Ze begonnen hun liftavontuur vol optimisme over de mens, het liep gruwelijk af

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over de ‘Epiloog’ van Geert Mak, fietsende filosofen en een dagboek van de zomer van 1945.

1. Geert Mak: Epiloog

Nadat ook Europa werd getroffen door de coronapandemie, besloot schrijver en journalist Geert Mak een nawoord te schrijven bij zijn vorig jaar verschenen boek Grote verwachtingen. In Europa 1999-2019. Hij richtte zich toen tot een denkbeeldige student die over vijftig jaar misschien een scriptie zou schrijven over de geschiedenis van Europa en dan mocht deze ‘gitzwarte horizon’ – want meer kan Mak er nu niet over zeggen – niet ontbreken. In Epiloog, zoals het nagekomen verslag van de ‘catastrofe’ heet, geeft Mak een overzicht vanaf december 2019 toen de eerste berichten doorsijpelden uit de Chinese stad Wuhan en hoe daar tot 4 mei (Mak sluit af met de Koning op de verlaten Dam) door Europa en de VS op is gereageerd. Hij oordeelt niet of nauwelijks over het Nederlandse beleid, maar maakt wel een opmerking over CDA-minister van Financiën Wopke Hoekstra na die met zijn ‘betuttelende en moralistische houding’ in Europa een ‘puinhoop heeft aangericht’. Mak spreekt zijn angsten uit (dat de 20ste eeuw misschien wel de eindfase is van vijf eeuwen burgerlijke beschaving) en stelt vooral veel vragen. Vragen waarop zijn student in 2069 – Mak deed voor hem een eerste aanzet maar een overzicht van de eerste maanden zal niet genoeg zijn – wellicht een antwoord kan geven want wij kunnen nu nog niet overzien of de pandemie als een ‘vergaande ordeverstoring’ of ‘het begin van grootse veranderingen’ zal zijn.

Geert Mak: Epiloog. Atlas Contact, 85 blz. € 7,50

2. Sarah Venema: Bermdans in bruidsjurk

‘Doctoraalexamen’. ‘Hoogtepunt van mijn kunstcarrière’. ‘Meesterstuk’. ‘Een reis over geboorte, over de vroedvrouw, over het leven’. Zo omschreef de toen 33-jarige Milanese kunstenares Pippa Bacca haar idee om in maart 2008 samen met kunstenares Silvia Moro (toen 37) van Milaan naar Jeruzalem te liften. De vrouwen droegen bruidsjurken en wilden de wereld met hun kunstperformance laten zien dat ‘wie vertrouwen geeft, alleen maar goede dingen terugkrijgt.’ Van Milaan reizen ze naar Venetië, Gorizia, Ljubljana, Banja Luka, Sarajevo, Belgrado, Sofia, Boergas, Istanbul, en toen, na drie weken sloeg het noodlot toe: Pippa Bacca werd vermist. Ze bleek verkracht en vermoord. Journalist en schrijver Sarah Venema reconstrueerde in Bermdans in bruidsjurk de reis die de twee kunstenaressen hebben gemaakt. Maar niet alleen dat: Venema sprak uitgebreid met de andere kunstenares Silvia Moro, de nogal uitgesproken moeder van Pippa, haar zusjes en haar vriend. Daarnaast getuigt het van doorzettingsvermogen hoe zij de meeste mensen die de vrouwen op hun ‘kunstroute’ hadden ontmoet, tot en met een aantal lifters aan toe, wist te achterhalen én te spreken. Een knap journalistiek project dat leest als een roman, maar helaas geen fictie is.

Sarah Venema: Bermdans in bruidsjurk. Querido Fosfor, 207 blz. € 18,99

3. Pierre Jarawan: Lied voor de vermisten

De Duitse schrijver Pierre Jarawan schreef na zijn succesvolle debuut De zoon van de verhalenverteller (2017) een nieuwe familieroman die als een Perzisch sprookje in de steigers wordt gezet: ‘Alles was zo. En het was niet zo.’ Jarawan kan dus alle kanten op en dat is precies wat hij doet in het nu verschenen Lied voor de vermisten. Hoofdpersoon Amin in 2011, hij is dan begin dertig, lijkt verstrikt te raken in zijn eigen herinneringen. Om de Libanese burgeroorlog te ontvluchten, nam zijn oma de kleine Amin mee naar Duitsland en op zijn veertiende kwamen zij terug in Beiroet. Er spelen zo’n vijf verhalen in evenzoveel verschillende tijden, steeds tegen de achtergrond van de oorlog, de bezettingen door Israël of Syrië en de Arabische Lente. Mooi zijn de verhalen over zijn zwijgzame oma en haar geheimzinnige vrienden (‘Hun leven is een afspraak, een mise-en-scène waar bizarre verhalen de realiteit verduisteren en waar Amin meestal intrapt’) en het verhaal over het schilderij van zijn moeder. Jarawan is echter op zijn best als hij schrijft over de vriendschap tussen Amin en zijn schoolvriend Jafar. Samen verzinnen ze op de puinresten in Beiroet verhalen waarin realiteit en vriendschap om voorrang vechten. Op die momenten staat de clichéknop uit en kom je heel dicht bij de ziel van jongens in oorlogsgebied.

Pierre Jarawan: Lied voor de vermisten. Oorspr. titel: Ein Lied für die Vermissten. Vertaling Lilian Caris. HarperCollins, 413 blz. € 22,99

4. Wim Daniëls: De zomer van 1945

Hoe beleefde Nederland de eerste zomer na de oorlog? Aan de hand van krantenberichten, documentaires en andere naslagwerken stelde cabaretier en taalkundige Wim Daniëls een dagboek samen van de eerste zomer in vrijheid. Zo begint De zomer van 1945 op donderdag 21 juni met drie summiere overlijdensberichten van jonge mannen in de Rotterdamse editie van Het Vrije Volk, waarna Daniëls uiteenzet dat uitbundig de vrijheid vieren moeilijk samen kon gaan met het verdriet om verlies of gemis van dierbaren. In die aanvullende commentaren schuilt een vriendelijke geschiedenisleraar die over de oorlog vertelt. Kleine annonces van particulieren, zoals op 1 augustus wederom uit het Het Vrije Volk waarin Otto Frank inlichtingen vraagt over zijn dochters Margot en Anne Frank, geven het beste weer hoe de Nederlanders zich die eerste zomer voelden. Eigenlijk is er nauwelijks een dag van oprechte blijdschap in het dagboek of het moet het grote vrijheidsfestival zijn geweest op 31 augustus in het Olympisch Stadion in Amsterdam waar zo’n 50.000 mensen waren. Het was meteen ook de eerste Koninginnedag. Toch was er later ook kritiek want in het grootste spektakelstuk ‘Het drama van de bezetting’ met wel duizend spelers en overvliegende gevechtsvliegtuigen, werd nauwelijks of niet gesproken over het lot van de joden. De volgende dag ging de aandacht alweer naar iets anders: veldmaarschalk Montgomery kreeg een ereronde door Amsterdam.

Wim Daniëls: De zomer van 1945. Thomas Rap, 318 blz. € 19,99

5. Guillaume Martin: Socrates op de fiets

Tijdens zijn studie filosofie aan de universiteit van Nanterre kreeg de Franse wielrenner Guillaume Martin (27) vaak het advies een keuze te maken tussen topsport of studie. Dat deed hij niet: hij werd profwielrenner en behaalde zijn master filosofie. Het stoort hem dat mensen steeds beginnen over zijn studie filosofie en ervan opkijken ‘dat een sporter intelligent kan zijn’ – alsof hij moet bewijzen dat lichaam en geest goed samen kunnen gaan. Hij schrijft ‘om te spelen’. Dat spel in Socrates op de fiets bestaat eruit dat hij een imaginaire Griekse ploeg introduceert die voor het eerst deelneemt aan de Tour de France: Socrates, Plato en Aristoteles met steeds ‘speelse’ verwijzingen naar hun denken. De Tour van de filosofen volgt het parcours van de Tour de France van 2017 waarin Martin zelf twaalfde werd. Hij schreef toen ook columns voor Le Monde en die over ‘verveling’ past in het verhaal over de Grieken. Maar naast dit Tour-verslag schrijft Martin over sport en intelligentie of over zijn scriptie met de veelzeggende titel: De moderne sport: de filosofie van Nietzsche in praktijk gebracht. Als prof voelt hij zich namelijk meer verwant met het individualisme van Nietzsche (we willen allemaal gewoon winnen) dan met het ‘uiterlijke altruïsme waar iedereen nu zo hoog van opgeeft’. Socrates op de fiets bestaat hierdoor uit twee delen die door elkaar lopen waardoor de speelse filosofische Tour wringt met zijn beschouwingen over sport en intelligentie. Anders dan tijdens zijn studie, had hij nu misschien een keuze moeten maken.

Guillaume Martin: Socrates op de fiets. Oorspr. titel Socrate à vélo. Vertaling Henriëtte Gorthuis. Balans,192 blz. € 19,99

6. Jeroen van Gessel: Muziek beleven in het negentiende-eeuwse Nederland

Waarom was de piano in de negentiende eeuw het meest geschikte instrument voor vrouwen om te bespelen en waren strijk- en blaasinstrumenten taboe? Hoe reageerde dirigent Johannes Verhulst toen hij in 1874 de Amsterdamse première van de Mattheuspassie dirigeerde en een deel van het publiek tijdens het slotkoor de zaal al verliet? Deze en andere anekdotes zijn te lezen in Muziek beleven in het negentiende-eeuwse Nederland waarvoor universitair docent Jeroen van Gessel vele brieven, dagboeken en persoonlijke documenten bestudeerde om te onderzoeken hoe muziekliefhebbers toen concerten beleefden, welke waarde zij hechtten aan muziek in hun dagelijkse leven. Van Gessel is niet compleet en de muziekbeleving is ook niet representatief voor die tijd waarschuwt hij in zijn voorwoord. Zijn bronnen zijn privédocumenten ‘bijna zonder uitzondering afkomstig van mensen die de tijd en het geld hadden om een dagboek te schrijven of een correspondentie te onderhouden, en dan ook nog eens over de bergruimte beschikten om die documenten zorgvuldig te bewaren’.

Jeroen van Gessel: Muziek beleven in het negentiende-eeuwse Nederland. Uitgeverij IJzer, 253 blz. € 25,00