Pieter Omtzigt, eerder deze week in het gebouw van de Tweede Kamer.

Foto Bart Maat/ANP

Interview

Pieter Omtzigt: ‘Politiek moet weer gaan om echte problemen, niet om spoeddebatten’

Verkiezingen CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt wil als lijsttrekker de politieke cultuur in Nederland veranderen.

Afgelopen dinsdag, een dag voordat de inschrijftermijn voor het CDA-lijsttrekkerschap sloot, besloot Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt zich te kandideren. „Ik heb gezien hoe de overheid mensen volledig klem heeft gezet. Kijk naar de Belastingdienst en het UWV. Ik heb gezien hoe de Europese Unie te lijden heeft onder de erosie van de rechtsstaat en financiële soliditeit. Als backbencher kost het je tweeëneenhalf jaar hard werken om alleen de informatie in de toeslagenaffaire naar boven te krijgen. En dan had ik nog hulp van SP-collega Renske Leijten, twee journalisten (van Trouw en RTL) en een aantal klokkenluiders. Ik zie dingen misgaan, het moet anders.”

De kandidatuur van Pieter Omtzigt is van grote betekenis. Omtzigt is een bekend en populair Kamerlid, met een dualistische instelling. Tijdens de vorige Tweede Kamerverkiezingen kreeg hij 97.638 voorkeursstemmen. Hij valt op door zijn vasthoudende stijl: hij bijt zich vast in dossiers, en maakt het bewindspersonen met Kamervragen en tijdens debatten vaak lastig. Dat doet hij bijvoorbeeld in de toeslagenaffaire. Ook onderzocht hij namens de Raad van Europa wat er mis is met de rechtsstaat op Malta, na de moord op de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia.

Wat zou u anders willen doen in Den Haag?

„Ik wil dat we een andere vorm van politiek gaan bedrijven. We dienen hier Kamervragen in, of mondelinge vragen, op basis van wat zaterdag in de krant stond. Daarmee is het ambacht van de twee zaken die je als volksvertegenwoordiger moet doen, controleren van de regering en het maken van wetten, ondergeschikt aan het geven van quotes, die nergens toe leiden. Kamervragen, daar wordt wel in de pers over geschreven, maar de antwoorden zelden bestudeerd. Dat leidt tot wetten die in mijn ogen beter kunnen. Dus wil ik me meer met echte problemen bezighouden. Minder met spoeddebatten.”

Is de toeslagenaffaire een bepalende factor geweest in uw keuze?

„Nee. Bepalend was meer dat ik me afvroeg vanuit welke rol ik mijn werk beter kan doen. Ik denk dat ik meer mogelijkheden heb als lijsttrekker dan als Kamerlid. Daar heb ik met mijn vrouw en vier kinderen over gesproken. Het werk hier trekt een zware wissel op ons.”

Kan een politiek leider eenvoudiger informatie loskrijgen?

„Nou, de informatievoorziening naar de Kamer zit mij goed dwars. Het feit dat ik hier avonden en nachten doorwerk en bakken Kamervragen moet stellen, dat ik met journalisten moet samenwerken om documenten te krijgen, doet afbreuk aan mijn positie als Kamerlid. Informatie is een grondwettelijk recht. Ik heb maar éen nucleaire optie, en dat is het opzeggen van het vertrouwen in een bewindspersoon. Dat is onevenwichtig.”

Coalitiepolitiek gaat, zeker in Rutte III, veel over afstemmen, brandjes blussen. Hoe zal u daar als politiek leider mee omgaan?

„Dat zal nieuw voor me zijn. Ik maak me geen illusies: een zekere mate van afstemming hoort erbij. Ik weet dat het erbij hoort in een coalitie met vier partijen. In de Eerste Kamer hebben we geen meerderheid, en in de Tweede Kamer hebben we precies de helft van het aantal zetels. Het lijkt me helder dat brandjes blussen erbij hoort. Maar mijn ambitie komt voort uit inhoudelijke thema’s.”

Maar het feit dat u opvalt door als lid van een coalitiepartij de regering kritische vragen te stellen, laat zien hoe sterk coalitiedwang is.

„Dat wordt mijn grote uitdaging. De Grondwet kent niet eens coalities. De Kamer zou een lossere rol ten opzichte van de regering moeten hebben. De eerste controle is altijd de interne controle. De coalitie moet niet zitten wachten tot de oppositie vindt dat iets niet goed gaat. Ook als coalitie-Kamerlid zie ik dat als mijn kerntaak.”

Gaat u straks, mocht u tot partijleider zijn gekozen, nog wel aanschuiven bij het wekelijkse coalitieoverleg op maandag?

„Ik denk niet dat we de mores in de laatste paar maanden van deze coalitie nog moeten veranderen.”

En in een mogelijke nieuwe coalitie?

„Nou, dat wordt nog interessant. Vanwege de coronacrisis moeten we nog zien hoe het het oude adagium vergaat, dat we voor de komende vier jaar precies vastleggen hoeveel we gaan uitgeven.”

Dus geen gedetailleerd regeerakkoord meer, als het aan u ligt?

„Details zitten er vast nog wel in, we leven tenslotte in Nederland. Maar de econometrische modellen van het CPB zijn geweldig als de afwijkingen klein zijn. Maar de afwijkingen zijn groot en de onzekerheid over het verloop van de coronacrisis ook.”

Kandidaat Hugo de Jonge heeft een migratiequotum voorgesteld. Wat is uw kijk op migratie?

„Nou, u heeft mijn rapport misschien gelezen voor de Raad van Europa, over de onverenigbaarheid van grondrechten en de sharia. U heeft wel eens een CDA’er iets anders horen zeggen. De rechtsstaat is de gemene deler. Als de overheid zich daar niet aan houdt, kan ze die rechtsstaat moeilijk aan anderen opleggen. Daarom was de toeslagenaffaire zo fnuikend voor het vertrouwen in de rechtsstaat.”

Vindt u integratie in Nederland geslaagd?

„Ik maak mij zorgen over de buitenlandse financiering en invloeden op Nederlandse staatsburgers. Daar zal echt wat aan gedaan moeten worden. Hoezo denkt Marokko dat mensen met een dubbel paspoort niet gewoon terug kunnen vliegen naar Nederland? Come on. Hoezo laten wij ons financieren uit totaal onvrije landen?”

Bent u het eens met De Jonge?

„Er is een beperkte draagkracht van de Nederlandse samenleving. Daar moeten we rekening mee houden, zeker als het gaat om arbeidsmigranten. Dat zien we in de coronacrisis. Het is best verstandig dat we meer denken hoe we zelf voor onze eigen zaken kunnen zorgen. Dat heeft ermee te maken dat we ons eigen werk kunnen doen, niet afhankelijk zijn van import uit China. We zijn te afhankelijk van andere landen geworden.”

Hoe wilt u dat veranderen?

„We moeten eens kijken naar de belastingvoordelen die we soms bieden, die het interessant maken om arbeidsmigranten in te schakelen in plaats van mensen die hier al wonen.”

Kan het CDA landelijk samenwerken met Forum voor Democratie?

„Thierry Baudet zei onlangs dat het CDA deel uitmaakt van ‘de cultuurmarxistische linkse mainstream’ van partijen die uit zijn op ‘de vernietiging van Nederland’. Daarmee heeft hij afstand van ons genomen als samenwerkingspartner. Afgezien van deze discussie vind ik het belangrijker dat we eerst gaan praten over onze eigen idealen, voordat we de Haagse drieslag weer maken: wat is de waan van de dag? Wie doet het met wie en wanneer? En wie heeft welke ambitie? Mijn ambitie is Nederland te veranderen en op inhoudelijke thema’s te debatteren. Als we ons meer op de inhoud zouden richten, zou dat de kwaliteit van het werk hier ten goede komen.”

Onderscheidt u zich hiermee van de andere drie kandidaten?

„Ik trek een inhoudelijke lijn. Dat laat ik aan de leden over.”

Maar u meldde zich nadat Hugo de Jonge en Mona Keijzer zich al hadden gekandideerd. Dus blijkbaar miste u dit?

„Nee, dat is echt omdat ik dit thuis goed heb moeten doorpraten. Daar heb ik niet alleen Vaderdag voor gebruikt. Ik was al maanden bezig met mijn rol na de verkiezingen. Ik ben niet ongelukkig met mijn Kamerlidmaatschap. Maar ik kreeg vaak de vraag van mensen, gewone leden, of ik hiervoor beschikbaar was. Maar ik weet hoe hoog de druk is. Echt, wat wij onszelf áándoen hier.”

Ziet u zichzelf als premier?

„Dat was een vraag die ik net vergeten was in mijn opsomming. Maar ik heb even naar de peilingen gekeken, en op basis daarvan kan het CDA geen enkele aanspraak maken op het premierschap.”