Opinie

Racisme bestrijden is meer dan praten, Rutte

Clarice Gargard

Woensdag ontving premier Rutte demonstranten op het Catshuis die aanwezig waren bij Black Lives Matter-protesten. De demonstraties, waarvoor duizenden Nederlanders op de been kwamen, hebben resultaat geboekt. De premier ging in gesprek. Maar wat betekent dat voor de aanpak van racisme in Nederland?

Rutte had de kans „om mensen in het land te verzekeren dat hij pal voor hun veiligheid en hun rechten staat”, schreef Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing begin deze maand, nadat de premier zich tijdens een persconferentie amper had laten horen over racisme, ondanks de protesten. Toen hem gevraagd werd wat hij tegen racisme ging doen, antwoordde hij: „Nou sorry, ik ben nu tien jaar premier van dit land. Volgens mij heeft u mij over weinig thema’s met zoveel passie horen praten als dit onderwerp.” Alsof dat voldoende is om maatschappelijke misstanden tegen te gaan.

Na enige kritiek ging de premier nu eindelijk de confrontatie aan. Hij sprak met onbekende demonstranten. Actiegroep Kick Out Zwarte Piet liet weten dat haar leden en andere organisatoren van de historische demonstraties niet uitgenodigd waren. Na afloop zei Rutte dat hij later ook met hen in gesprek wil.

Als zwarte levens er echt toe doen, moeten er structurele investeringen komen

Een gesprek met demonstranten is belangrijk, maar daarmee is de kous niet af. Racisme vervuilt alle lagen van de samenleving. Vuil dat zo hardnekkig is, valt niet weg te boenen met gesprekken met ervaringsdeskundigen. Als je in een huis woont met mankementen, wil je niet alleen dat de huisbaas je klachten serieus neemt, maar ook dat die huisbaas iemand in de arm neemt om te repareren wat stuk is.

Het bestrijden van institutioneel racisme en discriminatie is een van de grootste vraagstukken van onze tijd. Het verdient net als economie, zorg of kunst en cultuur een prominente plek op de politieke agenda. Sterker nog, racisme is onlosmakelijk verbonden met al die thema’s. Daarom zou premier Rutte ook moeten spreken met de deskundigen en organisaties die zich op verschillende manieren tegen raciaal en sociaal onrecht verzetten. Bijvoorbeeld met Kick Out Zwarte Piet, dat al bijna tien jaar tegen Zwarte Piet strijdt en vorig jaar in NRC al om een gesprek vroeg. Of met professor Gloria Wekker die onderzoek deed naar de invloed van racisme op de samenleving en daar het boek Witte onschuld over schreef.

Ik denk ook aan mensenrechtenorganisatie Controle Alt Delete die politiegeweld en etnische profilering monitort en slachtoffers daarvan bijstaat. Aan Regina Mac-Nack, de ‘Moeder van Zuidoost’, die in haar Amsterdamse buurt gezinnen zonder geld en daklozen van warme maaltijden voorziet. Aan Saïd Bensellam die zich hard maakt voor jongeren in Amsterdam-West. En ik denk aan Domenica Ghidei die nota bene voor Nederland in de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie zit.

Sommige Nederlanders ontdekken nu pas net dat racisme bestaat. Anderen wachten al generaties op de dag dat ze er vanaf zijn. Als zwarte levens en de levens van mensen van kleur er echt toe doen, vraagt de bestrijding van racisme om een structurele investering. Daar is geen beter moment voor dan nu.

Tienduizenden Nederlanders gingen de barricades op voor gelijke rechten. Premier Rutte, die duizenden paar ogen kijken nu naar u om te zien of u niet alleen praatjes, maar ook beleid tegen racisme maakt, in samenwerking met deskundigen. Tenminste, als u wat gebroken is werkelijk wil repareren. Dat moet vandaag en morgen, maar ook (en vooral) buiten verkiezingstijd.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.