Opinie

Aandacht voor lijsttrekkers is misplaatst

Verkiezingen Kiezers letten niet zozeer op lijsttrekkers als wel op prestaties en plannen van politieke partijen. Besteed daar dus meer aandacht aan, betoogt
Illustratie Jet Peters

De verkiezingen voor de Tweede Kamer vinden weliswaar pas op 17 maart 2021 plaats, maar langzaam maar zeker vult het nieuws erover de kolommen in de krant en de rubrieken in overige media. Dat zal bij de heropening van het parlementaire seizoen na de komende zomerstop zeker niet minder zijn. En nu en straks gaat het in hoge mate om de lijsttrekkers van de diverse politieke partijen. Om ‘de poppetjes’. Vreemd eigenlijk, en ook jammer.

De welhaast exclusieve aandacht voor lijsttrekkers, ook al de afgelopen weken, is vreemd om twee redenen. Ten eerste worden verhalen over die mogelijke nummers 1 van bijvoorbeeld de kandidatenlijsten van CDA en D66 voortdurend gevoed met suggesties en opmerkingen over het premierschap.

Beeldvullend minister

Kan Sigrid Kaag de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland worden of wellicht Mona Keijzer? Heeft Hugo de Jonge in dat verband voordeel van zijn ervaring als beeldvullend minister in het oog van de corona-orkaan?

Of zal het hem op termijn eerder hinderen en is zijn grote naamsbekendheid van nu over enkele maanden verworden tot een geheel aan beschuldigingen en moeizame verantwoordelijkheden voor wat uiteindelijk minder goed is gegaan?

Is de kandidatuur van Martijn van Helvert of de nog latere Pieter Omtzigt een stevige kiezel in de christendemocratische vijver?

Niemand die het weet, maar veel belangrijker: het doet er slechts beperkt toe. Want hoezeer sommige partijen en vele journalisten Kamerverkiezingen ook zijn gaan presenteren en duiden als de verkiezing van de minister-president – daar gaan ze toch echt niet over.

Dat Van Helvert bij de aankondiging van zijn kandidatuur voor het CDA-lijsttrekkerschap aangeeft niet in te zijn voor het ministerpresidentschap, moet als grap bedoeld zijn.

Met Martijn van Helvert als kandidaat móét het in het CDA wel over Baudet gaan

De commissie-Remkes, die over het parlementaire stelsel dan, heeft het niet voor het eerst en ongetwijfeld niet voor de laatste maal gesignaleerd en gediagnosticeerd: er is een opmerkelijk losse, hoogst wispelturige band tussen Tweede Kamerverkiezingen en verkiezingsuitslagen enerzijds en de samenstelling van de navolgende regering anderzijds. Laat staan dat bij die verkiezingen direct een minister-president gekozen zou worden. Al zal dat de media er niet van weerhouden aan de vooravond van de verkiezingen een in essentie misleidend ‘premiersdebat’ te organiseren.

Electorale rol

Ten tweede suggereert de aanzienlijke aandacht voor lijsttrekkers dat die kandidaten een bijzondere en voorname electorale rol zouden spelen. Dat lijsttrekkers voor hun partij verkiezingen winnen of verliezen. Dat is slechts in zeer beperkte mate het geval.

Kiezersonderzoek in Nederland en andere Europese parlementaire stelsels wijst keer op keer op geringe persoonseffecten.

De onder campagneleiders, politici, journalisten en vele burgers breed gedeelde indruk dat hedendaagse politiek gepersonaliseerde politiek is, dat partijen ondergeschikt zijn aan personen, vindt als het om kiezers en verkiezingen gaat zeer beperkte feitelijke steun in wetenschappelijk onderzoek.

Kiezers vinden de lijsttrekker van hun partij aardig of bekwaam, maar daarom kiezen ze niet voor die partij

Het overgrote deel van de kiezers heeft allicht een oordeel over lijsttrekkers van de geprefereerde partij en overige partijen, maar dat moet niet worden verward met invloed van dat oordeel op electorale overwegingen en de partijkeuze. Kiezers waarderen de lijsttrekker van hun partij veelal vrij hoog, maar dat is iets wezenlijk anders dan dat zij de partij kiezen van een persoon die ze aardig of sympathiek of bekwaam vinden. De beoordeling van de lijsttrekker is meer het resultaat van de partijvoorkeur, dan de oorzaak of reden ervan.

Meneer X

Die partijkeuze zelf wordt door slechts een bescheiden deel van het electoraat, waarschijnlijk minder dan tien procent, eerst en vooral ingegeven door de beoordeling van meneer X of mevrouw Y als nummer 1 van de kandidatenlijst.

De eigen, individuele aantrekkingskracht van een lijsttrekker is cijfermatig gering. Als men daar trouwens al op stemt, gezien het feit dat ongeveer een kwart der kiezers sowieso op een andere kandidaat dan die lijsttrekker stemt. Daarmee is niet gezegd dat lijsttrekkers er helemaal niet toe doen, maar wel dat hun rol in het verkiezingsproces niet moet worden overschat.

En het is ook jammer, dat die aandacht voor personen afleidt van inhoud. Het is tenslotte nog altijd de inhoud die voor het overgrote deel der kiezers het grootste gewicht in de electorale schaal legt; de enorme populariteit van tal van kies- en stemwijzers is er een aanwijzing voor.

Lees ook: De namen melden zich, nu ook nog graag de ideeën

En in verklaringsmodellen van kiesgedrag wegen ideologische posities en standpunten ten aanzien van beleidskwesties het zwaarste mee.

Het gaat kiezers bovenal om plannen van partijen voor Nederland, van mogelijkheden die plannen als coalitiepartner middels een regeerakkoord tot uitvoering te brengen, om de politiek-inhoudelijke koers van die coalitie. En om geleverde prestaties: als er al een duidelijke trend aanwezig is in kiesgedrag in Nederland, dan is dat dat kiezers kabinetten steeds vaker en harder lijken af te rekenen op gevoerd beleid. Met extra electorale tikken voor de kleinere coalitiepartners.

Van een dergelijke afrekening op verkiezingsdag kun je van alles vinden, maar het heeft weinig te maken met de personen die er voor verantwoordelijk waren of de personen die voor de komende jaren alternatieven aanbieden. Het gaat kiezers primair om de knikkers, meer dan om spel en spelers.

Meer aandacht voor die inhoudelijke aspecten, voor de waardering van prestaties en beoordeling van toekomstplannen, in plaats van voor individuen die uiteindelijk niet veel meer zijn dan dragers en uitvoerders van ideeën en voorstellen, zou wenselijk zijn.

Dan zien we later wel wie de naamgever van het nieuwe kabinet zal zijn die inhoudelijke plannen mag ontwikkelen en uitvoeren. Waarschijnlijk: welk beleid, vastgelegd in een regeerakkoord gebaseerd op welke afzonderlijke programma’s, het kabinet-Rutte IV gaat voeren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.