EU-landen ontvingen vorig jaar weer meer asielaanvragen

Asielaanvragen Voor het eerst sinds 2015 kregen EU-landen vorig jaar meer asielaanvragen te verwerken. De stijgende lijn zet dit jaar vermoedelijk door.
Een vluchtelingenkamp eerder deze maand in Bosnië en Herzegovina.
Een vluchtelingenkamp eerder deze maand in Bosnië en Herzegovina. Foto Fehim Demir/EPA

Het aantal asielaanvragen in de Europese Unie is vorig jaar voor het eerst sinds 2015 weer gestegen. In 2019 vroegen ruim 738.000 mensen asiel aan in de 27 EU-landen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Dat is een stijging van 11 procent vergeleken met 2018, blijkt uit het donderdag gepubliceerde jaarrapport van het Europees Ondersteuningsbureau voor Asielzaken (EASO).

De toename is onder meer toe te schrijven aan een volgens het EASO „sterke stijging” van het aantal asielverzoeken van burgers uit Colombia en Venezuela. Van het totaal aantal aanvragen in de EU waren er bijna 46.000 afkomstig van Venezolanen. Alleen Syriërs (ruim 80.000 aanvragen) en Afghanen (bijna 61.000) vroegen vorig jaar vaker asiel aan. Duitsland, Frankrijk en Spanje kregen bij elkaar meer dan de helft van de aanvragen te verwerken.

De druk op de Europese asielopvang is onverminderd hoog, aldus het EASO, waardoor in veel landen de wettelijke beslistermijn van zes maanden werd overschreden. De Europese Commissie bepaalde in april dat deze termijn tijdens de coronacrisis met maximaal negen maanden mag worden verlengd.

Het EASO verwacht dat het aantal asielverzoeken zal blijven toenemen, ook al lag het aantal aanvragen in april 87 procent lager dan begin dit jaar. Nu veel reisbeperkingen worden versoepeld en de grenzen langzaamaan weer opengaan, neemt het aantal verzoeken komende maanden vermoedelijk weer toe tot het niveau van voor de corona-uitbraak. De economische gevolgen van de coronacrisis zullen daarnaast op middellange termijn leiden tot een toename van het aantal asielaanvragen, aldus het EASO.