Brieven

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur is vooringenomen en intransparant

In de NRC van 20 juni (‘De vernieuwing moet misschien niet komen van grote instellingen’) krijgt de voorzitter van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) ruim baan om de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR), sinds 2003 een begrip in de internationale architectuurwereld en al 20 jaar een hoeksteen van het architectuurbeleid van Architectuurstad Rotterdam, af te serveren. De RRKC adviseert de subsidie te beëindigen, de voorzitter licht het zelfvoldaan toe. In twee zinnen die samen maar liefst acht misvattingen en/of onjuistheden bevatten. Hoor en wederhoor is niet toegepast, dat was onderdeel van de afspraken die RRKC met NRC maakte: de krant kreeg het nieuws, de Raad carte blanche. De IABR blijft met de brokken zitten.

Die twee zinnen fileer ik elders, onder meer op onze eigen website. Hier wil ik het hebben over het feit dat we ondertussen echt een probleem hebben. Geen andere sector wordt iedere vier jaar zo rigoureus langs de meetlat gelegd en daarbij worden procedures toegepast die willekeur en onzorgvuldigheid niet uitsluiten. Het bestuur van een adviesraad moet daarom boven iedere verdenking staan. Maar de RRKC opereert weloverwogen vooringenomen en niet transparant.

Tijdens de beoordelingsprocedure is ons geen van de vragen gesteld waarmee de commissie blijkens het advies worstelt. Ook is nooit de telefoon opgepakt voor een check, terwijl er toch iets op het spel staat. Als de raad op haar eigen vragen onze antwoorden niet wil hebben, geeft ze blijkbaar de voorkeur aan haar eigen vooroordelen. Zodat ze in het conceptadvies kan opschrijven wat haar uitkomt, wel wetend dat ze daarmee wegkomt. Want je kan alleen bezwaar maken bij het RRKC als er sprake is van kwantitatieve onjuistheden.

Dus als de zon schijnt kan de RRKC glashard liegen dat het regent. Zolang ze haar hele en halve onwaarheden niet kwantificeert, laat de procedure niet toe dat een insinuatie, verdraaiing of zelfs aperte leugen weerlegd wordt door een culturele instelling. Wij zijn vogelvrij. En daar wordt in het advies over de IABR gretig gebruik van gemaakt. Er wordt niets gekwantificeerd, er wordt alleen maar geïnsinueerd, verdraaid en op zijn kop gezet, zonder enige onderbouwing. De RRKC wast vervolgens de handen in procedurele onschuld.

Dan weerleg je dat malle advies toch als het er eenmaal is, zult u denken. Maar dan is het te laat. Immers, wie tot in de krant kan worden afgefakkeld, zal toch wel iets niet goed hebben gedaan? De bewijslast ligt nu bij het slachtoffer. Het doet u aan iets denken? Mij ook. Hoog tijd daarom voor een andere aanpak, voor fair play, want in handen van een vooringenomen adviesraad is alles van waarde weerloos.

, bestuurder-directeur IABR