Opinie

Een verheven imago – en principeloos gedrag

Tom-Jan Meeus

Volgend voorjaar zijn de Tweede Kamerverkiezingen, het feest van de democratie, met verliezers die hun nederlaag goedpraten en winnaars die hun aanhang omhoog praten. En je zou het niet zeggen – maar je hebt best veel politici die de uitslag weinig belang toekennen.

Je kon het zien toen dinsdag in de Eerste Kamer een motie van afkeuring tegen minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) werd aangenomen.

De handige SP’er Tiny Kox kreeg eerder tweemaal een senaatsmeerderheid achter zich met een voorstel voor bevriezing van de huren. Ollongren weigerde dit uit te voeren, waarop Kox zijn motie van afkeuring indiende. Maar de minister redeneert: in de Tweede Kamer deed de SP hetzelfde voorstel, dat is weggestemd – en ik hoor in actuele kwesties af te gaan op de Tweede Kamer.

Het draait er dus om dat die senaatsmeerderheid de eigen opvatting over actuele kwesties meer gewicht toekent dan die van de Tweede Kamer. Kortom: we kunnen volgend jaar stemmen wat we willen, maar die senatoren (van SP, GroenLinks, PvdA, PvdD, 50Plus, OSF, FVD en PVV) denken: maakt niet uit, wij zijn de baas in Den Haag.

Een beletsel voor deze opstelling is er niet, maar ongebruikelijk is zij zeker. De Eerste Kamer keurt vaker wetgeving af maar blijft normaal buiten de actualiteit: sinds de invoering van het algemeen kiesrecht, in 1917, nam zij ook nooit eerder een motie van afkeuring aan.

Nu kun je redeneren: het gaat ze alleen om de huren, de rest kan ze niets schelen. Maar dan vrees ik dat de voorstemmers de prijs van hun opportunisme niet kennen.

Na de Tweede Kamerverkiezingen volgend jaar krijg je een nieuwe coalitie, met een kans dat ook voorstemmers van dinsdag (PvdA, GroenLinks, FVD) daar zitting in nemen. Dan hebben ze deze week de principiële ruimte laten ontstaan waarmee de senaat die coalitie met elk middel kan bestrijden. Dat kan nog een feest worden.

Het probleem van de senaat is dat zijn verheven reputatie steeds minder wordt gedragen door de werkelijkheid.

Vorig jaar beschreef ik dat twee nieuwe senatoren, van GroenLinks en FVD, functies hadden (gehad) waardoor „de schijn van belangenverstrengeling” was gewekt. Een vernieuwde gedragscode staat dit niet toe, dus ik vroeg de senaat hoe hij dit beoordeelt. Ze zouden alle overtredingen van de code inventariseren, zeiden ze, en binnen een half jaar met hun oordeel en mogelijke aanpassingen van de gedragscode komen.

Dus vorige week vroeg ik ernaar, en inderdaad: de kwestie was blijven liggen. Zo gaat dat in de senaat: enorm democratisch en principieel en zuiver in de presentatie – totdat het even niet uitkomt.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.