Joodse jongen kijkt toe hoe Palestijnse mannen het huis bouwen waar hij in zal wonen, in de Israëlische nederzetting Karmei Tzur. Foto Kobi Wolf

 

De Israëlische nederzetting Karmei Tzur (‘boomgaarden van rotssteen’) verschilt op het eerste gezicht amper van een Nederlandse vinexwijk. Keurig aangeharkte straatjes, fruitbomen, schommels en een basketbalveldje. De oudste huizen dateren uit de jaren tachtig. Er is een supermarktje en een jeugdhonk. Een belangrijk verschil: Karmei Tzur ligt op een heuveltop in bezet Palestijns gebied. En volgens het internationaal recht zijn deze nederzettingen illegaal.

Esti Uliel Shamai (57) en haar man waren 34 jaar geleden het elfde gezin dat in Karmei Tzur kwam wonen. Inmiddels zijn dat er twintig keer zoveel. Ze is blij dat ze op straat niet meer iedereen kent: „Dat betekent dat het groeit.”

Uliel Shamai woont met overtuiging in bezet gebied. „We zijn hier om te blijven”, zegt ze meermaals. Toch is ze geen voorstander van de kabinetsplannen om een deel van dit gebied over een paar dagen officieel tot het Israëlische grondgebied te rekenen. „Als je niet een oplossing vindt voor álle plaatsen, Joods en Arabisch, dan is het geen echte oplossing. Wij weten niet eens of Karmei Tzur straks binnen het geannexeerde gebied valt. Als je het wil doen, doe het dan op de juiste manier – en langzamer.”

De Israëlische premier Netanyahu heeft aangekondigd vanaf 1 juli Israëlische nederzettingen op de in 1967 bezette Westelijke Jordaanoever formeel te annexeren. Dat zou een zeer ernstige schending van het internationaal recht zijn, waarschuwde secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties deze week.

Volgens Israël horen de nederzettingen echter ‘gewoon’ bij Israël. Er wonen zo’n 460.000 Israëlische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever, plus nog eens 300.000 in Oost-Jeruzalem. Karmei Tzur ligt in het grote nederzettingenblok Gush Etzion, tussen Jeruzalem en Hebron. Hoewel in de laatste dagen van juni nog veel onduidelijk is over het plan, is het al duidelijk dat de grote nederzettingenblokken bovenaan Netanyahu’s verlanglijst staan.

Netanyahu, die bekendstaat als risicomijdend, heeft vaak gedreigd met annexatie, maar die nooit tot uitvoer gebracht. Met annexatie brengt hij Israëls internationale positie en de regionale stabiliteit in gevaar. Europese landen spelen met de gedachte van sancties, Arabische Golfstaten die steeds openlijker begonnen te flirten met Israël hebben aangegeven annexatie niet te tolereren, en buurland Jordanië heeft gedreigd met een „enorm conflict”.

Dat de premier nu wellicht toch de stap zet, lijkt vooral bedoeld om de kolonistenleiders en andere rechtse kiezers aan zich te binden. Bovendien wil hij een erfenis achterlaten in wat wel eens zijn laatste regeerperiode zou kunnen zijn. Het is nu of nooit, want nu is er een Amerikaanse president die hem steunt – na de verkiezingen in de Verenigde Staten dit najaar kan dat weer anders zijn.

De aangekondigde annexatieplannen zijn een uitvloeisel van het vredesplan van de Amerikaanse president Trump. Volgens het Trumpplan zouden de Israëliërs tot 30 procent van de Westelijke Jordaanoever eenzijdig mogen annexeren als de Palestijnen niet aan vredesonderhandelingen beginnen. De eerste groep die baat zou hebben bij annexatie, zijn de Israëlische kolonisten, die dan onder dezelfde wetgeving komen te vallen als Israëliërs in Tel Aviv of Jeruzalem en hun positie versterkt zien.

‘Historische kans’

Verrassend genoeg zijn niet alle kolonisten blij met de plannen. Hoewel naar Washington meegereisde kolonistenleiders stonden te juichen toen Trump zijn visie in januari presenteerde naast Netanyahu, heeft het plan inmiddels gezorgd voor een tweedeling binnen de kolonistenbeweging. Sommige leiders noemen het een „historische kans”, anderen wijzen het resoluut af.

Shlomo Ne’eman, de ‘burgemeester’ van het Gush-Etzionblok, heeft zich ontpopt als één van de felste tegenstanders van het plan. Zelfs als alle Israëlische nederzettingen geannexeerd zouden worden, zou zijn woonplaats Karmei Tzur geïsoleerd blijven tussen Palestijnse dorpen en steden. Bovendien zou er een bouwstop van vier jaar moeten komen om de Palestijnen de tijd te geven om van gedachten te veranderen. „Je kunt toch niet zeggen: het is jouw gebied, maar je mag er niet bouwen?”

Het grootste struikelblok is echter de mogelijkheid van een Palestijnse staat. Karmei Tzur is klein, religieus en zeer nationalistisch. De meeste bewoners zijn net als hun burgemeester tegen het Trumpplan. Ook de tienermeisjes bij het jeugdhonk zijn collectief en uitgesproken tegen. Al bevat het plan allerlei voorwaarden die de Palestijnen onmogelijk kunnen accepteren, waardoor een eigen staat ver weg lijkt, wat Ne’eman en zijn dorpsgenoten betreft is zelfs de suggestie uit den boze.

Uliel Shamai ziet wel enige praktische voordelen van annexatie: de procedure om huizen te bouwen zou makkelijker worden. Als het gebied officieel Israëlisch wordt, is bovendien een tweederde meerderheid in het Israëlische parlement nodig om nederzettingen te ontruimen. De Israëlische nederzettingen zijn één van de heikele punten die in vredesonderhandelingen met de Palestijnen zouden moeten worden opgelost. In eerdere vredesverdragen was steeds sprake van ontruiming of overeengekomen landruil.

Niemand weet nog precies wat Netanyahu op 1 juli van plan is. Gedetailleerde landkaarten waaraan Israëliërs en Amerikanen samen zouden werken, zijn nog niet af – naar verluidt wegens corona. Netanyahu’s coalitiepartner Benny Gantz haalt zich liever niet de woede van buurland Jordanië en de rest van de wereld op de hals. De Amerikaanse belangen zijn ook niet meer zo eenduidig. Trump is druk met corona en de economische crisis en het is niet zeker dat eenzijdige Israëlische annexatie zijn beoogde herverkiezing in november zal dienen.

In deze Israëlische nederzetting is de meest uitgesproken voorstander van annexatie een Palestijn. Naast het huis van Ne’eman wordt druk gebouwd. Palestijnse arbeiders bedienen de graaf- en betonmachines. De magere man met zonnebril die de betonspuit bedient, maakt een gebaar met twee vingers parallel om „zij aan zij” leven aan te geven. „Wij zijn buren”, zegt hij. „Als ze gaan annexeren, annexeer mij er dan maar bij.”

Palestina Met annexatie komt er oorlog, denken de Palestijnen

Ook in Beit Ummar zijn bewoners tegen de Israëlische annexatieplannen. Zij vrezen voor meer Palestijnse doden.

Kamila Khalil Sabarna (rechts) met zoon Khaled en dochter Iman, thuis in Beit Ummar. Foto Kobi Wolf

 

Beit Ummar ligt zo dicht bij Karmei Tzur dat de islamitische gebedsoproep in de Joodse nederzetting te horen is. Het Palestijnse stadje van 18.000 inwoners is omringd door Israëlische nederzettingen. Het contrast is direct zichtbaar. Op de Palestijnse akkers steekt hier en daar een plukje groen uit de bruine aarde, aan de andere kant van de weg is weelderig groen tot waar het oog reikt: grond die de Israëlische nederzettingen zich hebben toegeëigend.

Ook in Beit Ummar zijn de bewoners tegen de Israëlische annexatieplannen, zij het om andere redenen. Volgens lokale activist Youssef Abu Mariah (45) is met de voorgenomen annexatie de droom van een Palestijnse staat definitief voorbij. „Let op mijn woorden”, zegt Abu Mariah. „Als het echt tot annexatie komt, wordt het oorlog. Tussen Israël en de Palestijnen, of tussen Palestijnen onderling.” Israëlische veiligheidsexperts waarschuwen dat de vredesovereenkomst met Jordanië onder druk staat en dat Israël met alle enclaves die zouden ontstaan een onmogelijk lange grens te bewaken heeft. Bovendien kan annexatie militante bewegingen als Hamas versterken ten koste van de toch al zwakke Palestijnse Autoriteit.

De bewoners van Beit Ummar verwachten dat de annexatie hun situatie nog erger maakt dan die al is. Het stadje wordt steeds meer ingesnoerd. Langs de snelweg staan zwarte overkappingen. Daar onderzoeken Palestijnse arbeiders onder leiding van een Israëlische archeoloog of er nog stukjes archeologisch materiaal in de grond zitten, een verplichte actie voordat wegwerkzaamheden verder kunnen. Minder druk maken de Israëlische autoriteiten zich om het Palestijnse stukje landbouwgrond ernaast. De boeren die in de brandende zon tussen de courgettes en komkommers staan, zijn bang dat ook deze grond binnenkort wordt opgeslokt door de geplande wegverbreding. Van de 32.000 dunam (3.200 hectare) die Beit Ummar ooit bezat, is volgens Abu Mariah al zo’n 4.000 dunam onteigend voor de bouw van nederzettingen en wegen. De grond die hij zelf bezat, ligt nu in de nederzetting Karmei Tzur.

Vroeger gaf het land genoeg om van te leven, herinnert Kamila Khalil Sabarna (68) zich. In haar jeugd was het gebied in handen van Jordanië. „De Jordaniërs zorgden goed voor ons”, zegt zij. Nu leeft ze grotendeels van liefdadigheid. Sabarna woont met drie van haar zoons en twee dochters in een sober ingerichte kamer in het oude gedeelte van de stad. Haar man is onlangs overleden. De 1.400 shekel (360 euro) die ze maandelijks van de Palestijnse overheid ontvangt omdat haar zoon Mahmoud jaren geleden is gedood toen hij Israëliërs probeerde aan te vallen, is al twee maanden niet binnengekomen wegens de financiële problemen van de Palestijnse Autoriteit in Ramallah. Ze staat voor duizend shekel in het krijt bij de lokale supermarkt.

Haar zoon Khaled (34) wijst naar een kastje: daar zat ooit glas voor, gebroken bij de zoveelste inval van het leger. De stad heeft een geschiedenis van protesten. Niet alleen kwamen veel inwoners in opstand tijdens de Eerste en Tweede Intifada, ook werden er tot 2016 wekelijks protestmarsen gehouden, waarbij het Israëlische leger Palestijnse demonstranten doodde en verwondde. Sabarna heeft er net als veel stadsgenoten een strafblad aan overgehouden en mag niet in Israël of de nederzettingen werken. Volgens lokale organisaties is het merendeel van de beroepsbevolking werkloos. „Ik kan niet trouwen, niet bouwen, geen toekomst zien”, zegt Khaled Sabarna. Af en toe werkt hij voor 50 shekel per dag bij lokale Palestijnse boeren.

Zwart koffertje

Naast de eenkamerwoning staat een oud natuurstenen huis met gaten in de muren, waar zijn zus Iman (42) een eigen kamertje heeft. Iman Sabarna klimt een trapje op en haalt uit een zwart koffertje een vergeeld document tevoorschijn: het eigendomsbewijs van een stukje land. Door het watergebrek en de beperkte afzetmarkt is het economisch nauwelijks meer interessant om er groenten te verbouwen. „Het kost meer dan het oplevert”, zegt Sabarna. „Dus laten mensen hun grond in de steek, en dat is precies wat Israël wil.”

Bouwen mag ook niet – toen ze vorige zomer een huis aan het bouwen waren voor een andere, pas getrouwde broer, kwam het Israëlische leger het slopen.

Nadat Netanyahu bij het aantreden van zijn nieuwe kabinet in mei de eenzijdige annexatie van Palestijns gebied had aangekondigd, meldde de Palestijnse premier Abbas zich niet langer gebonden te voelen aan de Oslo-akkoorden. Het is nog niet duidelijk wat dat precies betekent – de Palestijnse Autoriteit staat niet bekend als actiebereid – maar Palestijnse burgers voelen al de eerste gevolgen van de verminderde samenwerking met Israël.

Patiënten krijgen geen vergoeding meer om zich in Israël te laten behandelen, en vorige week liep een vechtpartij in Beit Ummar uit de hand, volgens Khaled Sabarna wegens de opschorting van de veiligheidssamenwerking. „De Palestijnse politie kwam niet omdat er geen coördinatie was, de Israëlische niet omdat ze het wel prima vinden als Palestijnen elkaar afmaken”, aldus Sabarna. Er vielen twee doden. Dat zijn, vreest hij, niet de laatsten.