Reportage

Veldboon, ui, tarwe, gerst, gras: de boer van de toekomst doet alles in stroken

Landbouwvernieuwing Veldbonen in plaats van soja en gewassen planten in afwisselende stroken. Dat is de akkerbouw van de toekomst.

Op de boerderij van de toekomst zie je geen monotone velden, maar zijn de gewassen aangeplant in drie meter brede stroken. Dat geeft minder ongedierte. Boer Koen Klompe controleert de aardappels (onder).
Op de boerderij van de toekomst zie je geen monotone velden, maar zijn de gewassen aangeplant in drie meter brede stroken. Dat geeft minder ongedierte. Boer Koen Klompe controleert de aardappels (onder). Foto Bram Petraeus

Wat meteen opvalt aan de experimentele akker zijn de vele schakeringen groen. De diepgroene bladeren van aardappel, geelgroene gerst, grijsgroene veldboon. Op dit stuk land aan de noordoostkant van Lelystad volgen acht gewassen elkaar steeds op, in stroken van elk drie meter breed. Aardappel, veldboon, ui, tarwe, gerst, een mengsel van gras en klaver, peen. En daarna weer: aardappel, veldboon…

Geen eentonige monocultures dus, zoals die de landbouw de laatste vijftig jaar zijn gaan kenmerken. Maar zogeheten strokenteelt. De proef is in opdracht van het ministerie van Landbouw opgezet om oplossingen te ontwikkelen voor de akkerbouw. Donderdag is de officiële opening van de boerderij van de toekomst.

Want de akkerbouw kampt met een hoop problemen, zegt Wijnand Sukkel, die dit project mede heeft opgezet. Hij is verbonden aan de business unit Open teelten van Wageningen University & Research. Hij somt op. Er wordt nog steeds te veel bestrijdingsmiddel en kunstmest gebruikt. Op en langs de akkers is er veel te weinig biodiversiteit. En de bodems zijn er steeds slechter aan toe.

„We nemen meer van het land dan we teruggeven, vooral organische stof”, zegt Sukkel. En door de schaalvergroting rijden er steeds grotere machines over het land. Die zorgen ervoor dat de bodem op een diepte van dertig centimeter verdicht, legt Sukkel uit. Als het regent kan het water daardoor niet diep de bodem indringen, het loopt meteen weg. Gewassen wortelen ondiep en zijn kwetsbaar. „Veertig procent van de Nederlandse landbouwgrond kampt met verdichting van de bodem”, zegt Sukkel.

Gras en klaver in ruil voor mest

Het experiment in Lelystad is bedoeld om al deze problemen op te lossen. En om invulling te geven aan het idee van de kringlooplandbouw zoals landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie) het voor ogen heeft voor 2030. Een voorbeeld daarvan geeft Pieter de Wolf, collega van Sukkel en ook projectleider. „Aan een melkveehouder in de buurt leveren wij gerst en een mengsel van gras en klaver, als veevoer. In ruil krijgen wij mest voor op het land.” Dat minimaliseert het gebruik van kunstmest – bij de productie daarvan komt veel CO2 vrij .

De opzet en uitwerking van deze proef met strokenteelt staat in detail beschreven in een rapport dat afgelopen februari is verschenen. Toen zat soja nog in het teeltplan. Maar die is vervangen, zegt Koen Klompe, die de dagelijkse leiding heeft over het veld van 25 hectare groot. Hij is in Wageningen net afgestudeerd in de biologische landbouw. „Soja komt van origine niet uit dit klimaat, dus is het lastiger goeie rassen te veredelen. We hebben het vervangen door veldboon. Daar zien we meer toekomst in.”

Boer Koen Klompe controleert de aardappels

Foto Bram Petraeus

Klompe staat tussen de veldbonen en buigt voorover. Her en der zit er zwart tussen de bladeren. „Luis”, zegt hij. Maar meteen wijst hij ook op een lieveheersbeestje. „Die eet graag luis.” Door meer gewassen bij elkaar te telen, bescherm je ze beter tegen plagen, zegt Sukkel. Een bekende combinatie is ui en peen. „Peen kan aangevreten worden door de peenvlieg. Maar hij haat de geur van ui.” Sukkel heeft net ook al zweefvliegen gezien, zegt hij. En spinnen en torren. „Het zijn allemaal natuurlijke hulptroepen die plagen binnen de perken houden.”

De biodiversiteit is hier nu al een stuk hoger dan in een monocultuur. Doordat er weer meer insecten zijn, zullen ook vogels terugkeren, verwacht Sukkel. En door al die zweefvliegen, spinnen en torren hoeft de boer minder bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Daar komt bij dat Brussel bijna de helft van de toegelaten middelen opnieuw gaat beoordelen, en wil dat er alternatieven voor komen.

Lieveheersbeestje op jacht naar luizen in het proefveld.

Foto Bram Petraeus

En het gebruik van de middelen kan ook veel zuiniger, zegt De Wolf. Nu komt een groot deel van het middel niet terecht bij de ziekte, plaag of het onkruid. „Alsof je met een kanon op een mug schiet.” Voor deze proef wordt hard gewerkt aan robottechnologie. „Denk aan een drone die over het veld vliegt en een paar druppels bestrijdingsmiddel aanbrengt als hij onkruid ziet, of een plaaginsect.”

Robotvoertuig

Ook voor onderhoud en oogst worden nieuwe, lichte machines ontwikkeld. In een loods verderop staat een robotvoertuig op vier wielen, met een spoorbreedte van iets meer dan drie meter. De wielen komen niet óp een strook, maar rijden er links en rechts van – tussen de opeenvolgende stroken is daarvoor vijftien centimeter ruimte gehouden. Tussen de wielen zit een in hoogte verstelbare dwarsbalk. „Je kunt er van alles onder hangen”, zegt Sukkel. „Een schoffel, een eg, of een spuitmachine.”

Wat betreft watertoevoer denken ze na over een alternatief voor beregening, zegt Klompe. „We krijgen meer droogtes, en aan de kust verzilting. Dus beregenen zal straks niet meer mogen”, verwacht hij. „Misschien dat we overstappen op druppelirrigatie.” Het gewas wordt dan heel precies bewaterd, via slangetjes.

Sukkel vertelt dat ze de nu nog kale randen van de akker in willen zaaien met een bloemrijk plantenmengsel. Her en der moeten ook struiken komen. Allemaal om meer biodiversiteit te krijgen. En ze denken erover na hoe ze de diesel, voor de tractoren en de generatoren, kunnen vervangen, omdat daarbij CO2 vrij komt. „Misschien met waterstof, of met accu’s?”

Ieder jaar wisselen van plek

Het was een hele puzzel om het teeltplan sluitend te krijgen, zegt Klompe. De acht gewassen moeten namelijk elk jaar van plek veranderen. „Aardappel moet je niet te vaak op dezelfde plek telen, want dan stimuleer je bodemaaltjes.” Tegelijk mag een hoog gewas (tarwe, gerst) niet naast een laag gewas (peen) komen te staan. „Het hoge gewas kan bij het lage gewas voor een ongunstig microklimaat zorgen.”

Of een boer via strokenteelt een inkomen kan verdienen, moet nog blijken. De proef is zo opgezet dat de kostprijs niet al te zeer stijgt, zegt De Wolf. Hij kent een boer vlakbij die het al toepast. Het hoeven ook niet perse deze acht gewassen te zijn, zegt hij. „Je zou bijvoorbeeld suikerbiet kunnen overwegen.” Wat in ieder geval duidelijk is, zegt hij: zoals het nu gaat, kan het niet veel langer. „Het water staat de akkerbouwers aan de lippen.”

Lees ook over een vorige landbouwvernieuwing: Plattelandsvernieuwing is toverformule voor de boeren (1994)