Patiënten met ernstige psychische aandoeningen moeten te lang wachten

Geestelijke gezondheidszorg De Algemene Rekenkamer berekende dat 11.000 patiënten met ernstige psychische aandoeningen vier maanden of langer wachten op een behandeling.
Staatssecretaris Paul Blokhuis in gesprek met een actievoerder over de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg.
Staatssecretaris Paul Blokhuis in gesprek met een actievoerder over de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. Foto Phil Nijhuis

Zo’n 11.000 mensen met ernstige psychische aandoeningen moeten te lang wachten voordat ze aan een behandeling kunnen beginnen. De wachttijd is vier maanden of meer waardoor hun problemen kunnen verergeren en er uiteindelijk mogelijk zwaardere en duurdere zorg nodig is. Dat blijkt donderdag uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

Het overgrote deel van de 1,3 miljoen mensen die jaarlijks een beroep doen op de geestelijke gezondheidszorg wordt op tijd geholpen. Maar „hoe complexer de problematiek is, hoe langer de wachttijd”, concludeert de toezichthouder. In de gespecialiseerde instellingen is te weinig plek, onder meer vanwege een tekort aan personeel. Bovendien blijven patiënten vaak langer dan nodig in de instelling omdat het moeilijk is om na de behandeling geschikte begeleiding te vinden.

Daarnaast zorgt het vergoedingssysteem ervoor dat het financieel aantrekkelijker is om vooral patiënten met lichte problemen te helpen. Per diagnose wordt een gemiddelde vergoeding afgesproken. Hierdoor is het voor instellingen aantrekkelijker om binnen een diagnose vooral patiënten met een lichte zorgvraag te selecteren.

De schatting van de Rekenkamer over het aantal patiënten op de wachtlijst ligt veertig keer hoger dan waar staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) rekening mee hield bij het maken van een plan van aanpak om te wachtlijsten terug te dringen. Hierdoor is er een risico dat het plan „onvoldoende zal bijdragen aan het verkorten van de wachttijden”, waarschuwt de Rekenkamer.