Recensie

Recensie Muziek

Bach in een bedje van orgel, kraakdoos en ballonnen

Bachfestival Oene van Geel maakte een op Bach geïnspireerde wat onheilspellende minimal soundscape. Orgels mengen zich met elektrische gitaar en een leeglopende ballon.

Tijdens het Bachfestival brengt Oene van Geel (links in beeld) een nieuwe compositie voor het Bachorgel. Danser Kenzo Kusuda neemt de mensen mee van het ene orgel naar het andere.
Tijdens het Bachfestival brengt Oene van Geel (links in beeld) een nieuwe compositie voor het Bachorgel. Danser Kenzo Kusuda neemt de mensen mee van het ene orgel naar het andere. Foto: Andreas Terlaak

Altviolist en componist Oene van Geel heeft eerbiedig een paar yogakleedjes op de vloer van de Grote Kerk in Dordrecht gelegd. Eentje in het hoogkoor, om een scala aan cimbalen, bellen en tamboerijnen kwijt te kunnen. De andere in het Mariakoor, voor een rode synthesizer op orgelstand. De grafstenen die Van Geel met de yogamatjes beschermt zijn vaak tientallen jaren ouder dan de man waar het dit weekend in Dordrecht om draait: Bach. De nieuwe compositie Unknown Home die Van Geel voor het Bachfestival Dordrecht componeerde, en die vrijdagavond online in première gaat, is dan weer duidelijk veel nieuwer. Voor de camera’s kronkelde de drie kwartier durende, op Bach geïnspireerde muziek eerder al door de kerk: op altviool, cello, elektrische gitaar, een grote drum en kleiner slagwerk, samen met drie orgels, waaronder het dertien jaar oude ‘Bachorgel’.

Mariakoor

Bach heeft het eerste woord. De fuga in E groot uit Das wohltemperierte Klavier galmt in het Mariakoor uit het Bachorgel en geeft precies genoeg tijd om de beginopstelling in het hoogkoor te bestuderen.

Oene staat achter een grote tweezijdige trom, naast hem ligt het yogamatje met slagwerkinstrumenten en daartegenover zitten twee medespelers klaar met belletjes, een ballon en een ‘kraakdoos’, een houten doosje dat klinkt als een melodieuze geigerteller. Als de laatste tonen van Bach in de gewelven zijn weggestorven, begint dit arsenaal aan een langgerekte, onheilspellende, klinkende stilte voor de storm. Dat Van Geel zijn oor altijd ook op het oosten gericht heeft, is meteen duidelijk. De galm van de Grote Kerk maakt dat de puls van de grote trom over je heen rolt. Samen met belletjes, kleine bekkenslagjes en een langzaam leeglopende ballon (klinkend als pure doodsnood in de verte) weet je zeker dat als het een film was geweest, de Hunnen nu aan de horizon hadden gestaan. De werkelijkheid is veel mooier: danser Kenzo Kusuda beweegt zich van de ingang van het koor, wringend tussen zijn eigen ledematen, langzaam richting het altaar. Een verwijzing naar Bachs barre wandeltocht naar Lübeck, vertelt Van Geel naderhand.

Dat onheilspellende blijft langzaam groeien. Drie kwartier klinkt er een minimal soundscape van toenemende geluiden die zich ver bovenin de kerk vermengen. Soms prikt Bach erdoorheen, zij het zeer impressionistisch. Bijvoorbeeld wanneer Van Geel een cello oppakt; de begeleiding op een kabinetorgel geeft kort dat kenmerkende Bachgevoel, maar de glissandi van Van Geel zijn op dat moment veel interessanter. Knap, want hij speelt net een maandje cello.

Lees ook: ‘Het ging Bach om spiritualiteit’

Zijn vertrouwde altviool pakt hij pas helemaal aan het einde, als hij tussen het Bachorgel en de elektrische gitaar staat. Hier klinkt het hoogtepunt, een beetje in de voetsporen van Mike Oldfields Tubular Bells. Van Geels snelle, repeterende arpeggio’s worden tot extase gedubbeld in de rechterhand op het orgel, waar de linkerhand ondertussen een groovy melodie op de warme gitaar ondersteunt.

Vrij rondlopen

De grote vraag is wat er op een internetstream overblijft van het overweldigende effect. In het oorspronkelijke plan zou het publiek niet zitten, maar vrij rondlopen, zelf kiezen waar het de klank wilde ervaren. Nu volgt de camera Van Geel, kijkt over zijn schouder naar Kusuda en volgt het gezelschap in hun gang van de ene naar de andere plek in de kerk.

Unknown Home wordt online uitgezonden, maar blijft daar niet staan. Het is de bedoeling dat het stuk volgend jaar alsnog met publiek wordt uitgevoerd.