‘Onvrije’ landen beïnvloeden moskeeën, maar inzicht in geldstromen is er nauwelijks

Moskeefinanciering Onderzoekscommissie is kritisch over buitenlandse donaties aan moskeeën, maar hoe groot de beïnvloeding is blijft onduidelijk.

Gebed in de As Soennah-moskee in Den Haag, een van de belangrijkste salafistische centra in Nederland.
Gebed in de As Soennah-moskee in Den Haag, een van de belangrijkste salafistische centra in Nederland. Foto Koen van Weel/ANP

Nederlandse moskeeën worden beïnvloed vanuit ‘onvrije landen’, en dat gaat gepaard met fundamentalistische boodschappen die kernwaarden van onze samenleving afwijzen. Maar hoe groot die invloed is en wat eraan gedaan moet worden, dat blijft ook na de parlementaire ondervraging naar moskeefinanciering de grote vraag. De commissie-Rog verhoorde in februari 19 personen en sprak daarvoor al met 40 deskundigen; donderdagochtend werd het eindverslag aangeboden.

„Veel financieringsstromen zijn ook voor ons onzichtbaar gebleven”, zei Michel Rog (CDA), de voorzitter van de commissie die als opdracht had inzicht te verschaffen in ‘ongewenste buitenlandse beïnvloeding’ van religieuze organisaties en te komen met maatregelen hiertegen.

Een belangrijke bevinding van de commissie is dan ook dat er geen transparantie is over de geldstromen, waardoor de omvang en invloed niet goed is vast te stellen. Er worden constructies gebruikt die controle onmogelijk maken en overheidsinstanties hebben niet genoeg middelen om de geldstromen te controleren. „Geen enkele overheidsinstantie heeft zicht op alle geldstromen”, aldus Rog bij de presentatie.

In een aantal gevallen heeft de commissie wél vastgesteld dat er „zorgelijke” beïnvloeding meekomt met donaties uit „onvrije landen”. Zo ondersteunen de financiers bijna uitsluitend organisaties die het gedachtegoed van de donateur aanhangen. In de praktijk komt het er in Nederland op neer dat vooral de fundamentalistische islam, het salafisme, financieel wordt ondersteund. Ook komt het voor dat donateurs zeggenschap in het moskeebestuur krijgen, of imams betalen en predikers of lesmateriaal sturen.

Aanleiding voor een mini-enquête – het op één na zwaarste onderzoeksinstrument van de Tweede Kamer – vormde berichtgeving van NRC en Nieuwsuur over tientallen moskeeën in Nederland die miljoenendonaties uit Golflanden ontvangen en hierdoor worden beïnvloed.

Lees ook: De Dordtse moskee kreeg 88.888 dollar uit Saoedi-Arabië

Te weinig bevoegdheden

De commissie komt zelf nauwelijks met nieuwe bevindingen, maar bevestigt vooral wat in eerdere publicaties is gemeld. Het rapport stelt dat de buitenlandse beïnvloeding „verstrekkende gevolgen” kan hebben voor de samenleving. Zo helpen de donaties aan het verspreiden van een gedachtegoed dat „onze kernwaarden of vrijheden afwijzen”, zoals democratie, godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Daarnaast signaleert de commissie dat „statelijke actoren” zoals Turkije imams van Turks-Nederlandse moskeeën betalen, met als doel „het verwerven en bestendigen van politieke steun voor de eigen binnenlandse politiek”.

De huidige overheidsaanpak is niet erg succesvol gebleken, wordt duidelijk uit het commissieverslag. Op drie niveaus – opsporingsdiensten, ministeries en gemeenten – zijn overleggen die zich bezighouden met ongewenste buitenlandse beïnvloeding. Maar eigenlijk ontbreekt het al die overheden aan bevoegdheden om beïnvloeding te signaleren of tegen te gaan.

Hierbij speelt vooral mee dat het ontvangen van financiering legaal is en dus niet via wettelijke middelen kan worden aangepakt. De effectiviteit van het beleid komt vooral aan op burgemeesters die „via informele wegen” iets tegen de beïnvloeding weten te doen. Zoals burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam, die zelf naar Qatar afreisde om via de diplomatieke weg een ongewenste financieringsstroom vanuit het land te blokkeren.

De commissie geeft zelf geen antwoord op de vraag hoe hier iets aan gedaan kan worden. In het rapport worden slechts een aantal ideeën opgesomd die tijdens de verhoren zijn geopperd door burgemeesters en onderzoekers. „Het is nu aan de politieke partijen om conclusies te trekken”, schrijft de commissie, „en om te bepalen in hoeverre het noodzakelijk is om, meer dan nu het geval is, maatregelen te treffen”.

PVV’er stapt uit commissie

Al eerder werd duidelijk dat de commissie intern van mening verschilt over de conclusies. Het was reden voor PVV’er Edgar Mulder om eind mei uit de commissie te stappen. Vanuit de islamitische gemeenschap was eveneens veel weerstand tegen het onderzoek, dat „vooringenomen” zou zijn omdat alleen werd gekeken naar moskeeën en niet naar kerken. Het leidde zelfs tot rechtszaken tegen de alFitrah-moskee, die weigerde informatie te verstrekken. De commissie deed ook aangifte tegen de imam van alFitrah, vermoedelijk omdat hij gelogen zou hebben tijdens zijn verhoor onder ede.