Dopingcontrole in coronatijd: met een gedesinfecteerde kit aan de voordeur

Coronavirus De coronacrisis heeft een gat geslagen in de strijd tegen doping. In Nederland valt de schade mee, andere landen zijn volledig gestopt met controles.

Afval bij Lancet in Nairobi, het enige door WADA gecertificeerde anti-dopinglaboratorium in oostelijk Afrika.
Afval bij Lancet in Nairobi, het enige door WADA gecertificeerde anti-dopinglaboratorium in oostelijk Afrika. Foto Tony Karumba/AFP

En toen voer mammoettanker WADA de haven binnen; met richtlijnen voor gezondheidsgaranties bij dopingcontroles in coronatijd. Drie maanden nadat de pandemie was uitgebroken.

Herman Ram, directeur van de Dopingautoriteit, haalde zijn schouders op en nam de instructies van de wereldantidopingorganisatie voor kennisgeving aan. Nederland had, samen met de Verenigde Staten, Noorwegen en Denemarken, al lang voorzorgsmaatregelen genomen en een eigen protocol opgesteld. WADA was laat. Te laat, oordeelt Ram. En dat heeft hij de organisatie laten weten ook.

Vanaf het moment dat het kabinet de ban op contactberoepen had opgeheven, hervatte de Dopingautoriteit, na een onderbreking van zes weken, haar controles. Met mondkapjes, handschoenen en allerlei desinfecterende handelingen werden de RIVM-richtlijnen gevolgd. Controleurs met gezondsheidsklachten werd uitdrukkelijk verboden op pad te gaan. Vooralsnog wordt aan huis gecontroleerd, want de wedstrijdterreinen blijven tot 1 juli ongebruikt.

Voor sporters met een gezondheidsrisico ontwikkelde de Dopingautoriteit een methode om contactloos urinestalen te verzamelen.

Een controleur meldt zich met een gedesinfecteerde kit dopingcontrolemateriaal en een tablet, die bij de voordeur van de sporter wordt neergelegd. De sporter neemt de spullen in huis en communiceert via een beveiligde verbinding met de controleur.

Met de tablet scant de sporter de ruimte waar hij of zij in een opvangbeker plast. Tijdens die handeling moet de tablet tegenover die ruimte worden gezet, zodat de controleur, zonder inbreuk te doen op de privacy, kan zien dat de sporter alleen is. Die moet daarna zelf twee flesjes met het A- en B-monster verzegelen.

De controleur vult, tot slot, onder toeziend oog van de sporter het benodigde formulier in op zijn tablet, waarna een geluidsopname wordt gemaakt met de naam van de sporter, de geboortedatum en de nummers van de monsters. Die audio-opname geldt als digitale handtekening.

Niet waterdicht

Waterdicht is deze werkwijze niet, erkent Ram. Maar dat noemt hij onvermijdelijk. De dopingcontroleur kan op afstand niet toezien op het urineren. „Het betekent dat we er minder strak in zitten dan onder normale omstandigheden.” Bloedmonsters, bijvoorbeeld, worden in coronatijd niet afgenomen. „We laten een sporter zeker niet zelf prikken.”

De coronacrisis heeft een flink gat in het reguliere dopingsysteem geslagen. In Nederland is de afname beperkt gebleven met tien tot vijftien procent. In veel andere landen, zeker die met een complete lockdown, is het systeem helemaal stopgezet. Volgens Ram is er wereldwijd in de maand april slechts drie procent van de dopingcontroles uitgevoerd.

Dat nodigt uit tot fraude, zou je zeggen. Ram spreekt het niet tegen, maar denkt dat het met misbruik in Nederland zal meevallen. „Omdat bij sporters met een bloedpaspoort te zien is wat zij de afgelopen periode hebben uitgespookt. Ik heb nog geen foute signalen opgevangen.”

In de meeste andere landen ligt het gevaar van misbruik wel degelijk op de loer. Vooral met het oog op de Olympische Spelen, over een jaar in Tokio, is het voor sporters in de subtop aantrekkelijk een tussentijds dopingprogramma te volgen. Geen controle, wel prestatieverbetering en op lange termijn geen positieve test, hoe verleidelijk kan het zijn. Het is evident dat sporters competitievrije periodes kunnen aangrijpen om hun niveau met doping op te krikken.

Professor Fritz Sörgel, hoofd van het Instituut voor Biomedische en Pharmaceutische Research in Neurenberg, is daarover in een interview me de website DW.com zeer uitgesproken. Hij wijst erop dat uitstel van de Spelen in combinatie met verstoorde trainingen en het ontbreken van wedstrijden bij sporters tot grote onzekerheid en „psychologische ups en downs” kan leiden.

Stap naar cannabis klein

„Dat werkt gebruik van legale stoffen als nicotine, pruimtabak en zelfs antidepressiva in de hand, waarna de stap naar het verboden cannabis klein is”, zegt Sörgel. De farmacoloog vreest dat sporters die hun fitheid niet in wedstrijdverband kunnen testen, relatief snel de neiging hebben naar dopingmiddelen te grijpen.

„Voor sporters die net onder de absolute top zitten biedt dit een kans om zichzelf in die groep van topatleten te duwen door verboden middelen te gebruiken gedurende een waarschijnlijk langere periode. Wedstrijdloze perioden zijn door dopingzondaars keer op keer gebruikt om zichzelf naar een hoger niveau te tillen, deels in de hoop dat ze minder vaak zullen worden gecontroleerd.”