Illustratie Tjarko van der Pol

Grijp de kansen die corona biedt

Post-corona Amsterdam Zo leeg hadden we Amsterdam nog nooit gezien – veel bewoners vonden het heerlijk. Hoe behouden we het goede van de crisis?

Lege straten en pleinen, dichte cafés, uitgestorven winkels: Amsterdam was bijna onherkenbaar in de eerste maanden van de lockdown. Zo hadden de bewoners hun stad nog nooit gezien.

Ze grepen de bijzondere omstandigheden aan om de openbare ruimte opnieuw in bezit te nemen. Met name in de binnenstad, die de laatste jaren werd overlopen door toeristen en dagjesmensen. Op de Wallen zetten bewoners tafels langs de grachten, ze dronken koffie en wijn en maakten voor het eerst kennis met hun buren.

Nu het normale leven langzaam terugkeert en de eerste toeristen op huurfietsen alweer rondrijden, dringt zich de vraag op: zal de coronacrisis Amsterdam blijvend veranderen? Welke lessen kunnen we trekken uit de lege stad? En hoe kunnen we deze ervaring aangrijpen om Amsterdam ten positieve te veranderen?

Amsterdam zal het niet makkelijk krijgen de komende jaren. De coronacrisis heeft een reusachtig gat geslagen in de gemeentelijke financiën. Bewoners van kwetsbare wijken zijn extra hard getroffen. De werkloosheid is gegroeid. Bedrijven zullen massaal over de kop gaan als de tijdelijke steun van de overheid wegvalt.

Een nieuwe suburbanisatie?

Veel is onzeker. Zal Amsterdam in de post-virus-wereld net zo aantrekkelijk blijven als daarvoor? Misschien leidt de coronacrisis wel tot een nieuwe golf van suburbanisatie, zo schreef The Economist onlangs. Wie wil er nog voor veel geld dicht op elkaar gepakt wonen als de voordelen van de grote stad – dichtbij je werk, veel cultuur en horeca – door de anderhalvemetersamenleving wegvallen?

Waarschijnlijk komt het goed – en zal Amsterdam in de toekomst weer net zo gewild worden als vóór Covid-19. In de afgelopen eeuwen vond de stad zich na iedere dip weer opnieuw uit, zo leert de geschiedenis.

Illustraties Tjarko van der Pol

Maar hoe zal die wedergeboorte er deze keer uitzien? De ongewone aanblik van de stad heeft veel losgemaakt onder bewoners. Ze hebben een glimp gezien van een Amsterdam dat ze buitengewoon aantrekkelijk vinden: een stad zonder hordes dronken Britten, bierfietsen en riksja’s. Geen wonder dat een volksinitiatief om het aantal toeristen te begrenzen in korte tijd dertigduizend handtekeningen wist te vergaren – genoeg om een referendum af te dwingen.

Structurele problemen aanpakken

Misschien is de coronacrisis behalve een tragedie ook een kans om een aantal structurele problemen in Amsterdam aan te pakken, versneld en met hernieuwd elan: de ranzigheid en overbelasting van de Wallen, de dominantie van de auto, de macht van deelplatforms als Airbnb en Uber, de gebrekkige verbinding met Amsterdam-Noord.

NRC vroeg zes met Amsterdam verbonden denkers om hun ideale stad te schetsen. Wat gunnen ze Amsterdam na corona? Welke problemen moeten we nú ter hand nemen? En welke creatieve oplossingen hebben ze daarvoor?

ZEF HEMEL | HOOGLERAAR RUIMTELIJKE ORDENING (UVA)
‘Laten we ons groen eindelijk echt onderhouden’

„Wat de coronacrisis volgens mij duidelijk heeft gemaakt is hoe belangrijk parken en groen zijn voor de stad en voor de mensen, planten en dieren die daarin leven. Parken vormen een even vitale infrastructuur als onze ziekenhuizen en IC-afdelingen. Vooral het beheer ervan zouden we bovenaan onze prioriteitenlijst moeten zetten.

Nieuwe stadsparken zijn natuurlijk welkom, maar nog veel belangrijker is het onderhoud en beheer van bestaande parken, groengebieden en openbare ruimten. Liefde en aandacht voor het bestaande is wat we missen. Er is een onbalans tussen wat we nieuw maken en wat er al is. Tijdens de coronacrisis werd opeens duidelijk dat we qua groenbeheer de afgelopen jaren veel te veel hebben bezuinigd.

Het groenbeheer is namelijk geen dingetje voor erbij, maar drukt juist uit hoe we als stad willen leven. En dan heb ik het ook over planten en dieren. Op de lange termijn blijft het toverwoord urbanisatie, urbanisatie, urbanisatie. Stedelijke groei is zelfs exponentieel. Mensen denken misschien alleen op de korte termijn, maar de druk op de ruimte zal terugkeren. En hoe. Wie op de lange termijn denkt weet dat de groei zal aanhouden en wat Amsterdam betreft zelfs zal versnellen. En dan is de behoefte aan rijke natuur en prettig groen aandachtspunt nummer één.

Door ons groen op orde te brengen kunnen we bovendien de temperatuur matigen, de droogte bestrijden en het water langer vasthouden in de stad. Natuurlijk gaat dat miljarden kosten, maar als je over twintig of dertig jaar een gezonde en leefbare stad wilt, dan is dat absolute topprioriteit.

Mijn grote angst is dat het allemaal op het bordje van de gemeente komt, die vanwege de crisis juist voor de opgave staat enorm te bezuinigen. Doorgaans wordt dan als eerste gekort op de budgetten voor beheer en onderhoud van de stad. Het is niet voor niets dat kades, bruggen en dijken ernstig verzwakt zijn en hier en daar zelfs instorten. Het is een teken van tientallen jaren nalatigheid. Datzelfde geldt voor onze parken. Nu is het moment om dat anders te doen.”

MARLEEN STIKKER | INTERNETPIONIER DIRECTEUR VAN DE WAAG
‘Vier dagen naar school, één dag leren van de stad’

„Aan het begin van de coronacrisis had je een sfeer van: kijk ons eens goed digitaal communiceren, met Zoom en Jitsi en Skype. Maar nu zie je dat het helemaal niet werkt: mensen missen elkaar enorm. We hebben behoefte aan de ontmoeting, het gesprek, de interactie, de toevalligheid. Van aanraking worden mensen gelukkig, het versterkt letterlijk hun weerstand.

Ik hoop dat de stad na de coronacrisis haar fysieke ruimte weer terugvindt. Dat zag je al vóór de coronacrisis: mensen die in hun eigen buurt zelf initiatieven nemen, van voedselvoorziening tot zorg, van energieproductie tot afvalstromen. Ik hoop dat de betrokkenheid van bewoners straks nog groter wordt. Dat er overal coöperatieve structuren komen, dat het verenigingsleven bloeit. Je moet de stad niet overlaten aan de markt. De overheid zal een rol blijven spelen, maar het gaat erom dat mensen zeggenschap krijgen over hun eigen buurt.

De enige grote publieke ruimte in Amsterdam waar je nu welkom bent zonder consument te zijn, is de Openbare Bibliotheek. We moeten veel meer van dat maatschappelijk en cultureel vastgoed ontwikkelen, waar mensen kunnen werken en elkaar ontmoeten. Dat zou heel goed kunnen in de gebouwen van grote retailzaken als ze straks over de kop gaan. Of door een deel van het stadhuis beschikbaar te stellen aan verenigingen of coöperaties.

Ik stel ook voor dat we het onderwijs in de stad anders organiseren. Vier dagen per week blijven zoals vroeger, maar de vijfde dag wordt ‘toekomstdag’. Jonge Amsterdammers gaan op bezoek bij bedrijven, cultuurinstellingen of verpleeghuizen. Of naar volkstuinen, om aan de voedselproductie te werken. Op die dag leren ze van de stad. Misschien moet iedereen dat wel gaan doen: vier dagen werken, één dag andere dingen leren. Werken aan de toekomst en aan onze veerkracht.”

Marco te Brömmelstroet | hoogleraar Urban Mobility Futures (UvA) en hoofd Urban Cycling Institute
‘Vijftien kilometer per uur in alle straten’

„Door de coronacrisis hebben mensen gezien dat het gebruik van de straat veel vloeibaarder kan zijn. Er waren tijdens de lockdown veel minder auto’s in de stad, waardoor mensen weer bezit namen van de straat. Ze gingen voor hun deur zitten, ontmoetten elkaar.

In de openbare ruimte geldt in Amsterdam nu het recht van de snelste: alles staat in dienst van de auto. Als het Vondelpark te druk is, wordt het afgesloten. Maar als er een file staat voor de Bijenkorf-garage, gebeurt er niets. Ik stel voor dat we die logica omdraaien. We gebruiken de openbare ruimte in de eerste plaats voor groen en ontspanning en pas in de tweede plaats voor mobiliteit. Mensen moeten gaan inzien: de straat is ook van míj, en niet alleen maar om zo snel mogelijk doorheen te rijden.

Straks zou overal in de stad moeten gelden: in principe stapvoets rijden, vijftien kilometer per uur. Je mag pas sneller als dat op de borden staat aangegeven. Op de Wibautstraat bijvoorbeeld. Dat kan heel goed: we krijgen straks zelfsturende auto’s met automatische snelheidsbegrenzing, die pas hogere snelheden vrijgeeft waar dat kan.

De openbare ruimte wordt zo een algemene plek, dus je hebt ook geen stoepen meer, en aparte fietspaden. Het wordt zoals de Frans Halsstraat in de Pijp, waar alle parkeerplaatsen zijn opgeheven en omgezet in groen, fietsparkeerplekken en speelvoorzieningen voor kinderen. Je kunt er als automobilist doorheen, maar als een soort onwelkome gast – net als op een vakantiepark. Of denk aan de shared space achter het Centraal Station, waar voetgangers, fietsers en scooters samen de ruimte delen. Eigenlijk zou daar middenin een terras moeten komen, waar het verkeer omheen danst. Dat zou een geweldig experiment zijn.

We moeten het kind centraal stellen. Als je het huidige Amsterdam bekijkt vanuit het perspectief van het kind, zie je ineens hoe absurd onze openbare ruimte is ingericht. We leren onze kinderen van jongs af aan op hun hoede te zijn voor het gevaar van verkeer: links kijken, rechts kijken, nog eens links kijken. Vanuit het kind bezien is het volstrekt logisch dat snel rijdende auto’s uit het straatbeeld moeten verdwijnen.”

Jan Rothuizen | kunstenaar, auteur van De zachte atlas van Amsterdam
‘Vier dagen naar school, één dag leren van de stad’

„Tijdens de lockdown realiseerde ik me ineens dat niet alles altijd dóór hoeft te gaan. Je kunt ervoor kiezen om dingen stop te zetten – en Amsterdammers gaan daar heel gezagsgetrouw mee om. Kunnen we dat niet omzetten in iets positiefs?

Mijn voorstel is om de ringweg A10 iedere eerste zondag van de maand af te sluiten voor autoverkeer, van zeven uur ’s ochtends tot vijf uur ’s middags. Wandelaars, fietsers en skaters mogen er dan bezit van nemen, als een soort nieuwe boulevard. De weg krijgt een parkachtige functie, je kunt er foodtrucks neerzetten en drankjes verkopen. Kleuters rijden er op hun stepje. En misschien moeten we een apart gedeelte reserveren voor wielrenners die willen racen, zoals ze dat nu op de Ronde Hoep doen.

Zo’n maandelijkse sluiting heeft ook een rustgevend effect op de rest van de stad. Amsterdam zal die dag veel minder goed te bereiken zijn, dus veel mensen van buiten zullen de stad die dag mijden. Als Amsterdam ook afgesloten kan worden voor de marathon, dan is dit ook mogelijk. In Bogotá, waar ik regelmatig kom, doen ze het ook: daar wordt elke zondag meer dan 100 kilometer aan wegen afgesloten voor autoverkeer, zodat je er kunt fietsen.

Het is ook een mooie manier om verschillende delen van de stad bij elkaar te brengen. We praten altijd over ‘binnen de ring’ en ‘buiten de ring’, het welvarende en het minder welvarende Amsterdam. Op de afgesloten A10 kunnen die twee werelden elkaar ontmoeten.

De ring is een van de weinige plekken in de stad waar zoveel ruimte is. In de toekomst, wanneer we allemaal in stille elektrische auto’s gaan rijden, zie ik de A10 sowieso veranderen in een soort rivier, met ‘kades’ waar mensen langs kunnen lopen. Om een luchtje te scheppen, ruimte te ervaren. Dan annexeert de stad de ring, zoals we eerder ook het Westergastterein en de oude havens hebben geannexeerd.”

Najah Aouaki | econoom en grootstedelijk strateeg
‘Bouw een eigen Amsterdams taxiplatform’

„We kunnen meteen weer allerlei snelle oplossingen zoeken, maar volgens mij moeten we nu vooral heel goed analyseren. De economische recessie staat op de stoep, de middelen zijn beperkt en we moeten dus heel gericht keuzes maken, meer dan voorheen.

Maar belangrijk is wel wat je uitgangspunt daarin wordt: als we de internationale financiële markten laten dicteren dan blijven we maar inzetten op groei. Terwijl: we moeten groei loslaten, groei draagt niet bij aan de welvaart van alle mensen en niet aan ons welzijn.

Je ziet het in het toerismedossier in Amsterdam; alsmaar groei, meer, meer, meer. Maar is de stad daar nu echt leefbaarder van geworden?

Want als je groei loslaat en inzet op welzijn kun je veel betere keuzes maken. Neem Uber, waar heel veel mensen nu hun werk verliezen en dus in de bijstand komen, die de samenleving vervolgens betaalt. Waarom gebruiken we dat moment niet om een coöperatie te bouwen, waarbij we met al die chauffeurs ons eigen platform maken: waar niet urenlange ritjes tegen dumptarieven centraal staan, maar we voor eerlijk werk zorgen en een taxibranche bouwen die ook nog eens ecologisch duurzaam is?

Dat kun je op tal van dossiers doen. De kinderdagverblijven zijn in handen van investeringsmaatschappijen, misschien moeten we daar ook coöperaties van maken. Airbnb. Huisvesting. Zorg. Voedsel.

In Amsterdam zie je dat de mensen aan de onderkant al langer de klappen voelen. Van gentrificatie, van onzeker of geen werk. Kijk maar in de Javastraat, of de buurten in Amsterdam-Noord. Nu de middenklasse de negatieve effecten van de verandering ook voelt wordt het gesprek breder en daarmee de kans dat er draagvlak is om echt fundamentele keuzes te maken ook groter.

Het is echt geen natuurwet om onze economie over te laten aan grote bedrijven en investeerders, we zijn zelf eigenaar van de stad. We hebben een keuze. We kunnen weer een economie door en voor de Amsterdammers bouwen.”

Sander Groeti | oprichter A’DAM Toren, ondernemer
‘Een sekspassage onder het IJ’

„Als je Amsterdam een leefbare stad wilt houden ligt een groot gedeelte van de problematiek rond het Wallengebied en specifiek rond de aantrekkingskracht van het Red Light District. Als je daar het sekswerk weghaalt, hou je een bruisende binnenstad over. Barretjes, toeristen, bewoners, misschien iets ruiger dan als je in de buitenwijken woont, maar het is dan ook wel de binnenstad van de binnenstad.

De gemeente denkt ook over verplaatsing na, maar ik zou zeggen: maak er dan écht iets moois van. Simpelweg ramen verplaatsen lost het probleem niet op, mensen komen ook voor de fun van het Wallengebied. De bananenbar.

Daarom zou ik groter denken, verplaats het sekswerk niet naar een industrieterrein, houd het op loopafstand van de binnenstad. Amsterdam-Noord moeten we sowieso maar eens verbinden met de stad door een tunnel en een passage. Maar waarom maak je niet daarnaast een sekspassage? Dat kan je controleren, je kunt mensen de toegang weigeren, je kunt entree heffen. Maar je kunt er ook een bananenbar neerzetten en iets leuks van maken. Dat gaat de hele wereld over. Of neem die Passenger Terminal die verplaatst wordt. Daar komen zoveel vierkante meters vrij. Maak daar een overdekte Wallen, met straatjes, barretjes. Zoals een markthal. Niet een donker guur hol, maar mooie lichten, een beetje chic aangekleed.

Ook ik baal van kotsende en lallende toeristen. Ik ben ondernemer, maar vooral ook Amsterdammer en wil het beste voor de stad. Maar als nu het moment wordt aangegrepen om te zeggen dat we naar maximaal 12 miljoen bezoekers moeten dan vind ik dat een slecht idee. Ondernemers hebben het heel zwaar, die moet je nu niet het laatste zetje geven. En volgens mij is dat ook niet nodig.

Ik wil maar zeggen: we moeten de komende jaren de hele discussie rond toerisme anders voeren. Want wat is een kwaliteitstoerist? Je begeeft je daarmee vind ik op glad ijs. Terwijl als we goed nadenken over praktische oplossingen, dan weet ik zeker dat we een tolerante en gastvrije stad kunnen blijven. Het kan veel creatiever!”