Waar de industrie domineert, past de natuur zich gewoon aan

Natuurfilm

De opvolger van De Nieuwe Wildernis, de meest succesvolle Nederlandse natuurfilm ooit, is gefilmd in de Rotterdamse haven. Wild Port of Europe komt volgend jaar in de bioscoop. Wij gingen mee met de filmers.
Er zijn talloze zeehonden in de haven en je kan ze zien liggen op strandjes zoals hier op het Beereiland.
Er zijn talloze zeehonden in de haven en je kan ze zien liggen op strandjes zoals hier op het Beereiland. Foto Wild Port of Europe

Op kousenvoeten lopen we in het halfdonker van de vroege ochtend naar de andere kant van het eiland. Nu even stil zijn, gebaart Willem Berents, anders schrikken ze en zijn ze zo verdwenen. Als het strandje in zicht komt, zien we er drie liggen. „Dat zijn er een stuk minder dan gisteren, toen waren het er wel twintig”, fluistert Berents. We komen nog wat dichterbij, en daar gaan ze. Gealarmeerd door het vreemde bezoek schuiven de zeehonden het veilige water in.

We zijn op het Beereiland, een oase van rust in de drukke haven, ter hoogte van de Maasvlakte. Het is de tweede en laatste draaidag op deze locatie voor Berents, maker van de film Wild Port of Europe, over de natuur in de haven van Rotterdam. De Nieuwe Wildernis 2.0 is de ondertitel, want de productie is een opvolger van de gelijknamige film uit 2013 over de Oostvaardersplassen, die de best bezochte natuurfilm in de bioscoop ooit werd.

Filmer/regisseur Willem Berents filmt zeehonden op het Beereiland in de Rotterdamse haven Foto Frank de Kruif

Zelf was Berents niet betrokken bij die eerste Nieuwe Wildernis. Dat was wel Mark Verkerk, die Wild Port of Europe samen met Berents regisseert. De film is een co-productie van hun beider bedrijven, EMS Films en Veldkijker. Eerder werkten ze al samen bij De Wilde Stad, de film over het dierenleven in hartje Amsterdam, en bij Holland, natuur in de Delta.

Een on-Nederlands goede natuurfilm

Wild Port of Europe stelt zich de vraag hoe dieren leven in een voordurend veranderend landschap. Hoe overleven ze in een omgeving waar haven en industrie domineren? Berents kwam op het idee nadat hij een keer kon filmen bij Shell Moerdijk en er meer flora en fauna aantrof dan hij had verwacht. „Als natuurfilmer ben ik er inmiddels wel achter gekomen dat het niet uitmaakt waar je gaat kijken, want natuur is overal. En de mens met al zijn activiteiten is daar onderdeel van. Natuur is niet iets wat buiten onszelf ligt.”

Daarom gaat de film in zekere zin ook over de mens. „Je zou kunnen zeggen dat het centrale thema van de film adaptatie is. Je aanpassen aan een veranderende omgeving. De mens doet dat, zoals nu bijvoorbeeld omdat hij constateert dat er sprake is van klimaatverandering en hij daarom op een andere manier energie moet opwekken. Dieren passen zich ook aan een veranderende wereld en veranderende omstandigheden aan. Ook aan de energietransitie die nu gaande is in de haven. Dat is wel een soort rode draad in de film, waar we de levensverhalen van de dieren en de dramatiek die daarbij hoort doorheen vlechten.”

Buizerds nestelen normaal gesproken in hoge bomen, maar omdat er in de haven veel prooi rondscharrelt heeft hij met een lagere plek genoegen genomen. Foto Wild Port of Europe

Lage buizerd

Terwijl Berents en cameraman Joris Peskens hun apparatuur installeren, kijken we vanaf het strandje naar de tegenover gelegen Maasvlakte, met de LNG-terminal vlak voor ons (waarvoor het aangelegde eilandje waar we nu zijn eigenlijk een buffer is tegen op drift geraakte schepen), de rokende kolencentrale in de verte en nog verderop de kranen van de containerterminals.

Buizerdjong Foto Wild Port of Europe

„Op een braakliggend terrein op de Maasvlakte hebben we een buizerd ontdekt die vrij laag bij de grond zat, op een watervat”, vertelt Berents. „Dat is vrij uniek voor zo’n vogel, want die broedt normaal gesproken hoog in een boom. Op de Maasvlakte zijn bijna geen bomen, maar toch zijn z’n kansen op prooi daar zo groot, dat hij een alternatief plekje zoekt. Dan maar wat lager. Ook weer een voorbeeld van aanpassing. Dieren zijn opportunistisch.”

Berents en zijn crew filmen inmiddels alweer een paar maanden in de haven. Zonder slag of stoot gaat dat niet altijd. Bedrijfsterreinen zijn door hekken afgesloten en de beheerders moeten toestemming geven om het te mogen betreden. Bedrijven reageren overwegend positief, is zijn ervaring. „We beginnen altijd met research naar wat er aan dierenleven zit bij een bedrijf. Vaak weten ze niet hoe bijzonder sommig leven op hun terrein is. Het kost soms wat inspanning om toegang tot een bedrijf te krijgen en uit te leggen wat ons doel is, maar als dat dan lukt, zijn ze over het algemeen heel coöperatief.”

Ook komt het voor dat bedrijven een reëel probleem hebben, zoals overlast van meeuwen of konijnen. Dat probleem moeten ze bestrijden om het bedrijfsproces niet te laten verstoren of voor de veiligheid van het personeel. Soms hebben ze zorgen of dat in beeld komt. Maar daarover gaat onze film niet. Wij vertellen een verhaal vanuit de natuur en vanuit de dieren. Die hebben geen moreel oordeel over faunabeheer.”

Zeehond in de haven Foto Wild Port of Europe

Een dier dat voor enige controverse zorgt in de haven is de oprukkende vos. Bedrijven zijn blijkbaar niet altijd even blij met het dier en ook de beheerder van de haven heeft zo zijn bedenkingen tegen het rondscharrelende wild. Het is de natuurlijke vijand van de beschermde mantelmeeuw en moet om die reden op sommige plekken zelfs worden afgeschoten. Er gingen zelfs stemmen op bij het Havenbedrijf Rotterdam om de vos uit de film te houden. Maar er is ook een andere kant, merkt Berents: „Het personeel van de bedrijven vindt het meestal prachtig. Dat maakt bordjes om vrachtwagenchauffeurs te waarschuwen voor de familie vos, en het zet fotootjes op social media. Onze ervaring is dat er in de haven veel mensen werken die natuur als hobby hebben, als vogelaar, als fotograaf, of als duiker. We merken binnen de haven- en industriegemeenschap niets van een aversie tegen natuur, eerder een soort trots.”

Voor de goede orde: de vossen zitten erin, al is het in een bijrol. Want ondanks eventuele bezwaren blijven Berents en Verkerk baas over eigen film. Vanzelfsprekend is dat niet, want het Havenbedrijf is een van de launching partners van de film, evenals het Havenbedrijf Moerdijk, oliebedrijf BP en baggeraar Van Oord. Daarnaast zijn er nog eens ruim dertig bedrijven en instellingen die op een of andere manier hun medewerking verlenen. In ruil daarvoor krijgen ze beelden uit de film die ze voor hun eigen marketing mogen gebruiken. „Uiteraard weten zij dat ze hiermee geen invloed op de inhoud kopen. Voor ons is het echter van groot belang dat ze deelnemen omdat we zonder hun medewerking geen film kunnen maken.”

Toch maakt die nauwe samenwerking de makers van Wild Port of Europa kwetsbaar voor het verwijt van greenwashing. Levert de film niet een groen vernisje om de vervuilende activiteiten van de haven en de industrie te verhullen? Omdat een lespakket voor basis en middelbaar onderwijs onderdeel is van de productie, liet de burgerbeweging Fossielvrij Onderwijs van zich horen. Volgens haar blijft het grootste roofdier buiten beeld: ‘De mensen die nog rijk hopen te worden van de fossiele industrie en daarvoor het leven op aarde op het spel zetten.’

De maakbare wildernis

Industrie als zondebok

Berents is niet zo onder de indruk van die kritiek: „Mijn antwoord daarop is, zoals mijn moeder altijd zei: verander de wereld, begin bij jezelf. Als je door de kunststofglazen van je bril naar de wereld kijkt, of met een fleecevest aan in de buitenlucht wandelt, dan maak je gebruik van dingen die worden gemaakt door de industrie. Industrie is snel de zondebok, de beschuldigende vinger gaat snel die kant op. Maar ze is er bij de gratie van ons consumenten. Daarmee ontken ik de problemen niet. Plastic afval bijvoorbeeld is een serieus probleem. Dat is door de industrie gemaakt, maar het is de consument die het koopt en weer weggooit. De oplossing moet dan vervolgens wel weer uit de industrie komen, bijvoorbeeld door in de haven een fabriek te bouwen waar ze plastic afval kunnen recyclen. Juist in havens worden de grote slagen in de vergroening van de toekomst gemaakt.”

Dat het dierenleven door haven en industrie onder druk kan komen te staan, wil Berents niet verbloemen. „Wanneer dieren te maken krijgen met verandering van hun habitat omwille van uitbreidingen van terminals of de bouw van een nieuwe fabriek, brengen we dat in beeld, vanuit hun perspectief en zonder moreel oordeel. Natuur in havens is vaak tijdelijk, zeker sinds voor terreinen de officiële status Tijdelijke Natuur kan worden aangevraagd. Daardoor krijgt natuur daar gedurende enige jaren volop kansen, terwijl die vroeger werd weggehouden. Juist die koerswijziging zorgt ervoor dat de biodiversiteit in havens vaak hoger is dan in omliggende landbouwgebieden. De patrijs en de veldleeuwerik trekken juist deze gebieden in omdat ze hier de leefbare habitat vinden die elders is verdwenen.”

„De haven is een industriële zone waar de economie leidend is. Maar er zijn ook plekken waar de natuur juist wordt uitgenodigd. Of waar die blijvend wordt aangelegd, al dan niet ter compensatie. Er zijn bijvoorbeeld bedrijven die doorhebben dat als ze een slechtvalk op een schoorsteen laten broeden, ze minder overlast hebben van duiven. Maar er hoeft niet altijd een economisch motief te zijn. Soms doen ze het omdat ze het leuk vinden.”

Migratieroute

Intussen blijft een zeehond op gepaste afstand toekijken hoe Berents een paar shots van hem neemt. Nieuwsgierig houdt hij zijn kop boven water, wellicht in de hoop dat zijn rustplek weer spoedig vrijkomt. Waar zijn soortgenoten zijn gebleven, weet Berents ook niet. „Misschien de zee op, wat vis vangen. Dat realiseren mensen zich vaak niet, maar het ecosysteem in de haven staat niet op zichzelf. Dit is een belangrijke migratieroute voor trekvis en trekvogels. Als mensen in een natuurgebied lepelaars zien, vinden ze dat prachtig. Maar dat ze eerst in de haven zijn komen fourageren om aan te sterken, dat weten ze dan weer niet. De waarde van de natuur hier hangt samen met de waarde van de natuur elders. Dat mag best een keer gezien worden.”