Opinie

Stilte

Mirjam de Winter

De coronacrisis heeft me naast een hoop (financiële) ellende, toch ook nog iets goeds gebracht: nachtrust. Al jaren word ik rond 5 uur ’s ochtends wakker en kan dan de slaap niet meer vatten. Het is een gevolg van mijn innerlijke onrust, drankgebruik en is deels ook een hormonale-overgangskwestie, zo heb ik van mijn huisarts begrepen. Maar sinds de lockdown is alles anders. Ik word nog altijd vroeg wakker, maar val tegen half 7 toch weer in slaap om pas rond half 9 met moeite wakker te worden. Het is een zegen, ik heb me in jaren niet zo ontspannen en uitgerust gevoeld.

De verklaring zoek ik in mijn veranderde gemoedstoestand sinds het begin van de lockdown. Na de beruchte persconferentie van 15 maart barstte ik tot mijn eigen verbazing in snikken uit (ik had al jaren niet meer gehuild). Het was uit wilde paniek, om de toestand van de wereld, ons land en niet in de laatste plaats, om de onzekere toekomst van ons eigen gezin. Twee ZZP-ers met zoons in de horeca, van wie de oudste een eigen restaurant heeft. En een derde, nog inwonende zoon, die eindexamen zou doen dit jaar. „Ach”, zeiden familieleden en vrienden met een vaste baan of pensioen, „zolang jullie maar gezond zijn”.

In de weken die volgden begon ik de situatie ergens ook wel te waarderen

Dat onbegrip stak me, maar in de dagen erna vond ik troost bij lotgenoten: vrienden, buren en kennissen die allemaal in hetzelfde schuitje zaten. Boos, bang en machteloos waren we. Maar die gedeelde smart verdrong de angst en maakte plaats voor gelatenheid en uiteindelijk acceptatie. We konden niets aan de situatie veranderen tenslotte. Op een avond tijdens een gezamenlijke lowbudget-maaltijd met het complete gezin hoorde ik mezelf zeggen: „We gaan het wel redden met elkaar, zolang we maar gezond blijven.”

In de weken die volgden begon ik de situatie ergens ook wel te waarderen en besloot mijn werkloze bestaan voorlopig te beschouwen als een unieke time-out. Ik wandelde urenlang door de stad, door de stille straten, een verlaten centraal station en maakte anderhalve-meter-praatjes met wildvreemde Rotterdammers („Wat een toestand hè?”). Ik leerde mijn buren kennen, dronk op zonnige dagen wijntjes met lotgenoten op een kleedje aan de Statensingel (sinds de lockdown een populaire hang-out) en ontdekte nieuwe plekjes in de stad (Zestienhovenpark!). Ik schilderde een deur, kocht een hangmat en ruimde alle kasten op. En wat zeker ook bijdroeg aan mijn nieuwe gevoel van welbehagen: de stilte. Geen vliegtuigen, geen drukke ochtendspits op de Stadhoudersweg, geen zoemende snelweg op de achtergrond. Die constante stroom van geluid – ik noem het de ‘stadsbrom’ – was de afgelopen jaren aan me gaan vreten, realiseerde ik me. Het maakte me zenuwachtig en gespannen. En plots was het weg, hoorde ik de wind weer door de bomen ruisen, de vogels fluiten, kinderen plezier maken in een tuin verderop, eenden knabbelen aan de oeverranden van de singel.

Inmiddels ben ik weer aan het werk (zal de hele zomer moeten doorwerken) en is ook die stadsbrom weer bijna helemaal terug. Uit alle macht probeer ik dat ‘oude’ gevoel vast te houden en sus mezelf in slaap met herinneringen aan de stilte die was. Het werkt, tot nu toe.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.