Opinie

Kralingen 1970

In 010

Ik ontmoette hem tijdens de ochtenddrank in het Westerpaviljoen. Hij stelde zich voor als Bart Grätz, gepensioneerd grafisch vormgever van NRC. In het zwart gekleed was hij. Niet alleen toen, maar ook alle andere keren. Al spoedig had ik in de gaten dat graficus Grätz het één en ander had meegemaakt en geïnternaliseerd. Zoals het Holland Popfestival 1970.

Vorige week gingen we naar de plaats waar het een halve eeuw geleden allemaal gebeurde: het Kralingse bos. We dronken koffie en thee, zoals elke ochtend, en spraken over de magie van het Nederlandse Woodstock. Over het aantal topless meisjes dat elk jaar na 1970 groter leek te worden. Over de regen die viel tijdens The Byrds. Of was het Pink Floyd? Volgens de één een motregentje, volgens de ander een tropische regenbui die twee uur aanhield.

Het was zonnig weer, dat laatste juniweekend van 1970, herinnerde Grätz zich, op één forse bui na. Hij wees naar de plaats waar hij als 15-jarige jongen naartoe was gevlucht om te schuilen. „Daar stond een grote tent bij het hoofdpodium. Ik had aan de waterpijp gelurkt bij een paar Amerikanen en was zo stoned dat ik dwars door de keiharde rock van Blue Cheer heen sliep.”

Toen het droog werd, snelde de Mulo-leerling uit Pendrecht, samen met zijn oudere broer en twee vrienden naar het hoofdpodium, waar nu alle ruimte was. Genieten van Dr. John, the Night Tripper, en zijn mooie danseressen. „Het bleef dat weekend bij kijken”, stelde Grätz met enige spijt in zijn stem vast.

Toch had hij een ervaring van één zijn met de massa. Een vrolijke, losse boel, een strandgevoel. Op zondag, tijdens In the summertime van Mungo Jerry, gingen alle nasibordjes de lucht in. Een simpel moment van intens geluk. Zoals ook toen het orgel van Supersister aanzwol voor She was naked. „Iedereen kende al die nummers. Dat gaf een sfeer van grote verbondenheid.”

Bart Grätz heeft het nóg. Als hij A saucerful of secrets draait van Pink Floyd of White rabbit van Jefferson Airplane, dan overspoelt hem weer datzelfde zorgeloze gevoel als tijdens Kralingen 1970. „Mijn liefde voor muziek kreeg daar een diepere laag.”

Het is de nooit verbroken betovering van het Holland Popfestival, de soundtrack van een generatie.