Minder rechters op eenvoudige strafzaken door ‘corona-achterstand’

Rechtspraak Door de coronacrisis zijn nog eens duizenden strafzaken op de plank blijven liggen. De achterstand kan niet worden weggewerkt zonder extra maatregelen.
De rechtbank in Den Haag.
De rechtbank in Den Haag. Foto Remko de Waal/ANP

Om de door het coronavirus opgelopen voorraad strafzaken weg te werken, worden eenvoudige zaken tijdelijk door één in plaats van drie rechters behandeld. Ook gaan onlangs gepensioneerde rechters weer aan het werk. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde plannen van de Raad voor de rechtspraak en het Openbaar Ministerie. De vertraging door de coronamaatregelen kwam bovenop de bestaande achterstand van het aantal strafzaken.

Door meer zaken voor te leggen aan de politierechter in plaats van een meervoudige kamer kunnen meer zaken behandeld worden. Zaken komen normaal voor bij drie rechters als justitie meer dan een jaar gevangenisstraf eist. In „een groot deel” van die zaken wordt desondanks maximaal een jaar celstraf opgelegd, aldus een woordvoerder van de Raad voor de rechtspraak. Zulke zaken zullen nu tijdelijk worden behandeld door een enkelvoudige rechter, die maximaal één jaar gevangenisstraf kan opleggen.

Of een zaak wordt afgedaan door één in plaats van drie rechters, is onder meer afhankelijk van de „complexiteit van de zaak”. Als wordt gekozen voor de enkelvoudige kamer, komt de zaak voor bij een rechter met „ruime ervaring”. Die kan vervolgens alsnog besluiten om de zaak door te sturen naar een meervoudige kamer.

Eind mei werd al bekend dat het OM meer zaken gaat afhandelen met een strafbeschikking, zonder tussenkomst van de rechter. Dit is mogelijk voor overtredingen en misdrijven waarvoor maximaal zes jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd, zoals winkeldiefstal en vandalisme. Vorige maand werd daarnaast besloten de openingstijden van rechtbanken en gerechtshoven te verruimen, zodat zittingen ook ’s avonds kunnen worden gehouden.

Lees ook dit interview: ‘Rechters hebben zich uit de naad gewerkt’

Nauwelijks fysieke zittingen

Door de uitbraak van het coronavirus vonden tussen half maart en half mei nauwelijks fysieke zittingen plaats. Met name inhoudelijke behandeling van strafzaken werd vooruitgeschoven omdat deze vaak niet schriftelijk of via een videoverbinding kan worden afgedaan. Alleen urgente zaken werden bij uitzondering fysiek behandeld. Daardoor bleven circa 17.000 zaken op de plank blijven liggen bij rechtbanken en gerechtshoven. Die kwamen bovenop de al bestaande achterstand. Advocaat-generaal Joep Simmelink schatte de totale achterstand halverwege mei in NRC op 55.000.

Met de huidige werkwijze en personele bezetting is het niet mogelijk om de ‘corona-achterstand’ in te halen, stellen de Raad van de Rechtspraak en het OM. De getroffen maatregelen gaan op 1 juli in en zijn van kracht tot de achterstand is weggewerkt. Het streven is dat dit voor eind 2021 gebeurt. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat niemand berechting ontloopt. Vorige maand stelde het OM al geen zaken te zullen seponeren die door de coronacrisis langer blijven liggen.

De afgelopen weken is 75 procent van de geplande rechtszaken behandeld, voornamelijk online, schriftelijk of telefonisch. Wel worden steeds meer strafzaken weer fysiek behandeld. In de rechtszaal zijn onder meer plexiglasschermen geplaatst. Zittingen zijn voorlopig niet toegankelijk voor publiek en slechts een beperkt aantal journalisten kan een zaak fysiek bijwonen.

De Nederlandse Orde van Advocaten schrijft in een reactie de maatregelen te begrijpen, maar dat overleg met de advocatuur „onmisbaar” is voordat een zaak door één in plaats van drie rechters wordt behandeld. De orde stelt daarnaast dat deze „afschaling” van rechtszaken geen gevolgen mag hebben op de vergoeding die advocaten ontvangen. Ook moet er een oplossing worden gezocht voor de „structurele achterstand”, aldus de orde, die daarover in overleg wil met het kabinet.