Opinie

De namen melden zich, nu ook nog graag de ideeën

Lijsttrekkers

Commentaar

Hij doet het na lang denken toch maar niet, de andere hij – zijn gedoodverfde concurrent – doet het na bijna net zo lang nadenken wel. Zij doet het na een lange „worsteling” eveneens, hij die zo graag wilde ziet er vanwege haar kandidatuur maar vanaf. En zij die al heel lang zegt dat er behalve kroonprinsen ook kroonprinsessen bestaan heeft ook haar vinger opgestoken. Het was de week van Wopke, Hugo, Sigrid, Rob en Mona. Zij meldden zich af voor het kandidaat-lijsttrekkerschap van hun partij of zij meldden zich aan.

Voorverkiezingen op zijn Nederlands. Ongemerkt ging het in geen van de gevallen. Een briefje aan het partijbestuur dat men de lijst wil aanvoeren als de partij daarom vraagt is al lang niet meer genoeg. De bereidheid of juist het tegendeel, de niet-bereidheid om lijstrekker te worden, is een zorgvuldig geregisseerd mediamoment geworden. Met de diverse media in de ongemakkelijke rol van kinderen die hopen als eerste het snoepje – de primeur – te krijgen toegeworpen. Het heeft gewerkt. Aan aandacht geen gebrek.

En zo beginnen met nog een kleine negen maanden te gaan tot de formele verkiezingsdatum zich de contouren af te tekenen van de spelers in het strijdperk. Allereerst volgt nu de verkiezing van de lijsttrekker bij de partijen die voor deze procedure gekozen hebben. De leden hebben het laatste woord en dat is winst vergeleken bij de tijd van nog niet eens zo lang geleden toen lijsttrekkers in de meeste gevallen vanuit de duistere spelonken van de partij werden geparachuteerd.

Tegelijk heeft een onderlinge verkiezing iets krampachtigs. Want hoe inhoudelijk oneens kunnen vertegenwoordigers van dezelfde partij het met elkaar zijn? Maar als het niet fundamenteel om de inhoud gaat, krijgt al snel de verpakking de boventoon. Het is allemaal begrijpelijk in de huidige ‘mediacratie’ maar desondanks kan het geen kwaad vast te stellen dat politiek toch bovenal ideeënstrijd hoort te zijn. Maar juist als het om concrete ideeën gaat, blinken alle kandidaat-lijsttrekkers uit in vaagheden.

CDA’er Hugo de Jonge wil „verantwoordelijkheid nemen als het moeilijk is”, medekandidaat Mona Keijzer wil zich „inzetten voor ondernemerschap en eerlijke economie”, en Sigrid Kaag die zich heeft opgeworpen namens D66 de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer aan te voeren wil „doen wat nodig is om het goede te bereiken”. Arme leden die straks een keuze moeten maken.

Het kan ook haast niet anders want los van het verkiezen van de lijsttrekker moeten CDA en D66 ook nog hun verkiezingsprogramma vaststellen. Zo bezien is er in zekere zin sprake van een verkeerde volgorde. Logischer zou zijn dat een partij eerst het programma vaststelt en daar vervolgens een boegbeeld bij zoekt. Het laat nog eens zien hoe betrekkelijk de marges zijn.

Desondanks is het voor het politieke debat te hopen dat de keuzes die er zeker in de huidige tijd wel degelijk zijn meer uitgesproken worden. Dat vraagt durf, en draagt bij aan de gewenste helderheid. In de crisis die zich aan het ontvouwen is en die structurele vragen aan het licht brengt, worden van politici duidelijke en richtinggevende antwoorden verwacht. Het kan niet alleen gaan om de kleur van het pakpapier.