Sledehond helpt mens al 10.000 jaar

Archeologie De oudste gespecialiseerde werkhonden waren sledehonden, toont dna van prehistorische honden uit de Siberische permafrost.

Vijf hedendaagse sledehonden op een rij terwijl ze een slee door de sneeuw trekken
Vijf hedendaagse sledehonden op een rij terwijl ze een slee door de sneeuw trekken Jörg Lange/Getty Images

Al 10.000 jaar geleden hielden mensen gespecialiseerde sledehonden – duizenden jaren eerder dan gedacht. Dat blijkt uit onderzoek aan paleo-dna van honden die zijn gevonden in de bevroren bodem van het eiland Zhokov in de Siberische poolzee. Daarmee zijn sledehonden de oudst bekende gespecialiseerde werkhonden. Dat ontdekte een internationaal team van onderzoekers, onder wie archeologen van de Rijksuniversiteit Groningen. De studie is deze week het coverartikel in Science.

Alle honden stammen af van de wolf. Al decennialang woedt een debat over de vraag waar en wanneer de eerste wolven werden gedomesticeerd. Ook over het ontstaan van gespecialiseerde rassen is nog weinig bekend.

Lees ook: Mammoet vangen voor het baasje

Aan een fossiele schedel kun je niet altijd zien of die van een wolf of een hond is. Moderne honden hebben duidelijk eigen schedelkenmerken, zoals een kortere snuit, een bredere bek en kleinere tanden. Maar ook onder prehistorische wolven was daarin veel variatie. De oudste schedels die onmiskenbaar van honden zijn, stammen van zo’n 14.000 jaar geleden.

Tot nu toe was de gedachte dat de eerste honden een algemene rol vervulden: ze hielpen bij de jacht en bewaakten het kamp. Gespecialiseerde werkhonden zouden pas veel later zijn ontstaan – sledehonden zo’n 2.000 jaar geleden. Genetisch onderzoek aan hondenbotten laat nu zien dat dat veel eerder was.

Russische archeologen hadden die botten tussen 2000 en 2005 opgegraven uit de bevroren bodem van het eiland Zhokov, in Noordoost-Siberië. Ze vonden daar ook resten van sleden en hondentuig. Het team van de Russische Wetenschapsacademie in St. Petersburg dateerde de resten op 9.500 jaar oud. Op dat moment, vlak na de laatste ijstijd, stond de zeespiegel nog zo’n 100 meter lager dan nu en lag deze plek aan de kust van het Siberische vasteland.

Fragment van een bijna 10.000 jaar oude schedel van een sledehond Elena Pavlova en Vladimir Pitulko

Verbeterde zuurstofopname

Genetici van het GLOBE Instituut in Kopenhagen onderzochten voor de studie in Science het dna van de gevonden hondenbotten. De Zhokov-hond bleek bepaalde genetische aanpassingen te missen die andere hondenrassen wel hebben: die voor het verteren van suikers en zetmeel. De Zhokov-hond had daarentegen aanpassingen waardoor hij kon overleven op een extreem vetrijk dieet, net als bijvoorbeeld ijsberen en de inheemse Inuit. Daarnaast had hij aanpassingen die duiden op een verbeterde zuurstofopname. Dat wijst op een groot uithoudingsvermogen.

De genetici vergeleken het Zhokov-dna met dat van moderne sledehonden en van een Siberische wolf van 33.000 jaar oud. Daaruit bleek dat de Zhokov-hond genetisch nauw verwant was aan moderne sledehonden. Groenlandse sledehonden bleken zelfs nauwer verwant aan de Zhokov-hond dan aan andere hondenrassen of moderne wolven. Sledehonden vormen dus een ‘oude’, afzonderlijke groep binnen de hondenrassen, concluderen de onderzoekers.

„De resten van de sleden laten een verfijnde technologie zien”, vertelt Peter Jordan, directeur van het Groningse Arctisch Centrum in Groningen en mede-auteur van de studie in Science. „Dit zijn prachtig gevormde houten glijders, niet zomaar een paar latten. En ook het hondentuig was heel geavanceerd. Het lijkt precies op het materiaal dat traditionele hondensleeërs nog steeds gebruiken.”

Houten glijders van sleden, opgegraven op Zhokov Elena Pavlova en Pavel Ivanov

Beter overleven

Dat is een belangrijk gegeven, aldus Jordan. Het toont ten eerste dat het gebruik van hondensleden waarschijnlijk veel verder teruggaat dan 10.000 jaar: een geavanceerde technologie als deze was er niet van de ene op de andere dag. Ten tweede laat het zien hoe belangrijk de hondensleden waren voor deze vroege poolbewoners. „De Arctis is voor mensen een lastig gebied om in te wonen”, vertelt hij. „De seizoenen zijn heel extreem. Niet alleen qua temperatuur, maar ook qua uren daglicht. Er is geen begroeiing, dieren zijn altijd in beweging. Je moet lange afstanden reizen om aan voedsel te komen.”

Daar toont zich het grote belang van sledehonden. Er is al menselijke bewoning in het poolgebied bekend van 30.000 jaar geleden, maar dankzij sledehonden konden mensen in het poolgebied nog beter overleven. Zo konden ze de trekkende rendierkudden volgen, die jaarlijks grote afstanden afleggen op zoek naar verse vegetatie.

Daarnaast konden mensen langs de kustlijn op zoek naar holen van overwinterende ijsberen. „Waarschijnlijk was Zhokov een soort basiskamp van rendier- en ijsbeerjagers”, vertelt Jordan. „Gespecialiseerde jagers trokken eropuit en brachten vlees en huiden mee terug naar het kamp. Het hebben van sterke trekhonden bood een gigantisch voordeel.”

Extreem mobiel

In het kamp vonden de archeologen ook werktuigen gemaakt van obsidiaan, vulkanisch glas. Het was geliefd omdat het, bewerkt, scherpere snijranden oplevert dan vuursteen. Maar obsidiaan komt in de natuur op die plek niet voor. „De dichtstbijzijnde natuurlijke vindplaats is 1.500 kilometer verderop”, zegt Jordan. „Ook dat vertelt ons dat deze mensen extreem mobiel waren.” Ze reisden ofwel zelf zo ver, of ze maakten onderdeel uit van een handelsnetwerk.

Er zijn nog veel spannende ontdekkingen te doen in de Arctische permafrost, besluit Jordan. „Allerlei dingen zijn daarin perfect bewaard, van mensenhaar, tanden en botten tot houten en leren voorwerpen.”

Maar dat kan allemaal binnen een generatie verloren gaan, waarschuwt hij. Het poolgebied warmt ruim twee keer zo snel op als de rest van de aarde, en ontdooide artefacten bederven. „We moeten razendsnel zo veel mogelijk vinden en onderzoeken”, zegt hij. „Anders raken we die bijzondere archieven voor altijd kwijt.”