Fotografie: Lars van den Brink

Interview

‘De mensen die je op een terrasje ziet zijn de welvarende bewoners’

Floor Milikowski Journalist Floor Milikowski maakte naam als chroniqueur van succesverhaal Amsterdam. Haar nieuwe boek gaat over krimpregio’s. ‘Dat die er zijn is gewoon een gevolg van beleidskeuzes.’

Ze heeft nog maar net plaatsgenomen op het terras aan het marktplein van het Drentse Emmen, of Floor Milikowski (40) begint over Barbara Baarsma, econoom en directeur bij de Rabobank. „Die schuift geregeld aan in talkshows om uit te leggen waarom de onvrede van stemmers op populistische partijen nergens voor nodig is. Want ja, alle cijfers wijzen erop: het gaat hartstikke goed met de Nederlandse economie. We zijn concurrerend en de werkloosheid is relatief laag. Wie teleurgesteld is, is dat dus zonder geldige reden.”

De redenatie van Baarsma en verwante vooruitgangsoptimisten verontwaardigt Milikowski zichtbaar. „Ze heeft natuurlijk gelijk: de cijfers zíjn gunstig. Maar daar merkt lang niet iedereen evenveel van.”

In 2017 zag een kwart van de Nederlands gemeentes, van Heerlen tot Emmen en van Terneuzen tot Delfzijl, het inwoneraantal – en daarmee de welvaart – afnemen. „In het algemeen geldt: hoe verder verwijderd van de centra waar het meeste geld wordt verdiend, hoe groter de kans op krimp.” Wat Baarsma volgens haar vergeet te vertellen is dat groei in een land als geheel het zicht ontneemt op de verschillen daarbinnen. „Die nemen juist ieder jaar toe. En als je ziet dat het in de grote steden in het westen al jarenlang feest is en bij jou niet, dan steekt dat.”

Sinds 2010 schrijft Milikowski – opgeleid als sociaal geograaf en planoloog – voor De Groene Amsterdammer. Over het recente succes van Amsterdam, waarover ze ook het boek Van wie is de stad (2018) publiceerde, en de keerzijden daarvan. In haar deze maand verschenen Een klein land met verre uithoeken betoogt ze dat één van die keerzijden krimp in andere delen van het land is.

We spreken af in Emmen, omdat hier volgens Milikowski de krimp goed te zien zou zijn. De afgelopen tien jaar nam het bevolkingsaantal er elk jaar af. Aan het eind van het decennium waren er zo’n 2.500 inwoners minder dan aan het begin ervan, op de ruim 100.000 inwoners van de gemeente. Met name uit de kernen rondom het centrum trokken mensen weg. Dit terwijl andere plaatsen in de regio, zoals Assen, in recente jaren juist een groei doormaakten. De onvrede die volgens Milikowski het gevolg van de krimp is, is ook politiek zichtbaar: ruim een derde van de kiezers stemde er bij de vorige verkiezingen SP, FvD of PVV.

Toch, denk je onwillekeurig, zou de eerder genoemde Barbara Baarsma zich vermoedelijk in haar argument bevestigd weten als ze deze middag naast ons op de loungebank van café De Zwetser plaats zou nemen. De terrassen zitten op deze vroege vrijdagmiddag hartstikke vol en op de markt waar het terras op uitkijkt is het zo druk dat de anderhalve meter nauwelijks te handhaven is.

„Dat is misschien wel het grootste misverstand over krimp”, reageert Milikowski. „Dat het het equivalent zou zijn van leegte en verval. Terwijl: krimp treft net zo goed prachtige stadjes en lommerrijke dorpen. Het betekent slechts dat het bevolkingsaantal afneemt.” Krimp in Nederland laat zich bovendien het best vergelijken met een lappendeken, vertelt ze verder. „Binnen een krimpregio kunnen grote verschillen bestaan. Tussen welvarende bewoners in het buitengebied bijvoorbeeld en verarmde stadscentra. De mensen die je hier op een terrasje ziet zitten zijn de mensen die zich dat kunnen veroorloven. Maar in de flats die vlak naast het centrum staan is het weer een ander verhaal.”

Sloop en verval

Krimp heeft volgens Milikowski overal weer een ander gezicht. Soms is dat een gezicht van sloop en verval, zoals in Delfzijl waar al duizenden woningen zijn gesloopt en waar voorzieningen verdwijnen. Of in Heerlen, waar de teloorgang van de mijnbouw tot een vrijwel permanente identiteits- en bestuurscrisis geleid heeft. Maar misschien zie je het wel het best in de wanhoopspogingen om koste wat kost het tij te keren. Dat laat ze graag zien in Wildlands Zoo, de nieuwe dierentuin die pal naast het hart van Emmen ligt. Dit park is onderdeel van het Atalanta-project, een stadsvernieuwingsproject dat anderhalf keer de gemeentebegroting (zo’n 500 miljoen euro) gekost heeft. De gemeente probeerde de afgelopen jaren Emmen hiermee opnieuw op de kaart te zetten. Negen op de tien Nederlanders kenden Emmen immers van het oude dierenpark, dat gold als het meest natuurrijke, diervriendelijke dierenpark van Europa. Het was intussen ernstig verouderd en de bezoekersaantallen daalden.

Emmen koos daarom voor de vlucht naar voren, hoewel zowel de adviseurs van Twynstra Gudde als boekhouders van Deloitte de gemeente het project destijds stellig ontraadden. Er zouden zeker 1,3 miljoen bezoekers per jaar moeten komen om de investering terug te verdienen. Bioloog Wijbren Landman, die 32 jaar aan het roer stond van de oude dierentuin, zag het helemaal zitten. In Milikowski’s boek zegt hij: ‘Ik durf te zeggen dat we met ons nieuwe concept kunnen concurreren met Euro Disney in Parijs.’

Op de middag dat we er rondlopen is het ongemakkelijk rustig. De vanwege coronaregels door het park uitgezette route door de dierentuin voert door een geel, rotsachtig landschap dat in combinatie met de zon voor een felrealistische woestijnervaring zorgt. Het duurt enkele honderden meters voor we de eerste dieren tegenkomen: een plukje woestijnmarmotten. Ook de andere dieren lijken wat verloren door de natuurgetrouwe, ruime decors te dwalen. Alsof ook zij eraan moeten wennen dat het weer mag, een bezoekje aan de dierentuin.

Vorig jaar trok de dierentuin 900.000 bezoekers. Niet slecht, maar nog niet voldoende om de exploitatie dekkend te krijgen. Toch wil Milikowski het project niet afschrijven. „Plannen als deze moeten zich op de lange termijn kunnen bewijzen. Bovendien vind ik het ook wel mooi: dat je niet alles puur economisch beredeneert. Een stad heeft ook projecten nodig om zich mentaal aan op te trekken. Nee, het is nog geen verloren zaak, al snap ik de scepsis van sommigen best.”

Wederopbouw

Voor de poort van de dierentuin ligt een stadsplein, waar zowel gezinnen als ouderen van de zon genieten. Planoloog Milikowski reageert verrukt: „Dit plein klópt gewoon. Het tilt de spuuglelijke flats aan de rand en het gemeentehuis enorm op. Zo zie je maar: het is te gemakkelijk om alleen de tragiek van een zoo zonder voldoende bezoekers te benoemen. Zo’n plein zou er zonder die dierentuin vermoedelijk nooit zijn gekomen. Als je oude profiel niet meer voldoet, dan móét je wel met iets nieuws komen.”

Floor Milikowski Foto: Lars van den Brink

Maar is krimp geen kwestie van alle tijden? Een natuurfenomeen, zoals een hittegolf of een windhoos? „Groei en krimp zijn van alle tijden”, zegt Milikowski, „maar de omvang van de krimp en de toenemende welvaartsverschillen zijn wél het gevolg van beleidskeuzes.” Om dat toe te lichten zet ze een stap terug in de tijd. Om te beginnen naar de jaren van de wederopbouw, toen Marshallgelden werden aangewend om regio’s zoals deze – Zuidoost-Drenthe – op te stuwen. In haar boek beschrijft ze hoe Drenthe tot die tijd gezien werd. In één woord: plaggenhutten. Als gevolg van die investeringen groeide Emmen in die jaren uit van een esdorp tot een fikse industriestad die samen met de omliggende dorpen intussen meer dan 100.000 inwoners telt.

Alleen liet het Rijk de regio’s vervolgens weer vallen. De jaren tachtig zorgden voor een kanteling in het beleid van stimuleren, spreiden en investeren. ‘Don’t back the losers, but pick the winners’, adviseerde voormalig Shell-topman Gerrit Wagner premier Lubbers toen die naar een uitweg uit de economische crisis zocht. Milikowski: „Dat was toen ook wel nodig: de afhankelijkheid van de overheid was simpelweg te groot geworden. Je ziet in Frankrijk wat er dan kan gebeuren. Regio’s wachten daar op wat er uit Parijs komt, waardoor er vaak helemaal niets gebeurt.”

Maar het mantra van ‘eigen kracht’ en verantwoordelijkheid dat de afgelopen dertig jaar leidend was is intussen uitgewerkt, volgens Milikowski. „Je kunt zeggen wat je wilt, maar Lubbers was anders dan Rutte een man met visie. En het beleid om in succesvolle stedelijke centra te investeren hééft ook gewerkt. Kijk maar naar Amsterdam. Toen ik opgroeide in de Watergraafsmeer in Amsterdam zag ik veel gezinnen om ons heen vertrekken. Tot er ineens gezinnen van buiten de stad kwamen wonen. En de stad ineens dé plek werd waar je moest wezen. Dat heb ik in dertig jaar totaal zien kantelen.”

Lees ook de recensie van Floor Milikowski’s vorige boek: ‘Londense toestanden’ in Amsterdam terwijl het stadsbestuur toekijkt

Krimp is de keerzijde van die trek naar de stad, zo stelt ze. „En voor een deel dus ook de consequentie van de keuze voor een beleidsideologie die in het teken van het recht van de sterkste staat. En als die verschillen een keuze zijn, dan is de keuze om ze weer te verkleinen dat ook. We moeten als samenleving weer leren wat onze kinderen op het schoolplein al mee krijgen: samen delen, spelen.”

Logistiek

Aan welke knoppen kan de overheid draaien om de koek beter te verdelen? „Ik zou beginnen bij logistiek. Zeker, de aanleg van de HSL-Zuid was een dure flop. Maar de belofte om daarna ook het noorden en het oosten beter te ontsluiten is nog steeds niet gestand gedaan. Naar Emmen kun je nog steeds alleen maar via een N-weg komen. En bij de grens houdt de infrastructuur hier op. Dat moet echt beter kunnen. Hoe wil je mensen anders naar die dierentuin krijgen? Of laten stemmen, als ze niet zien dat er iets voor hen gedaan wordt?”

Terug naar de politiek van spreiden en stimuleren hoeft van haar niet, maar het gevoel vergeten te zijn zouden politici zich volgens Milikowski veel meer moeten aantrekken. „En dan niet alleen in verkiezingstijd”, benadrukt ze. „Laatst sprak ik met ambtenaren op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Eén van hen zei: waarom opent het Rijk geen flexwerkplekken door het hele land, waar ambtenaren en politici gebruik van kunnen maken? Zo zit je dichter bij de bevolking en hoeft niet elke ambtenaar naar Den Haag te reizen of te verhuizen. Zulke ideeën hebben we nodig.”