Commissie: financiering moskeeën leidt tot invloed uit ‘onvrije’ landen

Moskeefinanciering De commissie die werd opgezet om vast te stellen of er invloed wordt gekocht in de islamitische gemeenschap in Nederland door ‘onvrije’ landen, stelt dat dit het geval is.
Een van de moskeeën die de afgelopen jaren financiering aangevroegen in ‘onvrije’ Golfstaten of daadwerkelijk geld hebben ontvangen uit deze landen.
Een van de moskeeën die de afgelopen jaren financiering aangevroegen in ‘onvrije’ Golfstaten of daadwerkelijk geld hebben ontvangen uit deze landen. Foto Lex van Lieshout/ANP

De Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen concludeert donderdag dat er inderdaad invloed wordt uitgeoefend op Nederlandse moskeeën vanuit ‘onvrije landen’. In 2018 berichtten NRC en Nieuwsuur over Golfstaten die met geld de invloed van de fundamentalistische islam in Nederlandse moskeeën probeerden te versterken. Hierna besloot de Tweede Kamer een parlementaire ondervraging in te stellen.

De commissie stelt vast dat er voorselectie plaatsvindt: door donateurs wordt gekeken naar moskeeën die dezelfde „religieus-politieke visie” aanhangen. Daardoor wordt niet zozeer de boodschap van een moskee of een moskeeschool veranderd, maar wordt deze wel versterkt en professioneler. Beïnvloeding ontstaat daarnaast doordat imams en predikers worden geschoold en naar Nederland worden uitgezonden, en ook via lesmateriaal en sociale media.

Bij de donaties gaat het om geldstromen vanuit Saoedi-Arabië, Koeweit, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten. De totale donaties lopen uiteen van tienduizend tot 2,5 miljoen euro, met een uitschieter van 8 miljoen euro. Naast „politieke en religieuze motieven” die achter financiële steun liggen, ziet de commissie invloed vanuit het Diyanet, het overheidsinstituut voor Religieuze Zaken in Turkije. De omvang van de geldstromen vanuit de Diyanet waren niet vast te stellen, wel dat er imams actief zijn in Nederland die vanuit Diyanet worden betaald.

Transacties

De commissie onderzocht de moskee As-Soennah in Den Haag en de Utrechtse AlFitrah-moskee uitgebreid en ontdekte daarbij donaties die nog niet bekend waren. Bij die laatste moskee ondervond de commissie sterke tegenstand bij het onderzoek. De imam noemde het een „poppenkast” en ontkende dat er geldstromen waren vanuit Koeweit. De commissie heeft vastgesteld dat de As-Soennah in de periode 2010-2017 2,5 miljoen euro vanuit Koeweit ontving, voor de AlFitrah was dat 1,4 miljoen euro in de periode 2011-2017. Dit kwam van particulieren, liefdadigheidsorganisaties en overheidsgelieerde commissies.

Doordat transacties alleen onderzocht kunnen worden als er terrorismefinanciering of witwassen vermoed wordt, stelt de commissie dat er nog geen zicht is op de totale omvang van de geldstromen en de invloed die daaruit volgt.

Bij de definitie van ‘onvrije landen’ heeft de onderzoekscommissie zich gehouden aan het rapport Freedom in the World van het Amerikaanse Freedom House. Het gaat hierbij om landen die bijvoorbeeld de godsdienstvrijheid en de vrijheid van meningsuiting afwijzen.